De gelovige: Arjen Buitelaar

Arjen Buitelaar (28) is geboren als gereformeerde jongen in Hasselt. Hij woont tegenwoordig met zijn eveneens Nederlandse vrouw en dochter in een buitenwijk van Zwolle.

Medium arjen buitelaar

’“Is het in de islam ook zo dat je niet mag liegen?” vroeg mijn moeder op een dag. “Ja”, was mijn antwoord. “Ben je moslim geworden?” vroeg ze vervolgens. “Ja”, moest ik daarop zeggen. Wat weken eerder, op een schoolreis naar Istanbul, had ik de islamitische geloofsbelijdenis uitgesproken in het bijzijn van een lokale imam. Dat was het einde van een lange ontdekkingsreis, waarbij ik al veel over de islam gelezen had.
Ik wist na thuiskomst niet goed wat ik moest vertellen en bleef aanvankelijk gewoon mee naar de kerk gaan. Maar ik ging intussen ook steeds vaker naar de moskee. Op een gegeven moment kwam het dus uit. Ik heb niet het gevoel dat mijn ouders me echt iets kwalijk namen, hoewel ze best eens zullen hebben getreurd of getwijfeld over mijn beslissing. Ze zagen al snel hoe goed het heeft uitgepakt in mijn leven en ze hebben ook mijn vrouw later als vanzelfsprekend in de armen gesloten.
Veel Nederlandse jongeren die zich tot de islam aangetrokken voelen, flirten een tijdje met radicaal, salafistisch gedachtegoed en hebben het de hele tijd over jihad als heilige strijd. Terwijl daar absoluut geen plaats voor is in de islam. In de koran staat niet voor niks: wie een mens vermoordt, vermoordt de hele mensheid.
Wat ik raar vind, is dat veel bekeerlingen heel lang zoeken en dan hun waarheid vinden in de islam, maar vervolgens ineens onkritisch een religie gaan volgen. Sjiieten blijven zoeken; ons geloof is filosofischer, zoekender en ook wat mysterieuzer dan het soennitische geloof, dat vaak wat rechtlijniger is en minder ruimte openlaat voor vragen. Het sjiisme is vooral logischer, vind ik: wij geloven in de twaalf imams, de nakomelingen van Mohammed. God is, ook voor Mohammed, al zo lang bezig geweest met de mensheid en stuurde allerlei bijzondere mensen. Het is gewoon logischer dat dit ook na Mohammed is doorgegaan. In mijn bijbel lees ik in Genesis ook over de twaalf prinsen die uit de stam van Ismaël en Hagar voortkomen. Dat zie ik dus als bewijs voor de twaalf imams.
Als we voor een praktische beslissing staan, raadplegen mijn vrouw en ik vaak de boeken of de website van ayatollahs. Ik heb eigenlijk nog geen echte keus voor een bepaalde ayatollah gemaakt. Als we er met de websites waar fatwa’s op worden gepubliceerd nog niet uitkomen, sturen we daarom e-mails aan een paar ayatollahs om te kijken of hun adviezen wel of niet van elkaar afwijken. Dat gaat soms over heel intieme, persoonlijke kwesties. Laatst vroegen we ons bijvoorbeeld af of we een huisdier konden nemen. Een hond is haram, oftewel verboden, vanwege de haren die zo'n dier verspreidt. Maar we konden wel een Perzische kater nemen. Dat wordt niet verboden, maar overigens ook niet aanbevolen. Dan staat het je dus vrij om te kiezen. Dus hebben we zo'n kater in huis genomen.
Omdat we voor de islam hebben kunnen kiezen als vrijdenkende mensen, is ons geloof wat anders dan dat van mensen die het van huis uit hebben meegekregen. In de jaren na 9/11 en de moord op Theo van Gogh werden we daar soms wel op aangekeken. Als mensen je leren kennen, verdwijnt dat echter snel. We hebben gewoon ons gezin en naast mijn opleiding tot docent geschiedenis volg ik ook een minor over islam in de moderne wereld. Met die kennis probeer ik ook als geschiedenisdocent mijn voordeel te doen. Zo schijnt mijn godsdienst wel door in mijn interesses en de dingen waar ik voor sta. Maar evangeliseren of strijden voor ons geloof? Nee, dat doe ik niet.’