De Protocollen van de wijzen van Sion verkopen weer

De geschiedenis van een leugen

De Israëlische oud-rechter Hadassa Ben-Itto pleit in haar onlangs in het Nederlands verschenen boek ‹Anatomie van een vervalsing› voor een wereldwijd verbod op de verspreiding van de beruchte Protocollen van de wijzen van Sion. Deze klassieker van het antisemitisme verkoopt heden weer even goed als vroeger in Rusland, Amerika en Duitsland.

Dat de protocollen van de wijzen van Sion — ook wel de Protocollen van de geleerde wijzen van Sion, ook wel de protocollen van de bijeenkomst van de zionistische wijzen — een frauduleus geschrift vormen, meer dan honderd jaar geleden in elkaar gezet door agenten van de tsaristische geheime politie de Ochrana, teneinde de pogroms op de joodse bevolking in het Rusland van Nicolaas II te stimuleren, is een historisch feit. Diverse rechtbanken in diverse landen stelden dat ook al vast. In 1935 al in Zwitserland. De dienstdoende rechter Meyer sprak toen de hoop uit dat «de tijd zal komen, waarin geen mens meer zal begrijpen waarom in 1935 bijna een tiental anders heel knappe, gezonde en verstandige mensen veertien dagen lang voor een rechtbank in Bern zich over de echtheid van deze zogenaamde Protocollen het hoofd kon breken; over deze Protocollen die ondanks al het leed dat ze reeds hebben veroorzaakt en nog kunnen veroorzaken niets anders zijn dan belachelijke nonsens.»

Maar die tijd zal in grote delen van de wereld nog moeten aanbreken. Nog steeds gaan de Protocollen grif van de hand. En nog steeds geloven miljoenen mensen dat het hier inderdaad een verzameling notulen betreft van een geheime vergadering van driehonderd vooraanstaande joden tijdens het Eerste congres van de Zionistische beweging van Theodor Herzl in 1897 in Bazel, met de bedoeling een strategie uit te denken om via de pers en het monetaire beleid tot joodse wereldheerschappij te komen. In werkelijkheid gaat het om een collage van teksten, geput uit diverse antisemitische bronnen, terwijl een groot deel van de inhoud is geplukt uit het boek Dialoog in de hel van de Franse satiricus Maurice Joly, die met zijn gefingeerde dialoog tussen Machiavelli en Montesquieu een strijdschrift tegen de dictatoriale aandrijvingen van Napoleon III had beoogd, en zeker geen antisemitisch schotschrift.

Reeds in 1921 legde journalist Philip Graves van de Londense Times uit hoe de vork in de steel zat met de Protocollen. Graves schreef een bestseller over de vervalsing, die de ene druk na de andere beleefde, totdat zijn chefs op de redactie in de jaren dertig besloten dat het welletjes was, uit vrees voor tegenmaatregelen van het getergde Duitse staatshoofd Hitler. Zo leefde de leugen voort, tot in de huidige tijd. «Als in Europa of Zuid-Amerika ergens nazisme of fascisme oplaait, dan zijn de Protocollen in de regel niet ver», schreef The Times in 1983. «Als men bedenkt, welke tragedies ze reeds teweeg hebben gebracht en nog teweegbrengen kunnen, dan zijn de Protocollen de succesvolste en verraderlijkste vervalsing in de geschiedenis.»

Het boek dat Hitler inspireerde (met grote instemming noemde hij het geschrift in Mein Kampf) is nog steeds een internationale bestseller, van Moskou tot Damascus, van Kaapstad tot Washington, van Buenos Aires tot de Balkan. Onlangs werd het boek nog heruitgegeven in Zagreb, begeleid door een betoog waaruit zou moeten blijken dat de oorlog in Kroatië strikt het werk is van een geheim verbond van een joodse internationale. Grote populariteit heeft het werk in de Arabische wereld, waar men het geschrift als een ideaal propagandawapen tegen de staat Israël beschouwt. In tegenstelling tot andere landen, waar nieuwe uitgaven van de Protocollen meestal door racistische groeperingen worden gepubliceerd, vormen ze in de Arabische wereld een deel van de officiële literatuur, verschijnen ze bij de meest vooraanstaande uitgeverijen en worden door de officiële media geciteerd. Leden van Palestijnse zelfmoordcommando’s krijgen niet zelden een exemplaar van de Protocollen mee, als mascotte tijdens hun opofferingsactie in het kader van de strijd tegen de «zionistische wereldheerschappij».

