Na het oproer

De gele hesjes

Het protest van de ‘gele hesjes’ is in een nieuwe fase beland. Burgers pikken Macrons beleid van lastenverlichting voor de rijken en lastenverzwaring voor de middenklasse niet meer. ‘We zijn een fase van ultraradicalisering ingegaan, nog even en er breekt oproer uit’.

Protesten van de ‘gele hesjes’ bij de Arc de Triomphe op zaterdag 1 december. © Eric DESSONS / JDD / SIPA / HH

Op 29 mei 1968 belde de filosoof Raymond Aron met zijn voormalige leermeester, de van oorsprong Russische Alexandre Kojève. Parijs was al weken in de ban van gewelddadige protesten. En Aron maakte zich zorgen. Wat was begonnen als ludiek studentenprotest met leuzen en sit-ins was verworden tot een opstand waarbij hele veldslagen werden uitgevochten met de politie. Het ging hard tegen hard. Was zich een revolutie aan het voltrekken?

Aron kende de enigmatische Kojève sinds de jaren dertig, toen hij, in gezelschap van onder anderen Jean-Paul Sartre, diens beroemde seminar over Hegel bijwoonde. Kojève, die een fascinatie voor Stalin had en correspondeerde met de rechtse filosoof Carl Schmitt, antwoordde met een tegenvraag. Of men erop uit was te doden, wilde hij weten. Zo niet, dan was er weinig aan de hand. Aron had zich mee laten slepen, besefte hij nadat hij de hoorn eenmaal had neergelegd. Wat hij aanschouwde was iets dat léék op een revolutie. Kojève zou gelijk krijgen: de orde werd spoedig hersteld. En tijdens de verkiezingen later dat jaar behaalde de conservatieve Union pour la défense de la République een verpletterende meerderheid.

Hoe het protest van de ‘gele hesjes’ zal eindigen weten we waarschijnlijk over een paar weken pas. Zeker is wel dat het protest in een nieuwe fase terechtgekomen is. Helemaal sinds afgelopen zaterdag, toen het centrum van Parijs het toneel werd van wat je moeilijk anders dan als een stadsguerrilla kunt omschrijven. Opnieuw waren duizenden Fransen die dag uit de provincie naar Parijs getrokken. Al weken lopen ze te hoop tegen hoge lasten en achterblijvende koopkracht. De onvrede duidt op een diepgeworteld wantrouwen jegens het politieke establishment, geïncarneerd door Emmanuel Macron.

Het lijkt erop dat de jonge president met een verhoging van de dieselaccijns de lont in het kruitvat heeft gestoken. Een week eerder was al gebleken hoe explosief de situatie was, toen gele hesjes voor het eerst vanuit de provincie naar Parijs kwamen en huishielden op de Champs Elysées – la plus belle avenue du monde – met een ongekende ravage tot gevolg. Het bleek kinderspel met wat de hoofdstad het weekend erop te wachten stond: groepjes geradicaliseerde gele hesjes, links-revolutionairen en ultrarechtse militanten trokken een spoor van vernieling door de meest chique arrondissementen van de stad. Winkels werden geplunderd, auto’s in brand gestoken, straatmeubilair gesloopt.

Grote verontwaardiging was er over schending en plundering van de Arc de Triomphe, een van de symbolen van nationale trots. In eerste aanleg hadden ‘authentieke’ gele hesjes het gebouw veroverd op de politie en zongen, gezeten rond het graf van de onbekende soldaat, de Marseillaise. Dat was tot daaraan toe, maar al snel traden radicale elementen naar voren, brachten met spuitbussen leuzen aan op de muren, verschaften zich toegang tot het monument en namen selfies op het dak. Daarbij bleef het niet. In de loop van de avond doken beelden op van de plundering van het gebouw zelf. Dit was zoveel als heiligschennis.

Het geweld beperkte zich niet tot Parijs. Ook in steden als Nantes, Bordeaux, Toulouse en Dijon kwam het tot hardhandig treffen met de autoriteiten. In Puy-en-Velay, in de Haute Loire, ging een deel van de prefectuur in vlammen op. Over heel Frankrijk werden 682 personen gearresteerd (waarvan 412 in Parijs). Er vielen minstens 263 gewonden, waarvan 81 politiemensen. Er circuleren talloze filmpjes waarop te zien is dat de oproerpolitie in het nauw gedreven wordt. Op radiozender FranceInter doorbrak een politieagent zijn zwijgplicht en zei dat zijn collega’s de toestand amper kunnen bolwerken: ‘Dit is niet langer de situatie zoals we die kenden, met vandalen, black blocs (een militante anarchistische beweging – mk) en extremisten van linkse of rechtse signatuur. We zijn een fase van ultraradicalisering ingegaan, nog even en oproer breekt uit.’

