De gecodeerde oorlog

Hitler liet Churchill en Roosevelt afluisteren in Nederland. Met medewerking van de PTT en Philips. In het boek ‘Forschungsstelle Langeveld’, dat deze maand verschijnt, ontrafelt schrijver-journalist Hans Knap de verborgen geschiedenis van het Nederlands aandeel in het nazi-inlichtingenapparaat ..LE IN DE ZOMER van 1942 krijgt Adolf Hitler via SS-generaal Gottlob Berger te horen dat de Deutsche Reichspost, de PTT van het Derde Rijk, erin is geslaagd een telefoongesprek van Winston Churchill met een naaste medewerker van generaal Eisenhower in Washington af te luisteren. Medewerkers van de Reichspost hebben de gecodeerde storingen waarmee de geallieerden het gesprek van de Britse premier voor derden onbegrijpelijk proberen te maken (de zogeheten scramble-techniek), weten te ontcijferen. ..LE Hans Knap, Forschungsstelle Langeveld: Duits afluisterstation in bezet Nederland. Verschijnt eind mei bij De Bataafsche Leeuw, prijs: Ÿ 42,50.

Vanaf dat moment krijgen de Duitse inlichtingendiensten dagelijks karrevrachten vol verslagen van telefoongesprekken tussen de belangrijkste personen in de militaire en civiele top van de geallieerden in handen. De telefoon van sir John Anderson, minister van Financi‰n onder Churchill, wordt afgetapt, evenals die van sir Anthony Eden op Foreign Affairs. Op 29 juli 1943 weet de Reichspost zelfs in te pluggen op de hotline tussen Churchill en president Roosevelt in Washington en ook die scramblecodes te kraken.
HET WAREN DE gouden dagen van Wilhelm Ohnesorge, minister van de Reichspost. De oude ingenieur werd met het ene na het andere ereteken behangen. Al in de Eerste Wereldoorlog had Ohnesorge de onschatbare waarde van moderne communicatietechnieken bewezen. Als hoogste verbindingsman van het Grote Hoofdkwartier van Kaiser Wilhelm II zorgde hij voor telefoonverbindingen tussen de Kaiser en zijn generaals aan diverse fronten. In 1918, na de vlucht van Wilhelm naar Nederland, maakte de ingenieur in MÅnchen kennis met Hitler en was daarover zo verguld dat hij de eerste NSDAP-afdeling buiten Beieren oprichtte. In 1937 werd hij Reichspostminister. Het jaar daarop bewees hij zijn waarde bij de Anschluss van Oostenrijk bij Duitsland, die mede zo simpel verliep door de zenders ten behoeve van militaire logistiek en radiopropaganda die Ohnesorge in Beieren installeerde.
In zijn laboratoria werd voorts met succes gewerkt aan de ontwikkeling van beeldtelefonie ten behoeve van militaire toepassingen en, naar Ohnesorge vurig hoopte, ook voor burgerlijk gebruik (‘televisie’), om de FÅhrer in iedere Duitse huiskamer te kunnen brengen. Hitler prees hem uitbundig. 'So weit kommt es noch, dass der Reichspostminister fÅr mich den Krieg gewinnen muss’, zei hij.
Het meest verblijdde Ohnesorge zijn meesters in het Derde Rijk met zijn Forschungsamt, een afluisterdienst van kolossale proporties, verbonden met het hoofdkwartier Centrale 5000 in Zossen, bij Berlijn. Hier kwamen alleen al 40.000 afgetapte telegrammen per dag binnen, tonnen papier per maand werden er doorheen gedraaid. Ook de telefoontaps werden hier verwerkt.
De geallieerden wisten van deze afluisterpraktijken en lieten hun telefoons dan ook scramblen. Al snel werd de Tweede Wereldoorlog een oorlog in code. De codes van de Duitse Enigma-computer, die de communicatie met de U-boten codeerde, zouden worden gekraakt door Alan Turing en andere wetenschappers van de Government Code and Cypher School. Zeer recent werd bekend dat de whizzkids van Cambridge al in 1941 op de hoogte waren van de logistiek van de holocaust door het kraken van de codes van het telegrafieverkeer van de Wehrmacht. In het recent verschenen boek The Jew of Linz beweert de Australische publicist Kimberley Cornish onder meer dat zelfs de filosoof Ludwig Wittgenstein bij dit project betrokken was.
