Onmogelijk verhaal, magistrale film

De gefluisterde waarheid

The Tree of Life van Terrence Malick vertelt het verhaal van de mens, als soort en als individu. En het verhaal van de ziel van de mens. Hoop is er altijd…

OP HET EERSTE gezicht lijken de wereld daarbuiten en die op het scherm, dat trouwens vele maten te klein is en daardoor volstrekt ongeschikt voor deze specifieke film, in niets op elkaar. In het centrum van Amsterdam zie ik een film over de geboorte van de aarde, dinosaurussen en het begin van de mensheid vermengd met dromerige beelden over angst en repressie en liefde en hoop in de burgerlijke bungalowwereld van Waco, Texas, anno jaren vijftig. Een bizarre film. Wat heb ik aan deze bizarre film? Maar de echte impact van Terrence Malicks The Tree of Life is onmiskenbaar voelbaar juist wanneer ik Tuschinski verlaat en naast de trambaan richting de Munt loop, met overal om me heen zwetende toeristen en plakkerig fastfood. Links het oude gebouw van een bank. Dat ja, in de grootsheid ervan wordt iets gereflecteerd van de glimmende, met groothoeklenzen verfilmde wolkenkrabbers ergens in een Texaanse stad waar acteur Sean Penn een moment van inzicht beleeft dat misschien slechts een paar seconden duurt, maar dat eigenlijk de hele film is. Je moet dus even stilstaan, dat leert deze film je, en dan proberen het leven om je heen te zien voor wat het werkelijk is.
Malicks nieuwste film, slechts zijn vijfde in zo'n veertig jaar, heeft een soort magie of spiritualiteit als kern, vormgegeven door wat je zou kunnen typeren als de poëzie van de gefluisterde waarheid - daar draait zijn werk immers consequent om. Gedichten zacht voorgedragen door een vrouw die in The Thin Red Line (1998) zwaaiend op een schommel zit te vrezen voor het leven van haar geliefde ergens in de jungle van het oorlogstheater in de Stille Zuidzee; het wuivende gras als fluistering over de liefde van kapitein Smith voor Pocahontas in The New World (2005), en de zachte muzikaliteit van de bewegende lichamen van arbeiders in het Texaanse korenveld tijdens de Depressie in Days of Heaven (1978).
Waarom toch al dat wuivend gras in het werk van Malick? Het is ongetwijfeld zijn belangrijkste metafoor. In The New World vraagt John Rolfe aan Pocahontas: ‘Wie ben je, waarover droom je?’ Ze antwoordt: 'We zijn als gras…’
Sommige films laten ons de bekende wereld op een volstrekt nieuwe manier zien. Als dat gebeurt kunnen deze werken onverwachte effecten hebben. Zeker in de eerste minuten na de eindtitels, in die kostbare momenten van verbazing, verwondering of simpelweg verrukking. En te meer als deze film het fabuleuze, wat betreft lef misschien wel in de filmhistorie ongeëvenaarde The Tree of Life is, een film die je sprakeloos laat of je, zoals in mijn geval, lopend op straat hier in onze stad die iedere week meer op een kermis gaat lijken ook maar iets doet fluisteren, al is het deels uit wanhoop over de banaliteit om je heen, iets als: 'God, wat een film.’
God. Het begint met een tekst uit Job. Ik meen, vertaald: 'Toen ik de fundamenten voor de aarde legde, waar was je toen? Vertel het, als je er iets van afweet.’ Malick laat zijn verteller, Jack O'Brien (Penn), zoon van 'Meneer O'Brien’ (Brad Pitt) en 'Mevrouw O'Brien’ (Jessica Chastain), een soort gesprek met God voeren, of in ieder geval met de schepper of scheppende kracht achter de mens en zijn wereld, gerepresenteerd door een lichtbron in de vorm van een vlam op het scherm.
Tussen begin en einde ligt het accent op de jeugd van Jack, in de jaren vijftig waar hij met zijn gezin in Waco, Texas, woont. Zijn vader is autoritair, maar toch op momenten ook liefdevol. Zijn moeder is constant aanwezig, maar het is alsof ze er niet echt is. Waar de vader van alles te zeggen heeft, daar zweeft de moeder als het ware (soms letterlijk) stil door het huis heen, door het leven van haar kinderen en door deze film.
En toch is de moeder alles. Wat een radicaal stijlelement past Malick toch niet toe om dit idee naar voren te schuiven: een stem die iets fluistert. 'Moeder.’ Dat is niet de eerste keer dat een verteller dat woord in zijn films zacht uitspreekt, bijna alsof het om een verering gaat. Pocahontas bijvoorbeeld: 'Mother, where do you live? In the sky? The clouds? The sea?’ Een vraag. Wie fluistert heeft misschien iets zo kostbaars ontdekt dat het delen ervan met de buitenwereld tot vernietiging van de waarde van het woord of van de fluistering ervan zal leiden. Want het gaat om een delicate balans tussen tegenstellingen: hemel en aarde, schepping en vernietiging, banaliteit en verheffing, schoonheid en walging, leven en dood. Vooral dat: de bron van het leven. De moeder. De planeet. Of de 'levenskracht’. God? Vraagt de film ons in God te geloven?
Dit klinkt allemaal erg onwaarschijnlijk. Je zou kunnen zeggen: waar is de ironie? De distantie? Het engagement, zeker in de huidige tijd. Inderdaad, toen The Tree of Life recent op het festival in Cannes draaide, reageerden sommige recensenten naar verluidt met boegeroep. Anderen weer waren verrukt en schreven eerste, enthousiaste recensies. De toekenning van de Gouden Palm volgde. Nu was vrijwel iedereen het eens over het feit dat Terrence Malick, de Texaan die zich zelden in het openbaar vertoont en al helemaal geen interviews over zichzelf of zijn werk geeft, een film heeft gemaakt die zich nauwelijks laat omschrijven behalve met typeringen als: een bevreemdende mix van menselijk drama, kosmologie, geologie, microbiologie, de evolutieleer, religie en het mysticisme. Een filosofische film. Een religieuze film. Een tenenkrommend emotionele film waarvan slechts de maker de precieze betekenis weet?