De komende dagen zal de meeste aandacht dan ook uitgaan naar het geweld en hoe het tot bedaren kan worden gebracht. Zeker met oog op nieuwe aangekondigde demonstraties komende zaterdag – de vierde op rij. Maar daarmee is de woede waar het om begonnen was nog niet verdwenen. De accijnsverhoging op diesel weegt zwaar, maar is niet de kern van de zaak. Gilets jaunes die ik zaterdag sprak hadden het steevast over de spreekwoordelijke druppel die de emmer had doen overlopen. Claire Sarfati uit Marly-la-Ville bijvoorbeeld. Samen met een vriendin trotseert de 49-jarige basisschoollerares de flarden traangas op de rue de Rivoli nabij het Louvre. ‘In mei 1968 duurden de opstanden meer dan tweeënhalve maand’, zegt ze.

Sarfati, een gedrongen vrouw met auberginegekleurd haar, heeft moeite boven het geraas van de politiehelikopter uit te komen. Ze klaagt over gestaag toenemende lasten en achterblijvende koopkracht. En hoe ze zichzelf en haar twee kinderen de leuke dingen van het leven moet ontzeggen. Reken maar uit: een middagje bioscoop met iets te drinken is al snel vijftig euro. Dat is veel geld als je 1500 euro per maand netto verdient. Wat Sarfati vooral steekt is de onverschilligheid die Macron aan de dag lijkt te leggen wat betreft de onderkant van de middenklasse.

Een belangrijke steen des aanstoots is de afschaffing van de vermogensbelasting. Je hoort het overal in de gelederen van de gele hesjes. Hoe Macron daarmee een ‘cadeautje van drie miljard euro aan de rijken’ zou hebben gegeven. Commentatoren spreken al over de ‘erfzonde van het macronisme’. Het lijkt een enorme misrekening: in plaats van een drastische lastenverlichting voor de lagere inkomens ineens en een geleidelijk afbouwen van de vermogensbelasting, zoals sommige afgevaardigden van La Republique en marche, de partij van Macron, wensten, werd gekozen voor het omgekeerde scenario. Het voedt het sentiment niet serieus genomen te worden door ‘Parijs’, je niet gezien te voelen.

Zo bezien is de accijnsverhoging op diesel vooral nieuw zout in oude wonden. ‘We zijn vóór duurzaamheid’, zegt Christophe Renquin, een 32-jarige brandweerman uit Soissons, een paar straten verderop. ‘Maar de balans is zoek. Terwijl we het milieu redden moeten we ondertussen wél overleven.’ Laat de grote vervuilers betalen, zegt hij. Vliegtuigmaatschappijen, rederijen die container- en cruiseschepen uitbaten.

We zijn vóór duurzaamheid. Maar de balans is zoek. Laat de grote vervuilers betalen.

Renquin is die ochtend met een groepje van vijf vrienden naar de hoofdstad gekomen. Met hun stekeltjeshaar, sportjacks en bergschoenen steken ze nogal af tegen de geraffineerd geklede Parijzenaars die links en rechts voorbij schieten. Allemaal hebben ze het over de vermogensbelasting en is er de notie van een ‘elite’ die geen weet heeft wat er buiten de grote steden gaande is. Er is wrevel over ministerssalarissen, dienstauto’s en aantallen ambtenaren. Maar legt Macron dan niet steeds uit wat hij van plan is en waarom? ‘Dat wel’, erkent Renquin, ‘maar hij maakt het aldoor zo ingewikkeld, en hij doet steeds zo paternalistisch.’ De anderen knikken instemmend.

De duizenden gele hesjes die in het drukke centrum tussen het winkelende publiek en de toeristen rondzwerven bieden een onwerkelijke aanblik. Een zorgwekkende ook wel. Wat kan de politie hier uitrichten mocht het uit de hand lopen? Het is deels het gevolg van een spontane en leiderloze beweging als de gele hesjes. Een centraal aanspreekpunt hebben ze niet. De gematigden, zoals Sarfati en Renquin, lopen de rue de Rivoli af richting het stadhuis om uiteindelijk in de metro richting Gare de l’Est te verdwijnen. De meer fanatieke gaan de andere kant uit, richting de Champs Elysées. Ter hoogte van Place de la Concorde stuiten ze op een barricade van oproerpolitie.

