De gekooide dictator van Egypte

Caïro - Het was voor veel Egyptenaren een beeld dat ze nooit gedacht hadden te aanschouwen. Moebarak, de man die dertig jaar lang het land in een ijzeren greep had, lag op een bed in een ijzeren kooi. Bleek en zwakjes oogde hij, maar zelfverzekerd waren zijn woorden: ‘Ik ontken alle beschuldigingen.’

In Caïro waren tijdens het proces de straten opmerkelijk rustig. In elk koffiehuisje zaten mannen gekluisterd aan de televisie en elke taxichauffeur luisterde live mee. Het is het proces van de eeuw en iedereen heeft er een mening over. Veruit de meeste Egyptenaren zijn blij dat de dictator verdreven is en hopen op een fikse straf, bijvoorbeeld de doodstraf. Volgens hen is het belangrijk om radicaal te breken met het verleden, de revolutie tot een succesvol einde te brengen en een duidelijk signaal af te geven aan toekomstige leiders van Egypte en autoritaire regimes in de rest van de wereld. Maar er zijn er ook die nog altijd geloven in de onschuld van de president. Buiten de rechtbank hadden zowel voor- als tegenstanders van de president zich verzameld. Beide groepen hielden borden omhoog met de beeltenis van de beklaagde. De ene van een oude zwakke Moebarak, de andere van een jonge, sterke Moebarak.
De voorstanders waren met honderden naar het proces gekomen en hielden een emotioneel pleidooi voor hun ‘arme president’. Volgens hen heeft Moebarak altijd het beste voor gehad met Egypte. Hij vervulde een heldenrol als luchtmachtcommandant tijdens de Jom Kippoeroorlog en wist als president de vrede te bewaren. Daarvoor dient hij nu op z'n minst ‘met respect’ behandeld te worden.
Het is niet de eerste keer dat deze groep van zich laat horen. Het zijn de antirevolutionairen die zich al sinds het uitbreken van de revolutie aan het organiseren zijn, zowel op internet als op straat. Een Facebook-pagina genaamd Ana Asif Ya Rayyis, oftewel, ‘het spijt me meneer de president’, dient als virtueel hoofdkwartier van de antirevolutionairen. Meer dan honderdduizend mensen hebben daar aangegeven sympathie te hebben voor de groep.
Maar hun strijdvaardigheid laat te wensen over. Toen revolutionairen op 8 juli wederom het Tahrirplein in bezit namen, trokken de antirevolutionairen plichtsgetrouw naar het Roksy Plein, het centrum van hun straatprotesten, gelegen in een duurdere wijk aan de andere kant van de stad. Maar waar de revolutionairen drie weken met duizenden wisten vol te houden, was er na een week geen ziel meer te bekennen op het Roksy Plein. Een veroordeling van Moebarak zou voor de antirevolutionairen dan ook waarschijnlijk de doodsteek betekenen.