Komt er een museum in het huis van de oude Drees?

De geest van Drees

Verdient het oude huis van Willem Drees sr. een bestemming als museum annex documentatie centrum? In de geest van de grote staatsman is de familie tegen.

«Nooit van zijn leven heeft hij iemand een schurkenstreek geleverd, zodat hij nu nog een bladzijde in onze vaderlandse historie is en straks tot een voetnoot zal zijn ineengeschrompeld.»

(Uit: Nooit komen rampen, Mets & Schilt, 2001)

Martin van Amerongen zag de ineenschrompeling van de grote sociaal-democratische staatsman tot voetnoot bij de vaderlandse geschiedenis. Henk Kool (47), de huidige fractievoorzitter van de PvdA in Den Haag, ziet het anders. Hij wil de herinnering levend houden aan Willem Drees sr. — de grondlegger van ons sociale zorgstelsel, minister van Sociale Zaken in het eerste naoorlogse kabinet, premier van 1948 tot 1958, voor de Tweede Wereldoorlog ook nog wethouder in Den Haag, in de volksmond der grootouders ook wel bekend als «Vadertje Drees» en «Wethouder van Nederland». Na de oorlog woonde Drees op de Beek laan nummer 502 in Den Haag, waar hij in 1988 op 101-jarige leeftijd overleed.

«Als je in Den Haag Drees zegt, zeg je Beek laan», aldus Kool, die anderhalf jaar geleden bij het bewuste huis aanbelde en daar «Ome Jan» trof, de laatste nooit uit het ouderlijk huis vertrokken zoon van de vermaarde staatsman. Geïnspireerd als Kool was door het Hemingway-huis in Florida en het Jacques Brel-huis in Brussel stelde hij voor iets dergelijks te doen met de Beeklaan. Jan Drees vond het niet nodig. Maar was hij ertegen, wilde Kool weten. Dat nu ook weer niet. Dan ben je vóór, concludeerde Kool opgewekt. Kool schreef een brief aan de familie waarin hij zijn intenties kenbaar maakte en besloot, voor het overige, te wachten tot ook Jan Drees het tijdelijke met het eeuwige zou verwisselen. Dat gebeurde op 1 maart van dit jaar. De kwestie werd direct actueel. De familie had het huis al die 57 jaren gehuurd. De eigenaar had de advertentie «Te koop: het oude huis van Drees» al bij de krant opgegeven. In allerijl moest Kool een half miljoen euro «bij elkaar fietsen». Woningbeheer Den Haag NV bleek in mei bereid het huis tijdelijk te kopen en nu heeft Kool tot 1 december de tijd om het bedrag op te brengen. Lukt dat niet, dan wordt het huis alsnog verkocht aan een particulier.

Met nog drie maanden te gaan moet Kool een bestemmingsplan op tafel leggen waarmee de familie Drees kan instemmen. Vervolgens moet er een nationale inzamelingsactie komen en moeten er sponsors worden gevonden. Dat lijkt nogal krap, maar Kool is optimistisch. De laatste maanden hebben de media aandacht aan het initiatief besteed en meldden woningbouwverenigingen, fondsen en nog immer dankbare aow’ers zich spontaan om het project te steunen. Zo maakte Netwerk een item waarin Kool op bezoek gaat bij een oude Haagse dame, die hem enkele pengetekende portretten van Drees op leeftijd laat uitzoeken voor een mooi plekje in het museum. En dat Drees niet alleen leeft bij hoogbejaarde Nederlanders blijkt volgens Kool wel uit het feit dat de Jonge Socialisten het politieke jaar op 6 september willen openen met een debat in het huis aan de Beeklaan.

Bij prof. dr. Willem B. Drees, kleinzoon van, werkzaam als theoloog en natuurwetenschapper, wekte de groeiende media-aandacht ondertussen de nodige irritatie. In een ingezonden brief in de Haagsche Courant fileerde hij vorige maand het initiatief van Kool. Eigenlijk ziet hij in geen enkel plan voor Beeklaan 502 heil. Een museum moet het vooral niet worden. Dat zou het eenzijdige beeld van de hoogbejaarde staatsman, die zijn laatste decennia sleet in een verstild jaren-vijftigdecor, alleen maar versterken: «Ik zie niets in een op het verleden gerichte vorm. Wat zal het kopen, inrichten en onderhouden van het huis niet allemaal kosten? Wat zal het, daar in die buitenwijk, méér kunnen worden dan een treurig museum met een enkele bezoeker per week? Een gedenkhuis zou neigen naar persoonsverheerlijking en dat past niet bij de opvattingen van mijn grootvader. Aan een studiecentrum lijkt mij ook weinig behoefte. Zijn boeken zijn verkrijgbaar bij bibliotheken en universiteiten. Een op de jeugd gericht educatief centrum over democratie, openbaar bestuur en sociale voorzieningen — zaken die hem ter harte gingen — daar zou ik geen bezwaar tegen hebben. Maar dan betwijfel ik of de Beeklaan daarvoor de aangewezen plek is. Laat er gewoon mensen wonen. Een gevelsteen zou voldoende zijn.»

