Booker Prize

De gekke vrouw op zolder revisited

Op 6 oktober zal bekend worden welke schrijver dit jaar de prestigieuze Booker Prize zal krijgen. J.M. Coetzee, die de prijs al twee keer eerder won, is genomineerd met Summertime; A.S. Byatt, ook een vroegere prijswinnares, met The Children’s Book; Adam Foulds met The Quickening Maze; Hilary Mantel met Wolf Hall; Simon Mawer met The Glass Room, en Sarah Waters, meermalen genomineerd maar nooit in de prijzen gevallen, met The Little Stranger. Op de komende pagina’s beschouwingen over de drie kanonnen op de lijst: Coetzee, Byatt en Waters.

Medium sarah waters

Drie jaar geleden had Sarah Waters de Booker Prize moeten winnen. Ze stond toen op de shortlist met The Nightwatch (De nachtwacht), een uitgekiende roman, even duister en suggestief als Michael Haneke’s sinistere film Caché die in hetzelfde jaar in de bioscoop draaide. Een roman ook waarmee ze een heel nieuw pad leek in te slaan. Waters werd beroemd vanwege haar historische romans, waarvan Fingersmith (Vingervlug, 2002) overigens ook al op de shortlist prijkte. Met haar debuutroman, Tipping the Velvet (Fluwelen begeerte, 1998) – een roman scandaleuse die iedereen, lesbisch of niet-lesbisch, weke knieën bezorgde – was de verleidelijke en intelligente kracht van Waters’ verteltalent meteen duidelijk. Ze is er een meester in de lezer op het verkeerde been te zetten door te goochelen met dubbele perspectieven en onbetrouwbare vertellers. Met haar eerste drie romans schreef ze geen pastiche op de Victoriaanse roman, een bij voorbaat flauwe onderneming. Ze blies het genre onvervaard een heel nieuw leven in: vlezig, duister, griezelig zelfs. Dat laatste gold in sterke mate voor haar roman Affinity (Affiniteit, 1999), waarin een schroomvallige ‘spinster’ als een blok valt voor een Jomanda-achtige. Net als in Vingervlug, waarin twee meisjes als baby worden verwisseld, laat Waters zien dat mensen geneigd zijn datgene wat ze zien te interpreteren in het licht van wat ze verwachten te zien. Ze maakt dit niet alleen aanschouwelijk, maar aan den lijve voelbaar door ook de lezer zand in de ogen te strooien.
De nachtwacht was even wat anders, bijna een schok voor de diehard-Waters-fans. Allereerst schrijft ze hierin over een nabijer verleden: Londen gedurende de Tweede Wereldoorlog. Daarnaast is het vergeleken met haar eerdere werk een veel meer verstilde roman, waarin de nadruk ligt op de onderlinge betrekkingen van zeer uiteenlopende figuren. De personages zijn minder spectaculair, bleker, maar doordat Waters een retrospectief vertelprocédé hanteert, ook tragischer nog. In eerste instantie ontvouwen de verschillende levensgeschiedenissen zich wat onbestemd, zoals levensverhalen nu eenmaal voort kunnen kabbelen, zonder clou en met vele ongerijmdheden. Door twee keer een paar jaar met hen terug te gaan in de tijd leren we hen iets beter kennen en duiden. Maar niet helemaal, en hierin openbaarde zich de genius. Waters laat de lezer hard werken, gissen, invullen, op een perfect gedoseerde manier. Door terug in de tijd te gaan, zet ze de levensloop van haar personages in een treurig en onverbiddelijk licht. Aan het eind weten we niks, maar genoeg.
Een lange introductie om bij de roman uit te komen die dit jaar is genomineerd voor de Booker Prize. Terecht? Natuurlijk, altijd terecht, want hé, we hebben het hier over Sarah Waters. Met The Little Stranger verrast ze opnieuw, en dat was lange tijd, drie maanden om precies te zijn, want zo lang is het boek uit, het eufemisme van het jaar. Ze wilde, zo werd ze niet moe te herhalen in interviews, nu eens een echt spookverhaal schrijven, een geloofwaardig spookverhaal. En ook zei ze, al naar gelang het medium dat haar interviewde, dat ze nu eens níet ‘een lesbische roman’ wilde schrijven. En inderdaad is haar hoofdpersoon een keurige heteroseksuele man, een jonge huisarts, dokter Faraday, en ook inderdaad: een van zijn visites brengt hem in een oud landhuis waar het spookt. Een landhuis waardoor hij zwaar gefascineerd raakt; niet alleen kent hij het nog van vroeger, toen zijn moeder er kindermeisje was, maar ook gaat hij langzaam – zo godvergeten tergend langzaam – warmere gevoelens koesteren voor de dochter des huizes, al is die, laat Waters niet na te benadrukken, buitengewoon onaantrekkelijk, om niet te zeggen lelijk.
Aanvankelijk was het niet eens het spooky element dat maar niet echt spooky wilde worden dat het lezen van deze roman tot een wanhopige ervaring maakte. Het was de hoofdpersoon – kleurloos –, de verhaallijn – traag –, de context – belegen –, de vertelstijl – eindeloos in herhalingen vervallend –, de compositie – en toen en toen – … Alles was mat, saai, vlak. Zozeer, dat deze roman lange tijd tot ongeveer op de helft opengeknakt is blijven liggen. Dat is dus een van de consequenties van zo’n nominatie voor een grote literaire prijs: een boek kan met hernieuwde aandacht ter hand worden genomen. Sterker nog: een boek kan helemaal opnieuw gelezen worden. Zeker omdat het hier gaat om een schrijfster die heeft bewezen de kunst van het bedrog tot in haar vingertoppen te beheersen. Er moet ernstig rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat zij een gewiekst spel speelt met de lezer, die met zijn beperkte visie op de werkelijkheid dénkt dat hij een vervelend boek aan het lezen is.
En inderdaad: op pagina 377 (van de vertaling) begint het te dagen en op pagina 379 valt het kwartje definitief. The Little Stranger is Waters’ Jane Eyre! Het gaat allemaal om de vrouwelijke onderdrukte seksualiteit die érgens naartoe moet en zich zomaar kan ontwikkelen tot een gevaarlijke energie. Een energie die Charlotte Brontë, al wist ze het zelf waarschijnlijk niet, personifieert in een op zolder opgesloten gekke kwaaie vrouw, en die bij Waters de gestalte van een pesterig huisspook krijgt, in staat om vreemde tekens op muren achter te laten, voorwerpen te verplaatsen en doen verdwijnen, dat brand kan stichten en de bewoners van het huis tot waanzin kan drijven.
‘Wat bent u toch naïef’, krijgt dokter Faraday te horen als hij denkt de boel weer onder controle te hebben. Een klap in zijn gezicht, te vergelijken met de klap die de schrijfster de lezer verkoopt op de laatste honderd pagina’s van haar roman, dus nádat dat kwartje zo lekker leek te vallen. Weer heeft de schrijfster het geflikt: al het voorafgaande moet opnieuw worden bekeken. En gewaardeerd. Wát nou vrouwelijke destructieve kracht, wie heeft dat ooit verzonnen, lijkt Waters te willen zeggen. Er zijn wel wat engere zaken dan dat.

Medium waters

SARAH WATERS
THE LITTLE STRANGER
Vertaald als De kleine vreemdeling door Nico Groen, Richard Kwakkel en Lucie van Rooijen
Nijgh & Van Ditmar, 494 blz., € 19,90
Booker Prize