De gematigden verlaten het Britse Lagerhuis

Londen – Hij zal worden gemist, de Father of the House. Het Lagerhuis was altijd stil wanneer het warme stemgeluid van Kenneth Clarke klonk, de langstzittende volksvertegenwoordiger. Ironie, nuchterheid en historisch besef kenmerkten zijn toespraken, die deze vrijzinnige en eurogezinde Conservatief altijd uit de losse pols hield. Bij de 79-jarige Clarke was de tweede helft van de twintigste eeuw aan het woord. Je hoorde de jazz, proefde de whisky en rook de sigaren.

Na een halve eeuw houdt Clarke het voor gezien. De Conservatieve Partij is zijn partij niet meer. Met de verkiezingen in aantocht gaat de ene na de andere Conservatieve remainer met politiek pensioen. Oliver Letwin bijvoorbeeld, die zich tijdens het Brexit-debat opwierp als de echte oppositieleider, en Alan Duncan, de oud-bewindsman die het Lagerhuis een politieke Muppet Show heeft genoemd.

De lijst van politieke Mohikanen telt zeker vijftig namen. Ook sommige Labour-gematigden hebben genoeg van de politiek in het algemeen en de arbeiderspartij in het bijzonder. De voormalige televisiepresentatrice Gloria de Piero, die in 2010 het parlement betrad, kan niet langer tegen de bittere tweestrijd die sinds het aantreden van Jeremy Corbyn in de partij woedt. Bij haar afscheid riep ze vrouwen op om het parlement in te gaan, teneinde het te veranderen.

Maar de omgekeerde trend is zichtbaar in het land dat met Margaret Thatcher en Theresa May al twee vrouwelijke premiers heeft gehad. Vorige week kondigen zes prominente vrouwen hun vertrek uit de politiek aan, onder wie oud-ministers Amber Rudd, Justine Greening en Nicky Morgan. Laatstgenoemde liet weten geen zin meer te hebben in alle verwensingen die ze heeft ontvangen. Eerder al hadden de Tories hun Schotse ster, Ruth Davidson, verloren.

Het zegt iets over de cultuur in de top van de grote partijen. Met zijn bluf, optimisme en gebrek aan interesse voor details lijkt de politieke avonturier en rokkenjager Boris Johnson op een personage uit een zeventiende-eeuwse schelmenroman. Aan de andere kant is er bij Labour een kwajongensachtige, zelfs misogyne machocultuur ontstaan waarbij de bewierookte Jeremy Corbyn door zijn fans liefkozend ‘the absolute boy’ wordt genoemd.

De ironie is dat het op 1 december, een kleine twee weken voor de verkiezingen, honderd jaar geleden is dat de eerste vrouw, Nancy Astor, plaatsnam op de groene bankjes van ‘the Mother of all Parliaments’. Anno 2019 is het meer de Kwajongen van alle Parlementen.