In de Verenigde Staten fungeert het geschrift als ideologische pijler van zowel de Aryan Brotherhood als de Nation of Islam, terwijl ook de door complottheorieën over een aanstaande wereldregering voortgestuwde milities in de Bible Belt de Protocollen gaarne ter hand plegen te nemen. Tevergeefs probeerden Amerikaanse anti-racisme-activisten het internet-boekenbedrijf Amazon.com verleden jaar te bewegen de verkoop van de Protocollen te doen staken. De Protocollen verschenen in de jaren twintig in een miljoenenoplage op de Amerikaanse markt. Autofabrikant Henry Ford was een bewonderaar van het haatschrift: hij zorgde ervoor dat het boek, onder de vertaalde titel The International Jew in tal van grote Amerikaanse steden gratis bij de kiosken werd verspreid.

In Europa hebben de Protocollen de laatste tien jaar eveneens tal van herdrukken beleefd. De afgelopen jaren verschenen nieuwe versies in onder meer Groot-Brittannië, Frankrijk, Italië, Spanje, Joegoslavië, Griekenland, Polen en Rusland. Deze nieuwe uitgaven worden telkens verrijkt met nog meer lugubere gedachtespinsels, bijvoorbeeld dat «de joden» c.q. de vrijmetselaars — in het geschrift stelselmatig met elkaar vereenzelvigd, volgens experts veroorzaakt door een jezuïtische inbreng in de redactie van het werk — verantwoordelijk zijn voor de verspreiding van het aidsvirus. In 1994 stelde David Litman van de Ifor, de Internationale Gemeenschap voor Verzoening, tijdens een bijeenkomst van de UNO in Genève over voorkoming van discriminatie vast dat Saoedi-Arabië als de grootste producent en exporteur van de Protocollen moet worden beschouwd. Ook de Islamitische Republiek Iran beschouwt de Protocollen kennelijk als propagandawapen en verspreidt versies ervan in diverse Europese landen. Zo drukte het tijdschrift Imam, uitgegeven door de afdeling voorlichting van de Iraanse ambassade in Londen, in 1984 gedeelten uit de Protocollen af in een serie artikelen waarmee «de sleutel tot alle tegenwoordige gebeurtenissen» wordt gegeven. «De onzichtbare hand van het zionisme schijnt sinds eeuwen overal aan het werk te zijn en misdaden van ongelooflijke omvang tegen de mensheid en de menselijke waarden te plegen», schreef het blad onder meer.

Zelfs in Japan, een land dat van oudsher nauwelijks een joodse gemeenschap kent, vinden de Protocollen gretig aftrek. Ze werden met instemming geciteerd in de uitgaven van de Aum-sekte van de zen-goeroe Shoko Asahara, in 1995 verantwoordelijk voor de gifgasaanslagen in de metro van Tokio. De Protocollen kwamen naar Japan nadat het 75.000 man sterke Japanse expeditiekorps dat in 1918 ter ondersteuning van het Witte Leger naar Rusland werd gestuurd, van hun Russische strijdgenoten exemplaren van de protocollen kregen toegestopt om hen ervan te overtuigen dat «de joden» de bolsjewistische revolutie in gang hadden gezet. In 1924 verscheen de eerste Japanse vertaling, onder de titel Het joodse gevaar. De vertaler was een voormalige kapitein in het Japanse leger in Rusland. Hoewel enkele Japanse auteurs het geschrift reeds als een vervalsing hadden aangemerkt, verscheen de ene versie na de andere, vooral nadat Japan tijdens de Tweede Wereldoorlog de anti-joodse ideologie van de Duitsers had overgenomen.

Met het einde van de oorlog kwam de publicatie van de Protocollen en andere antisemitische lectuur niet tot stilstand. Nog in 1986 werden een miljoen exemplaren verkocht van de boeken Als je de joden kent, ken je de wereld en Als je de joden kent, begrijp je Japan. Schrijver Masami Uno beweert daarin dat de concurrentie tussen Japan en de Verenigde Staten evenals de crisis van de yen het gevolg waren van een wereldwijde joodse samenzwering. In datzelfde jaar kwam Manji Yajima, economieprofessor aan de Aoyama Universiteit, met zijn boek De kunst, tussen de regels van de joodse Protocollen door te lezen, waarin de joden de schuld krijgen van zowel de Russische Revolutie, de beide wereldoorlogen, de oorlog in Vietnam, het Watergate-schandaal, de oliecrisis als ook de handelsproblemen van Japan en de val van premier Tanaka.

