De geschiedenis is verzonnen

De jury van de Man Booker Prize is dit jaar, gezien de shortlist, opnieuw een traditioneel en conser-vatief gezelschap.

De jury van de Man Booker Prize 2008 heeft zes romans genomineerd voor de shortlist. Voorzitter John Portillo zei dat zijn jury twee criteria koesterde: de romans moesten ‘uiterst leesbaar’ zijn en ‘page-turning’. Het is een merkwaardige shortlist geworden met twee onleesbare dikke pillen (The Northern Clemency van Philip Hensher en Sea of Poppies van Amitar Ghosh), twee onderhoudende schelmenromans (A Fraction of the Whole van Steve Toltz en De witte tijger van Aravind Adiga), een zoektocht naar Hongaarse wortels in het Londen van de jaren zeventig (The Clothes on Their Backs van Linda Grant) en een dubbel dagboek van een honderdjarige patiënte en van haar psychiater (De geheime schrift van Sebastian Barry). De jury hield blijkbaar van romans waarin het schrijven tot thema is verheven: in vier romans proberen de personages zichzelf of anderen op schrift in kaart te brengen. In één geval is dat gedaan met uitzonderlijk succes, omdat de verbijsterende ontknoping al woekert in de geest van de lezer zonder dat hij het echt in de gaten heeft (De geheime schrift).
Ongetwijfeld is de jury van de Man Booker Prize 2008 een enigszins conservatief en traditioneel literair gezelschap, want anders waren de immer prikkelende John Berger en Salman Rushdie niet buiten de shortlist gevallen en Hensher en Ghosh wel. Het was een corvee om de 730 Hensher-bladzijden te lezen. Deze oeverloze babbel- en kwebbelroman gaat over twee gezinnen en buren (Glover en Sellers) in het Sheffield van de jaren zeventig, tachtig en negentig. Die gezinnen raken in elkaar verstrikt door een paar incidenten: een non-existente affaire, een stiekem gehouden slang die op straat wordt doodgetrapt, het tienjarig jongetje Tim dat zijn eerste seksuele ervaring beleeft met buurmeisje Sandra. De flaptekst belooft een beeld van een veranderend Engeland, van thatcherisme naar Tony Blair, maar zelfs de mijnwerkersstaking van 1984 blijft een schimmige toestand in de langdradige vertelling.
Ghosh’s historische roman Sea of Poppies (het eerste deel van een trilogie) begint met een visioen van Deeti, de Indiase vrouw van een opiumverslaafde. Zij, die in 1838 nog nooit de zee of een schip heeft gezien, ziet een schoener aan zich voorbijvaren. Dat is de Ibis. Natuurlijk is de bemanning van de Ibis een weerspiegeling van de maatschappelijke conflicten van die tijd (opiumoorlogen, ex-slaven, mensen op de vlucht, veroordeelden) en uiteraard is er een (kasten)hiërarchie aan boord. De metamorfosen, vermommingen en vernederingen zijn talrijk maar voorspelbaar.
De andere ‘Indiase’ roman, het debuut van Aravind Adiga, is een verademing in vergelijking met Ghosh. Adiga vertelt een snaaks en onthullend verhaal over de ‘democratie’ die India heet. Dat doet hij aan de hand van brieven die taxichauffeur/moordenaar/ondernemer Balram Halwai aan een Chinese premier stuurt. Niet tyfus of malaria is een ernstige ziekte in India maar verkiezingskoorts (corruptie). Geestig schrijft Adiga, met een woedende ondertoon. India is een puinhoop, de democratie een façade. Ik zou het niet erg vinden als de jury deze frisse literaire provocatie tot winnaar uitroept, maar ik vrees dat ze die daad niet durft te stellen.
Ook Linda Grants The Clothes on Their Backs gaat het niet halen. Deze roman heeft het Londen van de jaren zeventig (National Front!) als achtergrond. Vivien Kovacs, van Hongaarse origine, ontdekt dat haar vader, vlak voor 1940 uit Boedapest gevlucht, een broer heeft die pas na 1956 naar Londen kwam. Vivien komt haar oom ‘toevallig’ tegen in het park. Hij vertelt haar zijn Hongaarse levensverhaal dat haar eigen ouders haar hebben onthouden. Hij, de joodse womanizer, is een echte overleveraar. Hij levert haar een achtergrond, familiekleren om te dragen. ‘De kleren die je draagt zijn een metamorfose. Die veranderen je van binnen naar buiten.’ De parallellen die Grant trekt tussen het antisemitisme in het Hongarije van de jaren veertig en vijftig en het Londen van de jaren zeventig toen het National Front opkwam, zijn literair niet zo sterk uitgewerkt. De vergelijking blijft mank gaan. Deze roman, die de ronde vorm heeft van een lange terugblik vanuit het geterroriseerde Londen van de 21ste eeuw, is desondanks sympathiek. Grant durft stevige sprongen door de tijd te maken om haar vertelling over Vivien Kovacs’ groei en verzet dynamiek te verschaffen. Toch blijft het drama op cruciale ogenblikken steken in onmachtig gescheld.