Het kraken van de klutsgeluiden van de geallieerden is, zo blijkt nu, een prestatie die geleverd werd op Nederlandse bodem. Het geschiedde aan de kust bij Noordwijk, op de grens van Noord- en Zuid-Holland, alwaar een gezelschap Duitse whizzkids, geholpen door technologische kennis van de Nederlandse PTT en van Philips, een technologische prestatie van formaat leverde die het verloop van de oorlog op cruciale wijze had kunnen beãnvloeden. In een verlaten jeugdherberg, een hulplaboratorium van de PTT en een gebouw van een psychiatrische kliniek vonden onder leiding van de Duitse ingenieur Kurt Vetterlein technische hoogstandjes plaats die tot nog toe nauwelijks aandacht hebben gekregen.
JOURNALIST HANS KNAP schreef er voor uitgeverij De Bataafsche Leeuw een buitengewoon meeslepende studie over, die reeds v¢¢r publicatie (eind mei) voor de nodige onrust heeft gezorgd in het Philips-hoofdkwartier en ten burele van de KPN, voorheen PTT.
Forschungsstelle Langeveld: Duits afluisterstation in bezet Nederland confronteert de lezer met een stukje Nederlandse geschiedenis dat voor de zoveelste keer de mythe van de verzetsnatie doorprikt. Knap toont aan hoezeer de samenwerking tussen Nederland en Duitsland de Nederlandse houding tijdens de bezetting ook op het gebied van de zo essenti‰le industrietak van de telecommunicatie heeft gekenmerkt. 'Het staatsbedrijf der PTT was een kruispunt geworden van de communicatie tussen het Rijkscommissariaat, de H”heren SS- und PolizeifÅhrer, de Wehrmacht en de machtscentra in Berlijn’, aldus Knap.
Knap volgt het spoor terug tot 1901, toen de antirevolutionaire premier Abraham Kuyper aantrad en Nederland en Duitsland op koloniaal gebied gingen samenwerken. Het Nederlandse politieke klimaat werd overheerst door anti-Britse sentimenten als gevolg van de oorlog van de Engelsen tegen de Boeren in Zuid-Afrika. Het leidde tot een nauwe samenwerking tussen Nederland en Duitsland op communicatiegebied.
AL VOOR DE Eerste Wereldoorlog werd de Deutsch-NiederlÑndische Telegraphengesellschaft (DNTG) opgericht voor de gezamenlijke exploitatie van onderzeese kabels voor de telegrafie met Nederlands-Indi‰ en de Duitse koloni‰n. Toen in de Eerste Wereldoorlog draadloze radioverbindingen hun intrede deden, bleek Nederland onverbrekelijk verbonden met de Deutsche Reichspost en met Telefunken. Nog tijdens de Eerste Wereldoorlog wilde de Nederlandse minister van Marine Rambonnet, gesteund door Wilhelmina, in Indi‰ een zender met zeer grote capaciteit plaatsen. Over de krater van de Malabar-vulkaan op Java werden antennekabels gespannen voor een zender die alleen via Duitsland kon worden gebruikt, via de ontvanger van Nauen. Dat was in de ogen van de geallieerden een politieke provocatie van de eerste orde. Zij probeerden dan ook van alles om de benodigde transporten vanuit Nederland tegen te houden.
Ook binnen de Nederlandse regering was er oppositie. Minister ir. C. Lely van Waterstaat, verantwoordelijk voor de PTT, vond het bijvoorbeeld maar niks dat de koloni‰n moesten worden bestuurd via een Duitse zender. Het was volgens hem maar de vraag of Nederland ooit zelf over een ontvanger van zo'n grote kracht zou beschikken. Hij werd niet gehoord. In plaats daarvan riskeerde koningin Wilhelmina samen met haar minister van Marine vice-admiraal Rambonnet een keiharde crisis met de Britten door geheime konvooien naar Indi‰ te willen sturen met de benodigde Telefunken-apparatuur.