In haar onlangs in een Nederlandse vertaling verschenen studie Anatomie van een vervalsing, een minutieuze ontrafeling van de geschiedenis van de Protocollen, schrijft Hadassa Ben-Itto, oud-Unesco-medewerker en gewezen rechter te Israël, dat de populariteit van de Protocollen in Japan een van haar ooms naar diens zeggen opmerkelijk genoeg het leven heeft gespaard tijdens de holocaust. «Als je een boek over de Protocollen van de Wijzen van Sion schrijft, moet je weten dat de Protocollen mijn leven hebben gered», zo citeert Ben-Itto haar oom Dany in een wrange voetnoot bij de geschiedenis van de holocaust. De oom studeerde aan het begin van de oorlog aan een rabbijnenschool in Vilnius en kon op het laatste moment als een van de weinigen van zijn familie aan de dood ontsnappen door van de Japanse consul-generaal in Litouwen een Japans visum los te krijgen. Zo vond hij via Siberië en Japan uiteindelijk een veilig heenkomen in China, waar hij tot het einde van de oorlog verbleef. Toen zijn groep talmoedstudenten in Vilnius de Japanse consul opzocht en hem smeekte hun een Japans visum te verstrekken, wist deze helemaal niets van joden. Op zoek naar informatie stuitte hij op de Protocollen. Die geloofde hij inderdaad, zij het dat hij daardoor, anders dan de auteurs van het geschrift hadden bedoeld, juist bewondering kreeg voor het joodse volk, waarvan de vermeende wereldwijde samenzwering een model was waar de Japanners zijns inziens nog iets van konden opsteken.

Ben-Itto vermeldt in datzelfde kader ook de belevenissen van professor Ben-Ami Shillony, hoofd van de afdeling voor Oost-Aziatische studies aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem. Deze kreeg in 1978 een delegatie van Japanse wetenschappers en zakenlieden over de vloer. Ten geschenke ontving de professor tot zijn verbijstering een exemplaar van de Protocollen, tweetalig in het Russisch en in het Japans afgedrukt, verluchtigd met foto’s van veronderstelde deelnemers aan het grootste complot aller tijden, variërend van Columbus tot president Roosevelt, bankier Rothschildt, Einstein, Trotski en Mendelssohn. Het voorwoord van de uitgave sprak over de Protocollen als «de sleutel tot begrip van het jodenvraagstuk». Shillony bemerkte tot zijn verbijstering dat zijn Japanse gasten de prachtig gebonden uitgave in rode hoogglans werkelijk als een ideaal relatiegeschenk voor een joodse geleerde als hijzelf beschouwden — waaruit maar weer bleek dat de Protocollen ook na de Tweede Wereldoorlog nog altijd een geheel eigen dynamiek kennen, die in de landen van verschijning echter behoorlijk kan afwijken.

Hadassa Ben-Itto maakte van het ontrafelen van de Protocollen haar levenswerk. Op 31 oktober 1991 hield ze haar laatste zitting als rechter in Tel Aviv. Ze offerde haar baan op om onderzoek te doen naar het ontstaan van de Protocollen. Tijdens haar lange loopbaan in het internationaal recht was ze steeds weer gestoten op het boek, dat telkens als motor van het antisemitisme waar ook ter wereld bleek te fungeren. «Het merendeel van mijn familie kwam in de holocaust om», zo schrijft ze bij wijze van opdracht in Anatomie van een vervalsing. «Hun graven zijn niet bekend; geen steen herinnert aan hen. Moge dit boek een grafmonument voor hen zijn.» Haar boek verscheen in 1998 in Israël en is sindsdien in het Engels, Duits en nu dus ook in het Nederlands vertaald. Het is een pleidooi voor een internationaal verbod op de publicatie van de Protocollen. In het voorwoord van haar boek verzet Ben-Itto zich fel tegen degenen die stellen dat de Protocollen niet juridisch, maar op de idee enmarkt zouden moeten worden bestreden.

«Een opzettelijke leugen is geen idee», aldus Ben-Itto. «Hij kan gemakkelijk een gevaarlijk wapen worden. Wie dit wapen gebruikt, draagt niet bij aan de vrije meningsuiting. Hij moet verboden worden, net als andere wapens die massaal dood en verderf teweegbrengen. Ik ben er vast van overtuigd dat leugens en verdachtmakingen die hele groepen mensen tot zondebokken stempelen, haat tegen hen aanwakkeren, hun dood en uitroeiing propageren, niet als ‹vrije mening› mogen worden beschermd.»

