De geheimen uit de kniptassen

LOEK ZONNEVELD Tot eind april overal in het land. Theater Artemis, 073-123223.
Een van mijn eerste jeugdtrauma’s bestond uit tantes. Geharnaste dames met een zwarte kniptas op schoot, op verjaardagen nippend aan hun advocaatje met slagroom, gewapend met de herhaalde uitspraak: ‘Nou, het is toch zeker zo!’ Tantes grossierden in mijn jeugd met dat soort waarheden. Ik fantaseerde dat die waarheden door hun corset bij elkaar werden gehouden. Ik wou almaar in hun kniptas graaien, op zoek naar geheimen. Ze zijn bijna allemaal dood, mijn tantes. Het beeld van die kniptassen, dat is er nog. Wat zaten er toch voor geheimen in?

In het botaniseergezelschap waarmee de voorstelling AU! (Theater Artemis, Den Bosch) opent, proberen de heren De Jong en De Hondt weliswaar een dominante rol te spelen, de enge tantes Ligthart, Deswart en Blavas houden de touwtjes feitelijk stevig in handen. De groep is verdwaald in een regenbui. De dames en heren belanden in een geheimzinnig huis. Dat huis legt hun zijn wil op. Ze komen er niet uit voor ze hun ‘kniptassengeheimen’ hebben ontpeld. En daarvoor moeten ze terug naar hun kindertijd.
Het huis brengt de vijf volwassenen danig in de war. Een voor een krijgen ze een tikje, en prompt beginnen ze 'raar’ te doen, een belevenis uit hun jeugd te vertellen. Zo snel als ze kunnen, kruipen ze weer in hun grote-mensencorset.
Maar daar blijft het niet bij. In het huis wordt een verschrikkelijk geheim gevangen gehouden. En dat geheim moet eruit, de huilende kinderstem moet bevrijd worden. Daarvoor zullen de vijf volwassenen iets uit de kast moeten trekken dat ze achter zich hadden gelaten: moed. De dames Ligthart, Deswart en Blavas en de heren De Jong en De Hondt, ze moeten opnieuw leren moedig te zijn. En dat valt verdomd niet mee!
Tot zover de onthullingen; meer van de thrillerplot kan ik niet verraden. Dat zou 'zonde- van-God’ zijn, ook zo'n typische tantesuitspraak uit mijn jeugd. Een van de talloze mooie kanten van de produktie AU! is dat je die vijf volwassen types al na tien minuten een hele grondige verandering toewenst. Die hen vervolgens, op een zeer verrassende manier, ook overkomt. Ze kunnen gewoon niet meer terug.
Van de meest weigerachtige (het is geloof ik mevrouw Deswart) denk je almaar: die heeft een hoop te verbergen! Ze gaat wel mee in het spannende onderzoek naar de bron van de huilende kinderstem. En na afloop klap je voor de moed van die kleine, frele tante.
Ik zag AU! met een volgens mij ideaal publiek: veel kinderen, die bij de griezeleffecten in het spookhuis dicht tegen hun ouders aankropen, en die zich in de loop van de voorstelling weer losmaakten. AU! is gemaakt voor mensen 'van acht tot tachtig’. De voorstelling pelt ook dat cliche vaardig af. Vijf volwassenen willen zich niet meer groot houden, alleen dat weten ze nog niet. Ze komen daar in de loop van die zeventig minuten achter. En in de zaal zitten kinderen in eerste instantie een tikkeltje verbaasd te kijken naar rare mannetjes en vrouwtjes, die maar niet van hun corset en hun kniptassengeheimen kunnen afkomen - ondertussen lachen hun ouders zich kapot. Maar terwijl de kinderen helemaal uit hun dak gaan als de vijf curieuze ooms en tantes op het toneel weer kind worden, wordt het volwassen publiek daar weer stil van. Het is een ingewikkelde manier om te vertellen dat de handeling op het toneel zich in de zaal reproduceert. En dat is prachtig om mee te maken. Er wordt alles uit de kast getrokken om een thriller neer te zetten, waar je achteraf nog heel lang (ook met je kinderen) over kunt praten.
Marian Boyer heeft een gave tekst geschreven, Moniek Merkx heeft die zuiver geregisseerd. Sanne Danz, Marike Kamphuis, Joop van Brakel en Marc van Gelder hebben ervoor gezorgd dat AU! er uitziet (en klinkt) als een spannende film. Maar het is toch echt toneel. Petra Ardai, Brenda Bertin, Niek van der Horst, Joost Koning en Manon Nieuweboer zorgen daarvoor - een troepje acteurs om op te vreten.
Na de voorstelling wist ik wat ik jaren geleden met mijn tantes had moeten doen. Alle klokken in het huis stilzetten. Of: herfstbladeren in de kamer naar binnen blazen. Of gewoon achter een deur hard huilen. En dan wachten tot zij vragen: waarom huil jij? En dan aan hen vragen: waarom huil jij niet?