Met de Vrede van Versailles verloren de Duitsers hun koloni‰n. Dat leidde tot nog meer Duitse druk op Nederland. In feite probeerden de Duitsers met telecommunicatiemiddelen hun invloed op de overzeese gebiedsdelen van Nederland te behouden. Nederland werkte gaarne mee. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de bouw van een groot wereldkrachtstation op de zandverstuivingen in het Veluwse Kootwijk, die in 1918 begon. Het station, zeventig kilometer van de Duitse grens, was bedoeld om direct contact te leggen met Nederlands-Indi‰ en was geheel gebouwd naar het voorbeeld van het zenderpark in het Duitse Nauen. Telefunken leverde het materiaal. Er stond een grote Duitse adelaar op het betonnen gebouw van Radio Kootwijk afgebeeld die niets aan duidelijkheid te wensen overliet. De PTT en de Reichspost waren in feite al voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog zusterorganisaties.
KNAP WIJST EROP dat de Nederlandse techniek op het gebied van telecommunicatie goed ontwikkeld was. Al in 1906 wisten Nederlandse ingenieurs, onder wie de latere Avro-godfather Willem Vogt, het keizerlijke jacht Hohenzollern van Wilhelm(II af te luisteren. De Nederlandse PTT en de technici van de marine beschikten later over veel knowhow die de Duitsers niet hadden. Met de bezetting in 1940 viel dit alles in Duitse handen. Ondanks druk van de Britten op Nederland om over te gaan tot vernietiging van essenti‰le installaties - zoals Radio Kootwijk - kregen de Duitsers alles ongeschonden in de schoot geworpen. Via Kootwijk zouden ze de complete communicatie tussen Nederland en Nederlands-Indi‰ kunnen overnemen en vandaaruit het bestuur over de zo fel geambieerde Duitse Lebensraum in de Oost.
Al op 11 december 1939 probeerde Von Ribbentrops ministerie van Buitenlandse Zaken invloed op Nederlands-Indi‰ te krijgen. Via de korte golf kregen de Nederlandse toehoorders in Indi‰, voor een groot deel minstens Mussert- en vaak ook Hitler-minded, een verslag te horen van een sinterklaasviering in Berlijn.
De Duitse koloniale aspiraties kregen ook steun in Nederland. De Deutsch-NiederlÑndische Gesellschaft van onder meer de Nederlandse textielkoning F.H. Fentener van Vlissingen zat op een pro-Duitse lijn voor koloniaal beheer. Radioverbindingen golden als de poort tot Indi‰. Vandaar dat er in oktober 1940 namens Seyss-Inquart twee Nederlanders richting Indi‰ werden afgevaardigd met het verzoek om de communicatielijnen Den Haag-Batavia open te gooien. Ondernemer W.G.F. Jongejan en oud Knil-commandant kolonel Boerstra gingen op die expeditie. Zonder succes, want gouverneur-generaal Tjarkenborgh Stachouwer van Nederlands-Indi‰ weigerde hen te woord te staan en de radio-installaties op de Malabar-vulkaan bleven gesloten voor de signalen uit Kootwijk.
Dat was een tegenvaller voor de Duitsers, die echter blij verrast waren toen ze bij de PTT tal van gegevens voor het aftappen van internationaal telefoonverkeer aantroffen. Het was een soort automatische overdracht die geschiedde, niet te verklaren uit slonzigheid en paniek. De PTT was gezien de samenwerking met Siemens, Telefunken en de Reichspost al behoorlijk deutschfreundlich. De Duitsers plaatsten halverwege de bezetting een NSB'er aan het hoofd van de PTT, maar tal van belangrijke krachten van voor de oorlog, zoals de ingenieur en Delftse TU-hoogleraar Klaas Koomans, gingen met hun werk door.
Hoewel tal van individuele PTT-medewerkers later wel tot belangrijke verzetsactiviteiten overgingen, bleef vitale kennis gewoon via de PTT voor de Duitsers beschikbaar. Terwijl de verwarmingsovens van het PTT-hoofdkwartier in Den Haag tijdens de Duitse invasie overuren draaiden om documenten te vernietigen, bleven belangrijke documenten toch in de bureauladen. Zoals een brief van de Britse Postmaster General over de wijze van geheimhouding van de Britse telefonie.
De Duitsers besloten Nederland, gegeven deze omstandigheden, in het diepste geheim om te toveren tot tapcentrale nummer ÇÇn. Doordat de Reichspost onder Ohnesorge uiteindelijk een onderdeel van de SS werd gemaakt, viel ook de Nederlandse PTT direct onder gezag van SS-generaals als Berger. In het grootste geheim werd een jeugdherberg bij Noordwijk, op het Langeveld bij de duinen, omgebouwd tot een undercover-afluisterinstallatie. Een naastgelegen PTT-hulplaboratorium assisteerde. De Nederlandse elektronicagigant Philips leverde de benodigde hardware.
