Menno Hurenkamp

De geldhonger van Boerma en Alders

Hoe zit het nou – mag je wel of niet rijk worden ten koste van anderen? De verontwaardiging van Wim Kok over «exhibitionistische zelfverrijking» van topmannen uit het bedrijfsleven haalde weinig uit. De salarissen stegen door. Dat Kok zelf een paar jaar later als commissaris die stijging goedkeurde maakte zijn geloofwaardigheid niet groter. Goedbeschouwd sprak iedere linkse én rechtse politicus zich de laatste jaren uit tegen angespeckte krijtstreepmannen die zichzelf een ton of wat extra gaven. Er kwamen gedragsvoorschriften (de «code Tabaksblat») maar behalve dat de inkomensgroei ook de bestuurders van overheidsbedrijven inspireerde, veranderde niks.

De directeuren die nu vanwege graaien in het nieuws zijn, claimen bezig te zijn met «concurreren in de markt». Daarvoor willen ze ook «beloningen volgens de markt». Maar als Michiel Boersma, chef van energiebedrijf Essent, denkt dat hij meer waard is dan, zeg, vijf ton per jaar, waarom zorgt hij dan niet dat hij een baan krijgt waar hij een miljoen vangt? Dat zou het marktprincipe zijn. Bij Essent speelt dat niet: Boersma speelt met andermans geld, zonder zelf ondernemersrisico te lopen. Mannen als hij lopen nul risico: sterker nog, bij blunderen volgt een gouden handdruk.

Inmiddels hebben álle lokale en provinciale besturen zich boos gemaakt en mogelijkheden gezocht om dit gedrag af te straffen. Dus uiteindelijk kon ook Jan Peter Balkenende zich gevaarloos druk maken. Ongetwijfeld zal wetgeving dit soort excessen wat binnen de perken houden. Maar het zou schijnheilig zijn om alleen het bedrijfsleven schuldig te verklaren. Daarvoor is het idee dat je, eenmaal aan de top aangekomen, moet pakken wat je kunt al te ver uitgezaaid. Een politicus als Hans Alders – een sociaal-democraat, for crying out loud – vindt het een mensenrecht om als commissaris van de koningin binnen te lopen op bijbaantjes. Dat maakt een serieuze discussie over inkomens onmogelijk. De Boersma’s schnabbelen van belastinggeld, maar de Aldersen van dit land schnabbelen van krediet van de politiek. Dat is erger.

Een voorstel ter herstel. De Tweede Kamer doet deze week iets nieuws – hoorzittingen over maatschappelijke vraagstukken die het parlement zelf van belang vindt. «De adviesraden van dit land» – de drieletterclubs SER, WRR, CPB, SCP en RMO – komen het parlement vertellen waar het heen moet met sociale zekerheid en vergrijzing. Dat is voor het eerst, vroeger werkten de gewichtige instituten alleen voor de regering. En hoewel deze clubs het nu nog moeilijk vinden om de «praatjes- en druktemakers» uit de Tweede Kamer serieus te nemen, heeft de volksvertegenwoordiging zo toch een middel om zelf kwesties te agenderen. Als de Kamer eens voorkwam dat dit gedoe telkens opflakkert en dooft wanneer de premier in eigen persoon «schande» bromt. Vraag de drieletterclubs om onderbouwde en expliciete stellingnamen over de inkomensverhoudingen van de toekomst. Discussieer daar publiekelijk over. De kwestie is simpel: goed betaalde werknemers verdienen nu honderd keer meer dan slecht betaalde werknemers. Als we dat niet actief willen verbieden, zijn de vragen: onder welke voorwaarden kan zo’n maatschappij blijven functioneren, welke inkomens moeten openbaar zijn, wanneer mag je bijbeunen, wanneer is extra geld eigenlijk een passende beloning? Dat levert tenminste een debat over rechtvaardigheid op waarin ook de verongelijkte geldhonger van self made men als Hans Alders bevraagd kan worden.