De gebochelde en de duivel

Johannesburg - Op de hoek van Bompass Road en Jan Smuts Avenue in Johannesburg staat een gebochelde bedelaar. Om die bochel te onderstrepen heeft hij een gat in zijn shirt geknipt zodat een misvormd stuk zwarte rug naar buiten puilt. Afgezien van het feit dat elke sloeber alles in de strijd moet gooien om te overleven, heeft die naakte bochel ook andere, bijna metafysische kwaliteiten. Hij drukt de automobilisten dagelijks met hun neus op de feiten: dit is een land van ongekende hardheid, een land zonder vangnet, een land met een bloedige geschiedenis en met een onafgemaakte revolutie, een land van schuld en boete, een land van permanente onzekerheid.
Want kijk naar de situatie. Voor de welgestelde blanken is er sinds 1994 en Mandela’s aantreden niets veranderd. De zwembaden zijn nog net zo blauw als weleer, de terreinwagens glimmen prachtig en de kinderen gaan nog immer naar goede particuliere scholen. Maar iedereen weet dat die rijkdom voor een groot deel is vergaard dankzij de privileges die apartheid bood. En jong blank doet alsof dat doodnormaal is. In Bellinis, niet ver van Bompass Road, heffen de harkmagere modellen iedere zaterdagmiddag opgetogen de champagnefluit om vervolgens op hoge hakken naar hun cabriolet te wankelen.
Maar iedereen weet dat het trilt en broeit onder het oppervlak. De niet aflatende gewelddadige misdaad is deels een uitdrukking van zwarte gevoelens van machteloosheid en wrok. En de afgelopen weken waren er ook weer xenofobische aanvallen op Zimbabwanen in Polokwane en Kaapstad. Het is aan de gehaaide politicus om al die smeulende vuren aan te wakkeren en in te spelen op gevaarlijke maar reële sentimenten. Zuid-Afrika heeft die in de persoon van Julius Malema, de 28-jarige leider van de ANC-Jeugdliga. De laagopgeleide Malema combineert uitgekookt populisme met boerenslimheid, zwart nationalisme en een straatvechtersmentaliteit. Of het nou de heisa rond de gender van hardloopster Caster Semenya is, townshiprellen vanwege het uitblijven van voorzieningen, of de nationalisatie van de mijnbouw, Malema hakt erop los, liefst op blank. En desnoods speelt hij splijtzwam in de regeringsalliantie van het ANC, de Communistische Partij en de vakbondsfederatie Cosatu. Zijn omineuze mantra: de revolutie is onvoltooid.
Sommigen doen hem af als een clown, maar zijn populariteit onder delen van de zwarte bevolking is enorm. President Zuma heeft al gezegd dat Malema uit prima leidershout is gesneden. In essentie is de ANC-jeugdleider verlengstuk en spreekbuis van alle sloebers met hun bochels en stompjes die bij de stoplichten met hun blikjes rammelen in de hoop op wat centen. Malema’s duivelshoorntjes priemen fier in de lucht: personificatie van de zwarte onvrede en voeder van het blanke onbehagen.