Film: Amour

De genadeloze blik

Iemand wil met geweld binnendringen, iets breekt, houtsplinters vliegen in het rond, een deur schiet open. Wij zien het allemaal gebeuren, wij zijn al aan de andere kant, ín het Parijse appartement van de hoogbejaarde, gepensioneerde muziek­leraren Georges en Anne. Dit onbeweeglijke, bijna afzijdige perspectief behoort toe aan ons, kijkers in de zaal.

Medium amour

Vervolgens zweven we ongemerkt mee achter de indringers – brandweermannen en bezorgde buren die de lege gangen af lopen op zoek naar datgene wat veroorzaakt dat ze handen en zakdoeken voor mond en neus moeten houden. Niemand ziet ons – zoveel macht hebben we schijnbaar. Vlak na het openbreken van de deur begint Amour van Michael Haneke, en zijn wij getuigen van een verhaal dat zich in een lange flashback aan ons openbaart.

Wanneer het echt begint, de tweede keer dus, worden wij bekeken: een wide shot van een concertzaal waar de bezoekers hun plaats innemen en vol verwachting naar het podium voor zich kijken. We tasten elkaar af, wij en de personages. Al die gezichten. Wie zou het zijn? Het is een fijn spelletje; misschien herkennen sommigen van ons hen al: Jean-Louis Trintignant, beroemd door zijn hoofdrol in Bertolucci’s Il Conformista (1970). Hij is oud geworden, maar het is onmiskenbaar Trintignant. In dit nieuwe kader, de zaal in Haneke’s film, is hij Georges. En hij zit naast Anne, gespeeld door Emmanuelle Riva die eerder in werk van Alain Resnais en Krzysztof Kieslowski acteerde. Het concert begint.

Later op de avond zijn we met het bejaarde echtpaar in hun appartement. We maken hun intiemste momenten mee, ook die nacht als Anne een hersenbloeding krijgt, uitgebeeld door een close-up van haar starend naar het donker in de slaapkamer terwijl Georges naast haar ligt te slapen. Een stil moment vol horror.

Zo begint het, maar het gaat vooral om een einde, om het aflopen van twee levens en om de vraag wat het uiteindelijk allemaal betekent als er niets meer overblijft. Het bestaan uitgemergeld door tijd, ironisch genoeg vormgegeven door een spel met tijd dat centraal staat in de filmkunst. Tijd, gekneed door montage, manipuleert de wijze waarop we kijken.

Net als in bijvoorbeeld Das weisse Band (2009) toont regisseur Haneke zich opnieuw een meester in het genadeloos stropen van de werkelijkheid, van het leven zelf, met behulp van statische kaders en lange stiltes. Haneke’s camera blijft kijken totdat er niets meer overblijft aan artificialiteit, zodat zich een soort essentie of waarheid uitkristalliseert. Wat blijft er van je over als je hersens niet meer volledig functioneren? Van je leven? Van de liefde die er ontegenzeggelijk ooit was? Georges wordt geconfronteerd met een schim, zijn echtgenote, de vrouw die zijn minnares was, maar die aan het einde van haar leven een gereduceerd mens is. Wat is er nog mogelijk in de relatie? Liefde? Waarschijnlijk niet.

Eerder maakte Haneke een vernietigende film over de afwezigheid van contact tussen twee geliefden – met een genadeloze camera: Caché (2005). Deze motieven herhalen zich in Amour. Georges wil niets liever dan contact. Hierin is hij een tragische figuur doordat hij blijft geloven en zo zijn menselijkheid denkt te behouden. Maar op het moment dat wij denken dat we alles weten, doordat we als alwetenden ongestoord kunnen waarnemen, laat Haneke zien dat er een verborgen laag is, een extra kamer in het huis van Georges en Anne waarvan wij het bestaan niet hadden kunnen vermoeden.

Te zien vanaf 15 november