Kort verhaal

De geschiedenis van de wereld

Snap je dan echt niet dat je met mijn voorstelling de wereld in kaart kunt brengen, De Jaren Zeventig in Plannen, De Jaren Negentig in Projecten, alle dromen, alle illusies, ik heb ze bij me thuis staan. Alles staat klaar, te wachten…

Een jaar of dertig geleden begon ik professioneel toneel te spelen, je hoeft geen rare grimas te trekken, vanaf die tijd kreeg ik geld voor wat ik deed. Echt geld. Alle rollen gespeeld, bij alle toneelgezelschappen, noem ze maar op, nee nooit Hamlet, maar wel in Albee, Beckett, Sartre, de modernen weet je wel en later de hele rest, ik hoef jou niks te vertellen, je was er vanaf het begin bij. Vanaf het begin heb ik alles bewaard, ik bedoel alle voorstellen die ik ooit onder ogen kreeg om te doen, alle «projecten», zoals het nu heet, alle ideeën van theatermakers, je kunt het zo gek niet bedenken, ik heb het bewaard. Geloof je me niet? Kijk, ik heb een paar dozen meegenomen, dat is nog niks, je kunt je niet voorstellen hoeveel ik er thuis heb staan. Deze zijn uit de jaren negentig. Thuis heb ik er uit die tijd nog een stuk of vijftig. Wat mensen niet allemaal op theatergebied bedenken, dat wil je liever niet weten. Of ik in een etalage wilde zitten, daar begon het natuurlijk mee, dat was een kunstproject in de jaren zeventig, een installatie was dat, bedacht door Ben d’Armagnac, heb je Ben gekend? Is nu dood. Alles erover bewaard. Daarna wilde iedereen iets in etalages: naakt, met z’n tweeën, in een tent, in een glazen kooi, ze wilden me allemaal tentoonstellen. Ik schreef het allemaal op, echt schriften vol, ook wat iemand me in een café voorstelde omdat hij me van de televisie herkende. Dat kwam dus later. Was jij dat laatst, in dat stuk met die trapeze, zeiden ze dan bijvoorbeeld, ik heb een idee voor een stuk met jou in een dierentuin. Ik vroeg nooit of ze niks anders te doen hadden, nooit, ik liet me alles uitleggen, schreef alles op, ik wilde het echt weten. Niet alleen de ideetjes en ideeën maar ook alle subsidieaanvragen heb ik bewaard, pakken papier, jongen, ze staan allemaal bij me thuis. Ik heb ook stapels bierviltjes met kreten erop. Kijk, ik heb er een paar meegenomen. Hier staat «Oedipus», wat er bedoeld is, al sla je me dood, dit is er eentje met, wat staat er ook weer, o ja, «praattheater» en «computers spelen», ik weet niet meer wat ze bedoelden, ik heb honderden van dit soort viltjes met losse kreten erop, die je later niet meer kunt begrijpen, wanhoopskreten vaak, en gelul ook, maar ik heb ze nog wel. Je gelooft me niet maar het is echt waar, ik heb thuis ook pagi na’s vol losse woorden, invallen, ideeën van regisseurs hoe het allemaal moest weet je wel, die moesten we opschrijven en er dan over nadenken. Ja, lach jij maar, maar ik heb ze mooi allemaal opgeschreven en bewaard. Mijn collega’s gooiden na afloop van de voorstellingen altijd alles weg, maar ik niet, kijk, ik heb er een stel meegenomen, dan kun je het zien. Zie je dat? Holenmensen, een stuk van Richardson, ging niet door omdat de regisseur tijdelijk gek werd. Wat ze bedoelden met «bedolven onder staal» weet ik niet meer. De Ondergang van de Wereld, dat was een project met Ramses Shaffy, zijn comeback, dat ging niet door, daar moest ik in dansen omdat ze me zo fantastisch te gek niet goed vonden dansen, weet je nog, ik kan absoluut niet dansen en dat moest ik dan laten zien. Omdat ik een buitenstaander bleef, in dat stuk bedoel ik, dat was toen belangrijk, dat je een buitenstaander bleef. In de jaren tachtig was dat. Nee, in de jaren negentig gaat het om apathie, niet mee willen doen, dat is het punt. De papierverbranding, dat was met De Appel, toen ze nog experimenteel waren, veel stelde het niet voor, we moesten papiertjes verbranden, de hele tijd door, ging niet door, het geld raakte op. Snap je het nu nog niet? Ik heb een geschiedenis van de wereld bij mij thuis jongen, dat snap je toch wel, al die projecten en ideeën, er kwam geen einde aan, nu nog niet hoor of dacht je dat het ophield? Tegenwoordig sturen ze de ideeën per post omdat ik niet meer zo vaak in het café kom, gemiddeld vijf per dag, echt waar, maar wel ineens meer als ik voor de televisie ben geweest. Na Oud goud kwamen ze weer een tijdje bij bakken binnen. Dat komt omdat ik overal voor in ben, blijkbaar heb ik die uitstraling, neem nu deze, kwam vandaag binnen: «Geachte Heer, Hierbij stuur ik u het theaterproject Onstelpbaar. U treft een synopsis aan, een begroting en een overzicht van wat ik tot nu toe heb gemaakt. Ik verzoek u vriendelijk alleen telefonisch contact met me op te nemen, liefst na acht uur ’s avonds.» Het idee is dat ik op een soort strand met een opblaasbal heen en weer loop, ik moet die bal opblazen, maar verder absoluut niks doen, apathisch