In na de oorlog opgedoken papieren wordt voor het eerst van een speciaal project van de Reichspost in Nederland melding gemaakt op 12 augustus 1940. 'Es wird uns hiermit Åber unsere normale dienstlichte TÑtigkeit hinaus eine besondere Aufgabe von grosser Wichtigkeit Åbertragen’, deelt Wilhelm Ohnesorge dan mee. 'Es gilt im Bereich der besetzten niederlÑndischen Gebiete das gesamte fremde Fernmeldewesen.’
De operatie werd in Nederland geleid door ingenieur Kurt Vetterlein, die zijn Nederlandse PTT-collega Koomans manipuleerde om een speciale ontvanger in Noordwijk te installeren. Verscholen in de duinen draaide Forschungsstelle Langeveld sinds 1942 op volle toeren. Filters, schakelpanelen, bandrecorders en kwartsgestuurde tijdklokken vormden het hoofdbestanddeel van de provisorische aftapcentrale.
In mei 1941 was Ohnesorge in Nederland, officieel om de posttarieven te bespreken met Seyss-Inquart. In werkelijkheid co”rdineerde hij aftapcentrale Langeveld. Vetterleins mannen kregen voor het eerst beet op 7 september 1941, toen ze een gespek opvingen tussen Britse diplomaten in Washington en Londen. Het was het startsein voor grootschaligere activiteiten.
Uit veiligheidsoverwegingen werd het hoofdkwartier van de tapcentrale in de nazomer van 1942 naar Valkenswaard bij Eindhoven getransporteerd, op het landgoed Valkenhorst van de familie Loudon. Later viel de keuze op een nieuw te bouwen bunker, Birkenhof, nabij het Brabantse Geenhoven, in de buurt van het golfterrein van de familie Philips. Hier werd raison van 420.000 gulden een bunker gebouwd voor een centrale die in december 1943 in gebruik werd genomen.
ONDERTUSSEN wisten de Britten dan wel iets over de geheime activiteiten van Ohnesorge in Nederland. Eerder hadden de geallieerden tevergeefs geprobeerd de zender van Kootwijk, die door de Duitsers werd gebruikt voor communicatie met de onderzeevloot, op te blazen.
In 1944 waren er geallieerde plannen om respectievelijk Valkenhorst en Geenhoven te bombarderen, maar de Duitsers wisten telkens op tijd de boel te verhuizen. De aftapcentrale van Kurt Vetterlein kwam aan het eind van de oorlog helemaal in Beieren terecht, waar die uiteindelijk zou worden opgerold. Na de oorlog kreeg Vetterlein een baan bij de nieuwe Bundespost.
Hans Knap benaderde Vetterlein voor het eerst in 1989. De gepensioneerde ingenieur hield zich verborgen, wilde niets kwijt over zijn Sonderauftrag in de oorlog. Collega’s van Vetterlein wilden wel kwijt dat er in Nederland 'grosse Arbeit’ was geleverd. De geallieerden kwamen pas ver na de oorlog te weten van de activiteiten van Vetterlein in Nederland, zo bleek.
Vetterlein zelf zou aan het eind van de oorlog aan de geallieerden zijn ontsnapt met hulp van Nederlandse sympathisanten van de Zuid-Afrikaanse organisatie Ossebrandwag, in 1939 opgericht door tegenstanders van Jan Smuts, de Zuid-Afrikaanse generaal die zijn land aan de zijde van de Britten in positie tegen Hitler bracht. Knap bekent dat hij die theorie niet hard heeft kunnen maken, zoals er wel meer duister blijft over Forschungsstelle Nederland.
Vetterlein overleed op 11 september 1990. Zijn Nederlandse collega Klaas Koomans ging hem voor in 1945. Tijdens de 'zuiveringen’ werd hij vervolgd wegens majesteitsschennis en antisemitisme - ten onrechte, volgens Knap. In de dossiers over Koomans die hij vond, bleek gesnoeid. Alles wees erop dat de Nederlandse autoriteiten van 1945 Koomans alle schuld in de schoenen wilde schuiven. Door Knaps boek is dat niet langer mogelijk.