MISSCHIEN is dit laatste stukje kritiek ook wel terecht of op z'n minst begrijpelijk. Aan de andere kant: The Tree of Life ís een uniek cinematografisch werk. Ik ken geen andere film die zich in een doodgewoon stadje afspeelt en waarin normale, herkenbare mensen centraal staan, maar waarin ook voor het gevoel eindeloos beelden worden getoond van het leggen van die 'fundamenten van de aarde’. En wie zijn wij dan om daar iets over te zeggen. De maker is aan het woord. De kunstenaar. Wij kunnen alleen maar kijken als Sean Penn in die scène in de schaduw van de zilveren wolkenkrabber: verwonderd, met onze ogen dicht.
Eerst is het donker. En dan volgt de eerste flikkering van leven. De aarde vanuit de ruimte gezien. Een komeetinslag. Vervolgens een sprong in de tijd naar de wereld van de personages en hun handeling in het verhaal. Zo wordt het verhevene even ongegeneerd als vanzelfsprekend met het alledaagse verbonden. Het beeld waarin Meneer O'Brien verwonderd naar de haast doorschijnende voetjes van zijn pasgeboren baby staart illustreert het idee dat schoonheid overal in zit. Het is een vernietigende scène: de grote, sterke vader overweldigd door de pracht van de mens als creatie.
Maar waarom blijft hij dat dan niet zien? Meneer O'Brien is een teleurgestelde man die meer dan slechts de suggestie van geweld in zich heeft. Tegenover hem staat Mevrouw O'Brien, moeder. Waar hij een en al denken en kracht is met zijn bril en sterke kaaklijn, daar is zij efemeer met haar grote ogen, rood haar en kwetsbare lichaam. De drie jongens van het echtpaar zijn bang voor hem. Naar haar hunkeren ze, zeker Jack die ironisch genoeg in zijn opstandigheid steeds meer op zijn vader gaat lijken en hiermee de belichaming van het grote thema 'verlies’ wordt - verlies van onschuld, van een familielid, van een tijd die nooit meer zal terugkeren en uiteindelijk ook van herinneringen aan momenten van tederheid.
Dit zijn allemaal dingen die Jack overpeinst in de paar seconden waarin hij tussen de wolkenkrabbers ergens in een stad in Texas even 'verdwijnt’, met zijn ogen dicht, net als wij kijkers weg, het verhaal in. De suggestie is dat hij een succesvolle zakenman is, wellicht dankzij het advies dat hij zijn leven lang van zijn vader had gekregen en dat impliceert dat hij 'hard en slecht’ moet zijn wil hij vooruitkomen in dit leven. En het heeft hem niets gebracht - dat is het inzicht dat hij nu krijgt en dat verandering in zijn karakter teweegbrengt. Wat telt, realiseert Jack zich, is het maken van herinneringen. Is dit wat Malick wilde: een film creëren om daarmee in het reine te komen met zijn eigen verleden, zodat de balans tussen heden en verleden wordt hersteld?
Misschien bestaat alle kunst uit herinnering, misschien is dat ook juist wat het leven op aarde impliceert, niet alleen voor wat betreft menselijke herinneringen, maar ook het verleden opgeslagen in de natuurkundige geschiedenis van onze planeet. En misschien zijn deze twee dingen onlosmakelijk met elkaar verbonden. En misschien legt The Tree of Life al deze dingen bloot.
Dat Malick erin slaagt dit grote, in feite onmogelijke verhaal te vertellen aan de hand van een micronarratief gesitueerd in een middenklassehuis in Waco is een fenomenale prestatie. Alles voelt nieuw aan in dit doorgaans met een groothoeklens gefilmd werk. Zelfs ogenschijnlijk normale beelden hebben iets bijzonders: een schaduw van iemand, maar dan ondersteboven; een vader die z'n zoons leert boksen; een moeder die dan weer over het gazon rent, dan weer magisch naast de boom, die van 'het leven’, in de lucht zweeft; een veld vol zonnebloemen in bloei; een vader verrukt van Brahms, een jongen die de grenzen van zijn bestaan verkent en vervolgens onbewust maar desalniettemin genadeloos in zijn ziel plannen van opstand tegen de vader smeedt en de corruptie in zijn eigen hart voedt.
En dan weer een man die zijn ogen opeens opendoet en daarmee de roes van de herinnering verdrijft. The Tree of Life heeft autobiografische elementen, voor de maker, maar zeker ook voor de kijker. Dit is het verhaal van de mens, als soort en als individu. En het verhaal van de ziel van de mens, ogenschijnlijk voor altijd verdeeld tussen de gewelddadige oerkrachten van de natuur en die van het sublieme, van gratie en schoonheid en genade. Hoop is er altijd; dat bewijst de filmervaring die The Tree of Life biedt. En dat wordt verwoord door de symbolische eerste vrouw, Pocahontas: 'I will find beauty in all I see.’