De gelovige: Leila Moallemzadeh

Leila Moallemzadeh (26) uit Zoetermeer is Afghaanse, maar geboren in Iran. Op haar veertiende kwam ze met haar familie naar Nederland. Ze studeert nu geneeskunde.

Medium leila moallemzadeh

‘Als iemand weet hoe het is om in de minderheid te zijn, dan is onze familie dat wel. Tot mijn dertiende woonde ik in een beschermd, religieus gezin in Qom, Iran. De vaders uit onze familie zijn al generaties lang gerespecteerde religieuze leraren. Maar: we komen uit Afghanistan en voor sommigen in Iran was dat een reden om ons als tweederangs te beschouwen.
Het leek er voor mij als jong meisje op dat ik zou trouwen, een gezin zou krijgen en een normaal leven in Iran zou leiden. Maar het leven liep anders: we belandden in Nederland, waar we nu al ruim dertien jaar wonen. Dat was heel heftig - een pubermeisje dat ineens in Nederland uit het vliegtuig stapt. Bij ons thuis deden vrouwen hun hejab, hoofdbedekking, zelfs al om als er ooms langskwamen. En hier zag je overal vrouwen zonder hoofddoek. Ik wilde graag terug. Op een gegeven moment ben ik, omdat ik wel moest, toch mijn best gaan doen om mijn eigen waarden en geloof te behouden en me in te zetten voor de samenleving hier. Ik kan inmiddels wel zeggen dat dit gelukt is.
Hoe lang ik al geloof? Als je een kind bent, wil je vooral meedoen met de volwassenen. Het dragen van de hoofddoek en het meedoen met het gebed is verplicht vanaf je negende, maar ook daarvoor wilde ik al meedoen. Mijn ouders hebben dat altijd goed uitgelegd en ik mocht alles vragen. Gelukkig is mijn vader islamoloog en kan hij dus goed met mij discussiëren.
Wij zijn ook onder moslims in Nederland een minderheid - sjiiet, en niet soenniet zoals de meeste moslims hier. Maar ik heb genoeg soennitische vrienden en vriendinnen. Natuurlijk, als ik bid ziet dat er anders uit en als we over de details van ons geloof praten, merken we wel verschillen. Maar dat heeft maar een enkele keer tot echte onenigheid geleid.
Ik stuit op de grootste verschillen tijdens mijn studie, in de omgang met Nederlanders. Bij geneeskunde, in het tweede jaar, hoort een practicum lichamelijk onderzoek. Het idee is dat je bij elkaar een lichamelijk onderzoek uitvoert. Omdat mensen met je mee moeten kunnen kijken, blijven de gordijnen rond het bed open. Natuurlijk zat ik daarmee behoorlijk in de maag. Ik wil niet zeggen dat Nederlandse meisjes altijd bloot gekleed zijn, maar voor hen is het in de zomer toch makkelijk om wat lichts aan te trekken. Ik heb altijd lange mouwen aan. Ik besloot om niet moeilijk te doen, maar mensen te vragen om mijn privacy te beschermen. Dat pakte prachtig uit: uiteindelijk bleken de Nederlandse meisjes zich zo te schamen dat zij hun gordijn dicht hielden, terwijl ik het onderzoek gewoon met gordijn open deed. De vier aanwezige jongens respecteerden mijn opmerkingen en keken een andere kant op. Ik ken andere moslimdames die door hun aanpak een verkeerde indruk hebben gewekt en daardoor hun opleiding hebben geriskeerd. Het is een kwestie van slim omgaan met verschillende meningen en open voor de jouwe uitkomen.
Als een man mij een hand wil geven, pak ik die uitgestoken hand eerst aan, en pas als we afscheid nemen leg ik uit dat ik dat liever niet doe. Daarna verwacht ik dat men dat onthoudt en respecteert.
We zijn hoe dan ook de minderheid. Zelfs als we duizend euro moeten betalen om onze hoofddoek te dragen, zal ik dat blijven doen. Ik wil gewoon mijn studie afmaken, met behoud van mijn identiteit en mijn eigen keuzes. We zijn trouwens intussen behoorlijk vernederlandst - als we twee weken in Iran zijn geweest, tussen al onze familie in, verlang ik toch weer naar Nederland.’