Op het oog heeft Drees gelijk. Drees sr. zelf zou er waarschijnlijk ook tegen zijn geweest. Er staat al een standbeeld bij de toegang tot het Binnenhof. Het gedachtegoed van Drees wordt levend gehouden middels de jaarlijkse Willem Drees-lezing en het naar hem genoemde hoogleraarschap in Amsterdam. En als je Kool zelf vraagt wat hij nu precies heeft met de Beeklaan en de oude Drees, dan trekt het antwoord je ook niet direct over de streep.

Kool: «Ik heb hem nooit ontmoet. Maar ik woonde in de tijd dat ik op de Haagse redactie van Trouw werkte vlak bij de Beeklaan. In die tijd was Willem Breedveld verantwoordelijk voor de necrologie van Drees. Als ik een ambulance door de straat had zien rijden, meldde ik dat aan Breedveld en vroeg dan of hij het stuk al klaar had. Nee, natuurlijk. Daar kon ik hem behoorlijk mee op stang jagen. Ha, ha. Maar goed. Drees, ja. Is natuurlijk een zeer bijzondere man geweest. Wars van opsmuk, zuinig en matig, bescheiden en betrokken, het tegendeel van groots en meeslepend. Een strijder voor gelijke kansen voor iedereen. Ik zie dat als typisch Nederlandse waarden.»

De politieke ideeën van Drees zijn ook nu nog relevant, zegt Kool. Maar op de vraag welke dat dan zijn, mompelt hij iets over Drees als voorstander van de nationalisering van nutsbedrijven en over diens uitgesproken opvattingen over Europese eenwording. Maar verder weet Kool het ook niet precies.

Ook bij de Jonge Socialisten, die straks in het huis gaan discussiëren over de vraag hoe links de PvdA is, is Drees niet echt gefundenes Fressen. Voor voorzitter Peter Scheffer (22) heeft hij vooral een grote symbolische betekenis: «Drees is een oude held, die ik bewonder zoals ik ook Che Guevara bewonder. Je hebt helden nodig om voor je idealen te knokken. De huidige politiek is één grote grijze massa. Ook de PvdA. Drees staat voor mij voor het pure socialisme. Een inspirator, een symbool. Maar om te zeggen dat ik het verzameld werk van Drees op mijn nachtkastje heb liggen, nou nee.»

Kool blijft niettemin overtuigd van zijn eigen goede idee. Hij neemt de verslaggever mee naar het bewuste, nu reeds maanden leegstaande huis. Een fraai tussenherenhuis uit 1913, nog zo goed als in de originele staat. Mooie glas-in-lood ramen, mooi bewerkte plafonds en panelen. Drie ruime, goed onderhouden, zuinig bewoonde etages. En kijk, daar staat het witte, granieten bad, waar de minister van Staat dagelijks in en uit zal zijn gestapt. Een roerende gedachte.

Het idee om er helemaal een museum van te maken, heeft Kool laten varen. Maar zoiets als een «huis van de democratie», met een kamer waar je wat persoonlijke spullen van Drees kunt bekijken, dat zou hier toch prachtig zijn, betoogt hij. «Kijk eens naar hoe de samenleving tegenwoordig in elkaar steekt. Mensen wijzen beschuldigend naar elkaar en weigeren hun eigen verantwoordelijkheid te nemen. We hebben een idioot met een Bentley als minister. Er komt een Huis van Fortuyn, er komen twee standbeelden voor die man van wie we nog maar moesten afwachten of hij echt iets goeds voor dit land kon doen. Drees heeft echt iets tot stand gebracht. Eigen verantwoordelijkheid — dat straalde hij uit. Het zou jammer zijn om zijn naam en de bekendheid van dit huis niet te gebruiken.»

Kool wil met het huis een monument oprichten voor de onkreukbare, volledig betrouwbare, sobere en degelijke burgerman die Drees was (en die hij zelf niet is). Kleinzoon Drees is, in de geest van zijn grootvader, tegen maar moet misschien verder kijken. Heeft Kool niet een goed punt als hij in deze tijd iets tentoon wil stellen van de normen en waarden en de manier van politiek bedrijven die Willem Drees zo belangwekkend en succesvol hebben gemaakt?

Om het Willem Drees Cultureel Centrum of het Willem Drees Huis van de Democratie tot een aansprekend geheel te maken, zouden de van elkaar verschillende Kool en Drees elkaar juist goed kunnen aanvullen. Kool is rekkelijk. De energieke, ijdele initiatiefnemer. Met genoegen vertelt hij dat hij Radio West en het Haagse culturele centrum De Batterij heeft opgericht. Daar zou hij graag het Willem Drees Huis aan toevoegen. «Ik ben een aanjager. Dan ben ik weer weg», zegt Kool. Drees is precies. Een ingetogen en zorgvuldige man. Zo dicht bij de bron opgegroeid dat hij bij uitstek in staat zou zijn om tentoonstellingmakers op de juiste wijze te inspireren.

Een Willem Drees Huis waar scholieren zich bewust kunnen worden van de helemaal niet zo vanzelfsprekende verworvenheden van hun samenleving – waarom eigenlijk niet? De buurt kan het ook gebruiken. En premier Balkenende, die tijdens de verkiezingscampagne de mond vol had van het goede rentmeesterschap, en daarbij aan de oude Drees gedacht moét hebben, zal met plezier de opening verrichten.