rond hangen, er is een vj die beelden projecteert en de tekst komt uit een microfoontje in mijn oren, ik hoef niks te leren. Maar goed, als je vijf voorstellen per dag krijgt, dan zijn dat er per week dus dertig, per maand 120, vermenigvuldig dat met twaalf, dan zit je al aan 1440 per jaar, iets minder, omdat ik in de zomerperiode minder plannen binnenkrijg, dat ongeveer dertig jaar lang, snap je het nu eindelijk? En dat zijn dus alleen de voorstellen die schriftelijk binnenkomen, de rest moet je er nog bij optellen, dus wat jij me net vertelde over dat project in het Stedelijk, dat zit er nog niet bij, dat moet ik straks nog even opschrijven. Hoe was het ook alweer, o ja, ik zit in een donkere ruimte achter een computer en spreek langzaam een tekst uit die dan tegelijk op de wand wordt geprojecteerd. Wat ik ervan vind? Dat maakt me dus niks uit jongen, mij gaat het om de projecten, dat snap je toch wel, ik heb de geschiedenis in handen, bij mij thuis te bezichtigen. De laatste tien jaar verzamel ik trouwens ook zoveel mogelijk de projecten die collega’s binnenkrijgen, ja, alle plannen, ik bel ze gewoon op, ik weet zeker dat ze me achter mijn rug uitlachen, maar ik laat ze gewoon. Pakken en pakken plannen. En tegenwoordig maak ik voor de zekerheid ook bandopnames van de gesprekken die ik met plannenmakers voer, zonder dat ze het weten, je hebt hele kleine recorders die niemand kan zien, kijk hier is er eentje. Nee, hij staat nou niet aan, omdat ik je ken, weet je wel. Vanochtend was er iemand op bezoek met een project, wil je het even horen, daar gaat-ie. «Wil je koffie. Ja. Ik kan niks beloven, dat snap je wel hè, ik moet het eerst nog bespreken. Ja ja, maar u bent precies de man die we zoeken, u heeft precies de goeie uitstraling, het gaat er alleen maar om dat u passief bent, u kijkt toe. Dus het gaat over voyeurisme. Ja. Moet ik ook bloot zitten kijken? Nee, u hoeft alleen maar stil te zitten. Apathisch? Ja, apathisch, dat is het goede woord. Maar er gebeurt toch wel iets op het toneel? U bent een soort suppoost. Een suppoost? U bewaakt het publiek en daarbij spreekt u een monoloog uit. Publieksbewaking dus. Zoiets wel. Maar wat voor tekst zeg ik eigenlijk? Die stellen we samen uit Donald Duck-verhalen, zonder dat het publiek dat in de gaten heeft. Hoe heet het stuk? De suppoost.» Nou, dat is wel genoeg vind je niet, ik heb honderden van dit soort bandjes, met een administratie erbij want ik hou alles heel goed bij, anders wordt het niks. Kijk hier heb ik de boekhouding, op deze cd-rom staat precies waar ik alles terug kan vinden, naam en toenaam. Ja, je hebt gelijk, ik ben een verzamelaar van theaterprojecten, dat is precies het goeie woord. Maar nu dit, nee luister nou even, het duurt niet lang meer, ik wil er een toneelvoorstelling over maken. Ja, gewoon een toneelvoorstelling, ja precies, ik heb dus eindelijk ook een plan, je hebt gelijk, ik heb nooit plannen gehad, dertig jaar lang niet, maar nu wel. Ik stel me voor dat ik een soort lezing hou over mijn verzameling, dat is het plan. Gewoon een lezing dus, op het podium staan stapels en stapels dozen, pakken papier, mappen, troep, kasten, alles buigt door onder het papier en de plannen. En ik hou dus een lezing met een projectiescherm en dia’s en filmpjes. Dat is alles, ik vertel over die projecten, ik speel er kleine stukjes uit weet je wel, gewoon fragmenten, na afloop mogen mensen hun ideeën inleveren, interactief bezig zijn. Er is ook een computer waarmee ik dus iets doe. «De Geschiedenis van de Wereld», zo moet het heten. Nee, ik ben volkomen serieus, ik geloof nog steeds niet dat je het helemaal snapt, snap je dan echt niet dat je met mijn voorstelling de wereld in kaart kunt brengen, De Jaren Zeventig in Plannen, De Jaren Negentig in Projecten, alle dromen, alle illusies, ik heb ze bij me thuis staan. Alles staat klaar, te wachten, jij moet het betalen, dat is het enige, ik heb me jaren voor je uitgesloofd, dus nu kun je wel eens iets terug doen. Heb je mij wel eens horen mekkeren over de stukken die ik volgens jou moest spelen? Voor mijn eigen bestwil, dat ook nog! Alles heb ik voor je gedaan, alles, hele lappen Homeros uit mijn kop geleerd, in de stront liggen rollen, weet je nog, iedere regisseur waarmee jij aan kwam zetten heb ik geaccepteerd, jong, oud, geil en belachelijk, mij maakte het nooit iets uit. Ik deed alles. Ik zeek nooit, als er iemand piepte was jij het. Veel geld hoeft het niet te zijn, dat snap je wel, er hoeft geen scriptschrijver te worden ingehuurd, het decor is spotgoedkoop. En ik beloof je dat ik voor de première eerst een tijdje mee ga doen met televisiewerk, in quizzen, gastrollen, wat je maar wil, dan kent het publiek me weer, ik ben overal voor in. Stuur de plannen maar op.