De genen spelen op

‘Alles wat we doen is gewoon genetisch bepaald. Kijk maar naar Brainsex, luister maar naar Galjaard. Dat ik vreemd ga, kan ik eigenlijk niet helpen, schat.’
‘Je kunt je beheersen.’
‘En tegen m'n genen ingaan? Dat is niet normaal. En trouwens, ik kan me niet beheersen. Het gaat vanzelf. De genen sturen mij. Ik zie een lekker wijf, genen zeggen: nemen, nemen, nemen - en ik neem.’

‘O ja? Nou, toevallig had ik dat ook. Ik heb namelijk veel vrouwelijke hormonen, maar ook veel mannelijke. Dus toen ik die kanjer zag…’
'Wie bedoel je?’
'Jouw baas dus. De man die hogerop wil, vanzelf dus agressiever is, meer macho dan jij die gewoon een genetisch bepaald onderdeel van de troepen bent, toen ik dus die kanjer zag…’
'Je bedoelt Bert toch niet?’
'Ja Bert, toen ik die zag, heb ik maar meteen mijn genetisch bepaalde taak gevolgd en ben met hem even op de bank in de directiekamer gedoken.’
'Dat is niet waar he, schatje? Zeg dat het niet waar is.’
'Dat is wel waar schatje! Jij volgt je genen. Ik volg ze ook.’
'Ja, maar jij moet heel anders zijn. Jij bent een echte vrouw. Jij moet juist verzorgen. Jij bent in onze relatie de verzorger. Heb je met Bert geneukt?’
'Ja, en ik heb hem toen heel goed verzorgd. Jij bent toch ook vreemdgegaan? Met wie eigenlijk?’
'Met een vrouw dus… Hier kan ik nou zo depressief van worden.’
'Ja, dat is ook genetisch bepaald.’
'Dat is verdomme niet genetisch bepaald! Dat komt omdat jij met Bert heb liggen veren bij ons op kantoor.’
'Ik heb mijn genen gevolgd.’
'Dat zijn dan rotgenen. Goed, okee, ik ben met Els naar bed geweest. Maar dat wilde ik niet echt. Ik wilde bij jou blijven. Maar toen kwam Els en…’
'Els?’
'Els ja, wat is daar mis mee?’
'Die is helemaal niet mooi en ook niet aantrekkelijk. Dat is een paard.’
'Nee, Bert is aantrekkelijk!’
'Els is echt een paard. Nou ja, eerder een man met een paardebek, geen vrouw dus… Zit dat wel goed met je genen?’
'Met mijn genen is niks loos. Met jouw genen is iets aan de hand. Jij doet niet echt wat je genen je vertellen. Jij doet maar wat.’
'Volgens mij heb jij homogenen dat je met Els bent geweest. Of wou ze graag met een zweep?’
'Nou moet je ophouden! Nou moet je echt ophouden. Wat ik deed - vreemdgaan met Els - kon ik niet helpen, dat was mijn macho-gen dat opspeelde.’
'Macho-gen? Waar zit die? In die kantoorreet van je of in die pens?’
'Luister! Het gaat om het nature-nurture-debat. Steeds duidelijker wordt dat alles, maar dan ook alles genetisch bepaald is. Dus we moeten elkaar niks kwalijk nemen. Dat wil ik maar zeggen.’
'Nou, ik heb het heerlijk met Bert gedaan. En als jij zalig op het zadel bij Els hebt gezeten, hoor je mij niet klagen.’
'Ik klaag wel! Ik wil nu scheiden.’
'Scheiden? Waarom? Omdat je je genen hebt gevolgd?’
'Nee, omdat jij het met Bert hebt gedaan. Dat zijn jouw genen niet! Dat weet ik. Ik ken jouw genen. Zeg nou eerlijk: heb je het met Bert gedaan, of zeg je dat om mij te pesten?’
'Jij hebt ontzettend veel vrouweijke genen. Dat merk ik. Ik, als vrouw, heb erg veel mannelijke genen. Dat merk ik ook. Maar om daarom te gaan scheiden. Heb je het trouwens werkelijk met Els gedaan? Ben je echt vreemdgegaan?’
'Wie? Ik?’
'Ja, jij?’
'Ik? Nee, nooit. En jij?’
'Ik ook niet.’
'Ook niet met Bert?’
'Wie? Ik? Tuurlijk niet.’