Young Scientists Award – Maartje van der Woude

De geëngageerde onderzoeker

Maartje van der Woude bestudeert de verhouding tussen recht en samenleving en toont zich een maatschappelijk betrokken onderzoeker. In het verharde publieke debat van vandaag moet de wetenschapper nuance bieden, vindt ze.

Maartje van der Woude belandde in een Twitter-storm © Jussi Puikkonen / KNAW

‘Landverraadster!’ ‘Hoe durf je onze grensbewakers te bekritiseren!’ Hoogleraar Maartje van der Woude (37) bevond zich na het uitkomen van haar onderzoek naar de mobiele grensbewaking door de Koninklijke Marechaussee korte tijd in een Twitter-storm. De Leidse juriste en criminologe had zowel de grenscontroleurs als de gecontroleerden gevraagd naar hun bevindingen en daaruit was naar voren gekomen dat de marechaussees in sommige gevallen hun bevoegdheden overschrijden. Een conclusie die rechts Nederland niet aanstond.

Na de invoering van het Verdrag van Schengen en de opheffing van de binnengrenzen tussen de deelnemende Europese landen bleef de mogelijkheid bestaan om steekproefsgewijs auto’s in het grensgebied te controleren. In de Nederlandse praktijk komt het erop neer dat de marechaussee op een bepaald traject gedurende een paar uur auto’s ertussenuit pikt en aan de kant zet. De marechaussees gaven in de gesprekken met Van der Woude aan dat daarbij het uiterlijk van de inzittenden vaak een belangrijke rol speelt. ‘Maar dat mag volgens Schengen nooit het enige criterium zijn’, zegt Van der Woude. ‘Er moeten altijd andere criteria een rol spelen om een specifieke auto aan te houden. Bijvoorbeeld het soort auto of het rijgedrag.’

Automobilisten met in Nederland geboren en getogen voorouders bleken de plotselinge controles doorgaans geen punt te vinden. Maar Nederlanders die behoorden tot een etnische minderheid ‘ervoeren het regelmatig als een vorm van discriminatie’, weet Van der Woude.

Van der Woude is hoogleraar rechtssociologie aan de Universiteit Leiden en verbonden aan het Centre international de criminologie comparée van de Université de Montréal en het Department of Criminology and Sociology of Law van de University of Oslo. Ze krijgt dit najaar de Heineken Young Scientists Award in het domein Humanities voor haar onderzoek naar de wisselwerking tussen het recht en het publieke debat rond thema’s als terrorisme, migratie en grensoverschrijdende criminaliteit, waarbij ze vooral de aandacht richt op thema’s als etnisch profileren en de opvang van vluchtelingen. De jury roemt haar als een ‘uitzonderlijk en aanstekelijk wetenschappelijk talent, een eigenzinnige, gedreven wetenschapper die ook aansprekend contact zoekt met de samenleving, onder meer via debatten en een blog’.

‘Het is raar dat er vanuit het recht maar weinig contact is met sociale wetenschappen’

Van der Woude groeide grotendeels op in Meppel, zorgde dat ze ‘daar zo snel mogelijk weg kon’ en startte met haar studie rechten in Leiden, ‘een stad waarop ik onmiddellijk verliefd werd en waar ik nog steeds woon en werk’. Na haar master solliciteerde ze bij de opleiding tot rechter en werd afgewezen, een van de eerste echte tegenslagen in het leven. ‘Achteraf het beste wat me had kunnen overkomen’, zegt ze nu. Verontwaardigd belde ze met de toelatingscommissie. Ze had toch hoge cijfers, wat was er mis met haar? ‘Ga eerst maar eens wat levenservaring opdoen’, zei de mevrouw die ze aan de lijn kreeg. ‘En natuurlijk had ze groot gelijk, ik was nog steeds zo groen als gras. Je moet er toch niet aan denken dat ik op mijn 24e zware criminelen had moeten veroordelen?’ Inmiddels is ze wel een dag in de maand plaatsvervangend rechter bij de rechtbank Noord-Holland.

Zonder veel fiducie startte ze met een tweede studie, criminologie, en werd er vrijwel onmiddellijk door gegrepen. ‘Want het is eigenlijk heel raar dat er vanuit het recht maar weinig contact is met sociale wetenschappen. Bij criminologie kreeg ik een veel bredere blik. Ik wist al alles over wet- en regelgeving en nu deed ik onderzoek naar het maatschappelijk effect ervan. Gelukkig zie ik dat nu meer interdisciplinair onderzoek gedaan wordt.’

Tijdens haar promotie stuitte ze op een woord dat een leidraad zou worden in haar carrière: crimmigratie. Het verschijnsel dat de scheiding tussen strafrecht en immigratierecht langzaam maar zeker begint te vervagen, terwijl het toch duidelijk van elkaar gescheiden rechtsgebieden zijn. Van der Woude bezocht in 2006 voor haar PhD een conferentie in Buffalo waar de Amerikaanse wetenschapper Juliet Stumpf het begrip introduceerde. ‘Ze had daarmee ook een vooruitziende blik. Kijk alleen maar naar het beleid van Trump die ouders en kinderen scheidde als ze illegaal de grens over zijn gekomen. En ook in Europa is in een flink aantal landen illegaliteit strafbaar gesteld, soms is zelfs de hulp aan illegalen strafbaar gesteld. Mensen die anderen geen schade hebben toegebracht worden als criminelen behandeld.’

Van der Woude’s onderzoek onder grensbewakers en gecontroleerden is nu uitgebreid naar andere Schengen-landen. Haar promovendi doen veldwerk bij verschillende Europese binnengrenzen. ‘Op zich duiden de eerste onderzoeksresultaten op vergelijkbare uitkomsten als in Nederland’, constateert ze. ‘Overal worden de bevoegdheden opgerekt en lijken er problemen te zijn met etnisch profileren.’ De controles bieden alleen schijnzekerheid, vindt ze, en woekeren angstgevoelens voor vreemdelingen aan. ‘Echte criminelen weten waar de controles staan en dat die over een paar uur weer weg zijn. Grote smokkelaars van wapens, drugs en ook mensen sturen zelfs verkenners die kijken of de weg vrij is. Die worden nooit gepakt. De extra controles die na de vluchtelingencrisis overal zijn ingesteld hebben alleen maar de onrust bij de inwoners van de grensstreken doen toenemen.’

Van der Woude maakt zich zorgen om de verharding die plaatsvindt ten aanzien van vluchtelingen. ‘Dat zie je alleen al in de beeldspraak. Als men het heeft over een tsunami van vluchtelingen, dan worden mensen ontmenselijkt.’ Wetenschappers moeten nuanceren, een context bieden, vindt ze. ‘Neem nu dat Franse onderzoek dat vluchtelingen geen negatieve invloed hebben op de economie van een land. Dat krijgt nauwelijks aandacht. Het is onze taak om die informatie wél te verspreiden.’