Wie dieper in de gelederen doordringt ziet ook de tenues veranderen. Van alleen gele hesjes naar volledig strijdtenue, inclusief gasmaskers, helmen en skibrillen. Hier klinken de doffe explosies van het afvuren van traangasgranaten. Verscholen achter groengrijze schotten houdt een tiental demonstranten de linie. Stenen vliegen in het rond. Wolken traangas ontnemen het zicht. In een zijstraat staat een auto in lichterlaaie. Zwarte rook slaat tegen de zandstenen gevel van het kapitale pand met uitzicht over de Tuilerieën. Van de omwonenden is geen spoor te bekennen.

Een uurtje later, bij het invallen van de schemering, wordt kledingwinkel Zadig & Voltaire leeggeroofd. Van de overige winkels, restaurants en hotels op het rijtje sneuvelen de ruiten. Ook verderop, bij Madeleine, zie ik demonstranten op ordepolitie en traangas stuiten. Gele hesjes dragen ze niet. Wel zwarte kleding en rugzakken. Veel van hen zoeken een heenkomen in en rond de rue Saint-Honoré – de P.C. Hooftstraat van Parijs. Aziatische toeristen kijken verschrikt als groepjes demonstranten plantenbakken omver beginnen te trekken. Systematisch worden autospiegels afgetrapt.

Het is nog niets vergeleken met wat er op datzelfde moment in de straten rond de Arc de Triomphe gebeurt. Hier branden de auto’s met hele rijen tegelijk. Wanneer ik later op de avond terugkeer in de wijk is de ravage niet te overzien. Uitgaanspubliek – het is zaterdagavond tenslotte – baant zich onwennig een weg tussen uitgebrande auto’s en half gesmolten vuilniscontainers. Bij het Beursgebouw zijn de ramen ingeslagen. Het is niet langer in gebruik, maar het symbool is krachtig.

Parijs was getuige van een jacquerie fiscale vandaag, vrij naar de boerenopstanden tegen de adel van weleer. Hoe nu verder? De regering wil wel om de tafel, maar met wie? Afgelopen week hadden zich een achttal gele hesjes opgeworpen als woordvoerders van de beweging – hoewel hun legitimiteit direct werd betwist. Ze zouden worden ontvangen op Matignon, het werkpaleis van premier Edouard Philippe. Maar toen het moment daar was, kwam er maar één van hen opdagen, de 26-jarige Jason Herbert uit Angoulême. De andere zeven lieten verstek gaan nadat duidelijk was geworden dat er tijdens de bijeenkomst niet gefilmd mocht worden. Ten slotte haakte ook Herbert af. Hij zei niet in z’n eentje te kunnen spreken voor de gele hesjes. En ook dat hij talloze bedreigingen had ontvangen, voor ‘negentig procent’ afkomstig van andere gele hesjes.

Iedere dag brengt nieuwe gezichten, in dat opzicht vertoont de beweging weer wél het karakter van een revolutie. Zo riep Christophe Chalencon, een geel hesje uit de Vaucluse die de afgelopen weken veel te horen en te zien was, op om de gewezen legerleider Pierre de Villiers te benoemen tot premier. De Villiers zou de enige zijn die ‘de maatregelen kan nemen die we nodig hebben’. Chalencon, ijzersmid van beroep, liet in het midden wat die maatregelingen zouden inhouden. Zowel Marine Le Pen van de nationaal-populistische Rassemblement National als Jean-Luc Mélenchon van het hardlinkse La France insoumise probeert op de beweging mee te surfen. Allebei riepen ze op tot ontbinding van het parlement (en dus tot het uitschrijven van nieuwe verkiezingen).

Andere smaken zijn er qua oppositie niet en dat illustreert de ravage die Macron vorig jaar heeft aangericht met zijn beweging En Marche! Hij greep de macht via een revolutie vanuit het centrum en verpletterde daarbij zowel de centrum-rechtse Les Républicains als de centrum-linkse Parti Socialiste. Het bij de Franse kiezer zwaar in diskrediet geraakte politieke establishment kortom. Macron beloofde alles anders te gaan doen. De gele hesjes hebben daar zo hun twijfels over. In hun ogen is hij de voortzetting van de oude politiek. Zo’n maatregel als de opheffing van de vermogensbelasting, of de accijnsverhoging op diesel, zien ze daar bij uitstek als de illustratie van.

Toen Macron in 2017 de verkiezingen won noemde de filosoof Marcel Gauchet hem ‘de laatste kans voor het op normale wijze functioneren van de democratie’. Om maar even aan te geven wat er in Frankrijk op het spel staat. Wat te doen? Volgens voorzichtige eerste peilingen steunt ook na zaterdag nog steeds zo’n zeventig procent van de Fransen de gele hesjes. Macron lijkt er niet aan te ontkomen een gebaar richting de gele hesjes te maken. Welk gebaar dat is zal bepalend zijn voor zijn politieke toekomst, en wellicht voor die van de Franse democratie.