De gaulle had toch gelijk

Opiniepeiling in Engeland: ‘Vindt u dat Groot-Brittannië in het dispuut over de blokkerende stemmen in de Raad van Ministers van de Europese Gemeenschappen moet vasthouden aan het getal van 23?’ Zeventig procent antwoordde ‘Ja.’ En dus had John Major - dàcht hij niet alleen het Britse volk achter zich, niet alleen de Eurosceptici in zijn Conservatieve Partij, maar zelfs de pro-Europeanen. ‘British interests first’, sprak de premier.

‘We zullen niet toegeven.’ Het was lachwekkend. Noch de gepeilde Britse man in the street, noch topmensen uit de Labour-oppositie, noch het merendeel van de niet-gespecialiseerde journalisten wisten waar het precies om ging.Want vasthouden aan een getal van 23 stemmen voor blokkering van besluiten in de Ministerraad ook na uitbreiding met de nieuwe leden was bij voorbaat volstrekt onhaalbaar. Waarom? Omdat 23 stemmen op een totaal van negentig de macht van de 'blokkerende minderheid’ navenant zou vergroten. Om het helemaal te begrijpen, moet men weten dat Duitsland, Engeland, Frankrijk en Italië in de Ministerraad elk tien stemmen hebben; Spanje acht; Nederland, Griekenland, België en Portugal vijf; Denemarken en Ierland drie en Luxemburg twee. Totaal 76. En dertig procent van 76 is 23.
Een blokkeringssleutel dus van dertig procent.
Bij de toetredingsonderhandelingen met de nieuwelingen werd overeengekomen: Zweden vier, Oostenrijk vier, Finland drie, Noorwegen drie. Totaal negentig. En dertig procent van negentig is 27. Aan de blokkeringssleutel werd niets veranderd. Engeland was er dus op uit de blokkeringssleutel terug te brengen tot ruim 25 procent. Hetgeen vooral de kleine landen zou benadelen. John Major, wiens positie internationaal en vooral nationaal steeds zwakker wordt, gedroeg zich als een clown toen hij in Londen snoefde dat hij nooit zou toegeven. Douglas Hurd, minister van Buitenlandse Zaken, veel meer politicus dan Major en eigenlijk veel fatsoenlijker, stond in Griekenland dan ook voor een onmogelijke taak. Daar komt bij dat het Verenigd Koninkrijk door de sociale paragraaf van 'Maastricht’ niet te aanvaarden, zichzelf hoe dan ook al heeft gedegradeerd tot een tweederangs Unielid.
Meer en meer beschouwen landen als Frankrijk, Duitsland en de Benelux Engeland als een krakende huifkar, die het tempo niet kan bijhouden en ongeveer alles wat men zou willen bereiken, frustreert. De kern van de Britse kwestie ligt echter dieper dan het incidentele gedram over een stemsleutel. De kern is dat het Britse volk zich bedreigd voelt door de Eurocraten van dat verre continent die weinig anders doen dan decreten verzinnen die zijn bedoeld om de British way of life te verstoren. Brussel heeft de ontbijtworstjes veroordeeld, Brussel legt boetes op omdat het water niet aan primaire eisen voldoet, Brussel eist onzinnige veiligheidsvoorschriften in bedrijven. En de populaire pers laat geen gelegenheid onbenut om de Brusselse idiotie breed en kromgetrokken te etaleren. Krijgt De Gaulle postuum dan toch gelijk? Hij vond dat Engeland niet in Europa paste.