H.J.A. Hofland

De gegijzelde wereld

Alle partijen hebben zich in hun steeg gemanoeuvreerd. Ze kunnen nog verder, zoals Rusland en Frankrijk als ze hun veto over een nieuwe oorlogsresolutie uitspreken. Ze kunnen ook proberen een beetje terug te gaan, zoals Blair nu probeert, door Saddam meer tijd te willen geven. In een bij voorbaat vergeefse poging zijn beste vriend te redden kan Bush het voorspel nog wat rekken, maar niet lang meer, want ook de machtigste man ter wereld zit in zijn zelfgemaakte trechter. De heren Balkenende en De Hoop Scheffer doen alsof ze nog vrij rondlopen, maar na de eerste bom zullen ze, wat minder zichtbaar, in de buurt van Bush en Blair staan, met of zonder welke resolutie van de VN dan ook.

Dit zijn de laatste windstille dagen, waarin er voor de wereld niets anders opzit dan te luisteren naar de zoveelste herhaling van de bekende argumenten, steeds luider wederzijds aan dovemansoren gericht. Het is het laatste geschreeuw uit de conferentiezalen, voordat het wordt overstemd door het geschreeuw van de gewonden en stervenden op het slagveld en in de steden van de collateral damage, om het ouderwets dramatisch uit te drukken. Ik probeer me te verplaatsen in mijn voorgangers die op 31 juli 1914 en 31 augustus 1939 hun stukjes in de krant moesten schrijven. Lees nog een paar bladzijden in Barbara Tuchman’s The Guns of August, de citaten uit het dagboek van de Luikse gemeentebestuurder die de Duitse kanonnen voorbij zag rollen, speciaal door Krupp gemaakt om de Belgische fortificaties te verpulveren. Geen probleem. Dat was toen het begin van het volgende bedrijf, nadat de partijen zich onwrikbaar in hun stegen hadden gewrongen. In het begin verliep de opmars van het leger van Von Gluck op rolletjes.

Deze oorlog is onvermijdelijk geworden door drie oorzaken die in elkaars verlengde liggen. De eerste ligt in het zich gestaag verder ontwikkelende neoconservatieve wereldbeeld van deze Amerikaanse regering. Dat is steeds ambitieuzer, omvattender en optimistischer geworden. Van de ontwapening van Saddam naar de regime change uiteindelijk naar de herbouw van het hele Midden-Oosten, om deze hele regio in een proces van jaren tot de moderniteit te bekeren. Het optimisme ligt dan in het vertrouwen dat dit gigantische project dankzij de onuitputtelijkheid van de hypermacht, ongeacht alle tegenstand, op den duur kan worden verwezenlijkt, desnoods zonder hulp van andere naties. En dit is dan meteen de tweede oorzaak. Dit Amerika van Bush vertrouwt dat het de wereld kan hervormen, te zwaard, en niet goedschiks, dan maar kwaadschiks. Een klein aanvullend bewijs daarvoor is de Amerikaanse afwezigheid bij de opening, deze week, van het Internationaal Strafhof in Den Haag.

Zo komen we aan de derde oorzaak. Wie in deze utopie van dit alzijdig zegenrijke Amerikaanse unilateralisme niet gelooft, wordt niet simpelweg beschouwd als oppositie, niet als een redelijke tegenstander met wie door kracht van argumenten misschien tot een compromis valt te komen. In dit geval is de tegenstander onherroepelijk een ketter. Niet redelijke tegenspraak is zijn deel, maar vervloeking in de vorm van verdachtmakingen en scheldpartijen. Lafaards, appeasers, handlangers van de dictatuur, rancuneuzen die het Amerika nooit hebben vergeven dat het hen heeft bevrijd, enzovoort. Niet mee te praten. De derde oorzaak van de onvermijdelijkheid van de oorlog is de ontoegankelijkheid van Bush en de zijnen; de ontoegankelijkheid die zeloten kenmerkt.

Deze overtuiging heeft Bush en zijn filosofen gekenmerkt sinds het ogenblik waarop de presidentscampagne begon. De elfde september heeft korte tijd een versluiering veroorzaakt; wereldwijde solidariteit viel Amerika ten deel. Daarna werd Saddam door Washington weer tot wereldvijand nummer 1 uitgeroepen. En het absurde is dat, hoewel weinigen in het Westen over zijn onguurheid van mening verschillen, juist deze man alle beproefde allianties, de Verenigde Naties en de Veiligheidsraad heeft kunnen splijten met niet meer dan de chicanes die iedereen van hem kent. Niet Saddam — verzwakt dictator, alzijdig in zijn land opgesloten, onder permanente inspecties — is de grootste zorg van de wereld buiten Washington, maar wat er met de wereld gebeurt als het werkelijk tot de gruwelijke ontlading van de oorlog komt. En het verzet van de oppositie wordt tot woede, omdat in Washington is beslist dat deze oorlog onvermijdelijk is, wat de wereld daar ook van mag denken. Het verzet tegen de oorlog komt voort uit de weigering van de wereld door Saddam en Bush in gijzeling te worden gehouden.

Dat is geen vorm van appeasement of anti-Amerikanisme. Het is buitengewoon jammer dat in het Europese en zeker het Nederlandse debat over de oorlog de strikt morele argumenten overwegen, waarbij de vraagstukken van de politieke macht nauwelijks aan de orde komen. Het is een groot tekort van de Nederlandse discussie dat aan het Amerikaanse verzet zo weinig aandacht wordt besteed. The New York Times voert al maanden een heldhaftige strijd tegen de oorlogspolitiek, vooral ook omdat de krant van mening is dat de hypermacht verzwakt uit een lange strijd tevoorschijn zal komen. Na het hoofdartikel van dit weekeinde, «Saying ‹no› to war», wordt in bredere kring wat duidelijker dat het niet alleen gaat om de weerzinwekkendheid van de oorlog zelf, maar wat die in de machtsverhoudingen van de hele wereld kan aanrichten. Dit hoofdartikel zou dan ook bij de verplichte lectuur voor de kabinetsformatie moeten worden gevoegd.

In een bijdrage tot NRC Handelsblad (21 februari) schreef prof. dr. Rob van Wijk, Clingendael-deskundige, dat «Europa een probleem heeft als de VS bakzeil halen». Dat gebeurt niet. Hij besluit: «Want de gevolgen van een oorlog worden in hoog tempo minder ernstig dan die van het diplomatieke alternatief, dat door veiligheidsadviseur Rice al tot appeasement is bestempeld.» Het ernstigst mogelijke gevolg was toen nog niet zo duidelijk zichtbaar: dat van de oorlog die door het Amerika van Bush en het Verenigd Koninkrijk van een halve Blair wordt gevoerd, en waarin de rest van de wereld duidelijk maakt dat die niet tegen de hypermacht zelf, maar tegen de hypermacht onder deze leiding in opstand komt. Want in dat geval — niet meer denkbeeldig — worden Bush en de zijnen door de internationale organisaties opgeblazen en zullen ze tot nader order hun moreel gezag als wereldleider verliezen. Het hoeft niet, het kan gebeuren. Dan is het wachten op de nieuwe presidentsverkiezingen.