Het schelden en schofferen is in Steve Toltz’ uitbundige debuut A Fraction of the Whole heftiger en effectiever. In deze Australische schelmenroman over vader Martin Dean en zoon Jasper (Kasper?) overheerst de desperado-mentaliteit, van het type Butch Cassidy of Bonny en Clyde, die van vader op zoon gaat. De vader blijft een levenslange mislukkeling die heroïsch de ene nederlaag na de andere lijdt; de zoon tekent alles op als hij tijdelijk in de gevangenis belandt. Belezenheid blijkt een thema in A Fraction of the Whole. De titel ontleent Toltz aan Ralph Waldo Emerson: ‘Zodra we iemand ontmoeten, wordt elk van ons een fractie.’ Niemand in de roman functioneert als een geheel. De twee broers en de zoon vormen samen een geheel, maar ieder afzonderlijk bestaan ze nauwelijks of niet. Ze hebben elkaar nodig, ook al lopen ze van elkaar weg en verbergen ze zich. De mens is een gevangenis, een labyrint en een raadsel. De zoon, die in de gevangenis de biografie van zijn vader schrijft en zo zichzelf vormgeeft, kan zijn eigen karakter niet kort duiden. En ook zevenhonderd bladzijden blijven maar een fractie van wat en wie Jasper/Kasper (Hauser) is en waar hij vandaan komt, want zijn vader gaat te veel op in zijn eigen verleden en zijn moeder heeft hij niet gekend. ‘All I know is who I’m not.’
De roman die ver boven de andere shortlisttitels uitstijgt is die van de Ierse (toneel)schrijver Sebastian Barry, De geheime schrift, een soort vervolg op The Whereabouts of Eneas McNulty (1998). De manier waarop Barry de gecompliceerde Ierse geschiedenis tussen 1918 en 1950 (van Britse kolonie tot zelfstandige staat minus Ulster) verweeft met het persoonlijke drama van de honderdjarige autobiografiste en inrichtingspatiënte Roseanne Clear (Mrs. McNulty) én met het mengelwerklogboek van haar psychiater Dr. Greene, is een openbaring. Subtiel en omzichtig verknoopt Barry de geschriften van Roseanne en haar geneesheer, tot het onontkoombare slot. ‘Mijn geheimen zijn mijn schat en mijn gezondheid.’ Haar levensbeschrijving verstopt ze onder de vloer van haar kamertje. Waarom zit zij al zo lang in een inrichting? Het blijft lang een raadsel. Roseanne haalt herinneringen op aan haar vader, Joe Clear, die kerkhofbeheerder en rattenbestrijder in Sligo was maar werd vermoord door de IRA omdat hij politieman was in Engelse dienst.
De geheime schrift is bevolkt met ballingen die in het turbulente Ierse verleden een anker zoeken waaraan ze zich kunnen vastklampen. Roseanne is een Cailleach, dat wil zeggen een stokoude vrouw vol verhalen over liefde, lot, uitstoting en een verloren kind. En dat verloren kind neemt een wel zeer verrassende gedaante aan. Fantasieën vallen in deze schitterende Ierse roman samen met catastrofe, bedrog en misleiding. Iedereen blijkt een ander te zijn. Barry stoft het nationale geheugen van Ierland zo zorgvuldig af dat er een fris en schokkend beeld ontstaat van wat de historie een argeloos meisje kan aandoen, een meisje dat honderd moet worden voordat ze, in een psychiatrische inrichting die op het punt staat afgebroken te worden, kan formuleren wat ze heeft moeten doorstaan.
Als ik in de jury van de Man Booker Prize 2008 zat zou ik compromisloos blijven pleiten voor The Secret Scripture als grote winnaar. Er is geen andere keus.

Aravind Adiga, De witte tijger. Vertaald door Arjaan van Nimwegen. De Bezige Bij, 279 blz., € 18,90
Sebastian Barry, De geheime schrift. Querido, 310 blz., € 19,90 (verschijnt half oktober)
Amitar Ghosh, Sea of Poppies. John Murray, 471 blz., € 22,30
Linda Grant, The Clothes on Their Backs. Virago, 294 blz., € 22,30
Philip Hensher, The Northern Clemency. Fourth Estate (HarperCollins), 738 blz., € 32,40
Steve Toltz, A Fraction of the Whole. Fourth Estate (HarperCollins), 711 blz., € 22,30