De geheimen van tom kok

Buitenhof: ‘Bestuurlijk is D66 volgens het wetenschappelijk bureau een chaos. U bent hier verantwoordelijk voor. Wat gaat er veranderen?’

Voorzitter D66: ‘Daar kan ik nog niet op vooruitlopen.’
Buitenhof: 'Laten we het dan maar even over de formatie hebben. Wat het aantal departementen betreft, het zijn er nu veertien. Moet dit aantal niet worden uitgebreid?’
Voorzitter D66: 'Dat laat ik aan de onderhandelingsploeg.’
Buitenhof: 'Maar wat is uw eigen mening?’
Voorzitter D66: 'Mijn mening moet ik onderdrukken voor die van de partij.’
Buitenhof: 'En het standpunt van D66 is: het moeten veertien departementen blijven?’
Voorzitter D66: 'Uitbreiding is bespreekbaar.’
Buitenhof: 'Als het er drie worden, van wie moeten die dan afgaan?’
Voorzitter D66: 'Laat ik dat nu eens even aan die ploeg overlaten.’
Buitenhof: 'Voor de herkenbaarheid van de partij zou het zinnig zijn een minister te hebben op Binnenlandse Zaken en een op Volksgezondheidà’
Voorzitter D66: 'Het is een optie, maar er zijn meer opties.’
'Openbaarheid van bestuur’ klonk het in september 1966. Het Appèl aan iedere Nederlander die ongerust is over de ernstige devaluatie van onze democratie zou de negentiende-eeuwse achterkamertjespolitiek uitbannen. Het is D66-voorzitter Tom Kok niet kwalijk te nemen dat hij toen nog in een levensfase zat waarin de zoete geluiden van kinderliedjes belangrijker waren dan het revolutionaire geroep van Hans van Mierlo. Dat hij nu, tweeëndertig jaar later, de taal van de partij nóg niet spreekt, is opmerkelijk. Of niet? Een partij in nood maakt rare sprongen. En dan vooral als deze zelf toegang heeft gekregen tot de donkere krochten van de politiek: de achterkamertjes van de paarse kabinetsformatie.
Buitenhof: 'Zingt u nog wel eens?’
Voorzitter D66: 'Natuurlijk, zeker op vaderdag.’
Buitenhof: 'Wat heeft u vanmorgen gezongen?’
Voorzitter D66: 'Dat houd ik geheim.’
Buitenhof: 'Weer een kinderliedje?’
Voorzitter D66: 'Dat zeg ik lekker niet.’ (pv)