In haar boek reconstrueert Ben-Itto met veel gevoel voor detail de geschiedenis van de vervalsing. Het spoor leidt terug tot het einde van de negentiende eeuw, toen Nicolaas II na de dood van Alexander III aantrad als tsaar. Nicolaas was net als zijn neef keizer Wilhelm II te Berlijn zeer gegrepen door het waanidee van een geheim joods verbond en gaf zijn zegen aan de publicatie van het geschrift. De Zwarte Honderd, de beruchte antisemitische organisatie van tsaristisch Rusland, gebruikte het geschrift om de pogroms op de Russische joden te rechtvaardigen. De inspiratie voor de vervalsing kreeg de afdeling agitprop van de Ochrana, de beruchte geheime dienst, uit Frankrijk. Nog voordat tsarina Alexandra de bedelmonnik Raspoetin als vertrouweling aan het hof omarmde, ging ze te rade bij de Franse alternatieve geneesheer dr. Philippe, een voormalige slagersknecht uit Lyon, in wiens kielzog de eerste aanzet tot de Protocollen in Rusland moet zijn gearriveerd.

Dr. Philippe had grote invloed op de tsarina. Dat bleek wel toen de keizerin in haar verwoede pogingen eindelijk een mannelijke erfopvolger voor de Romanov-dynastie te baren, zodanig onder de indruk was van de therapie van de Franse dokter dat ze negen maanden lang schijnzwanger was, inclusief een schijnbevalling. Via dezelfde dokter moet Alexandra als een blok zijn gevallen voor de Protocollen. De Franse oerversie van de Protocollen dateerde van de Dreyfus-affaire, waarbij de meest reactionaire krachten van het Franse katholicisme loskwamen, en vond zo zijn weg naar Sint-Petersburg. Sergej Witte, minister van Financiën en premier onder het absolutistische regime van Nicolaas II, beschouwde de Protocollen al direct als een vervalsing, ingegeven door de krachten van de Zwarte Honderd (de organisatie werd zo genoemd vanwege het aanvankelijk kleine ledental) rondom de tsaar en de tsarina. Volgens Witte was het een poging om zijn ambitieuze plan tot renovatie van de Russische economie te torpederen door de angst aan te wakkeren voor de joodse bankiers met wie Witte zaken deed of wilde doen.

Via Rusland vond het geschrift zijn weg naar Duitsland, waar Hitler het instemmend citeerde in Mein Kampf. Ook nazi-ideoloog Alfred Rosenberg beschouwde de Protocollen als zijn belangrijkste bron bij het ontwerp van zijn rassenideologie. Tegelijkertijd bezweek zoals gezegd autofabrikant Ford zo voor de verleiding van de Protocollen dat hij het geschrift op zo groot mogelijke schaal onder de Amerikanen ging verspreiden. Ford geloofde heilig in het joodse wereldcomplot (wellicht een verklaring waarom ook IBM-oprichter Watson zo enthousiast kon worden over de missie der nazi’s, zoals Edwin Black beschrijft in zijn onlangs verschenen studie IBM and the Holocaust). Pas onder enorme druk van dreigende rechtszaken distantieerde Ford zich in 1927 van de Protocollen. Betwijfeld mocht worden of zijn excuses aan het joodse volk werkelijk gemeend waren.

Ook in Nederland vonden de Protocollen, zij het nooit in officiële Nederlandse vertaling uitgegeven, gehoor. In 1921 putte de populaire theoloog Francis van Gheel Gildemeester, oprichter van de Christelijke Volksbond, uit de Protocollen om zijn lezers te waarschuwen voor «het wereldomvattend complot der perfide joden». Hij was er nog een jaartje eerder bij dan Hitler, wiens Mein Kampf in 1922 verscheen. De Nederlandse opperrabbijn Tal diende Van Gheel nog zeer bedachtzaam en beleefd van repliek, en daarmee was de kous ook meteen af: pastor Van Gheel werd niet op de vingers getikt door zijn kerkbestuur en peinsde er niet over zijn excuses te maken.

De afgelopen jaren zijn de Protocollen in diverse landen het middelpunt van rechtszaken geweest. In 1993 diende er een proces in Sint-Petersburg, waar de beruchte organisatie Pamjat een zaak had aangespannen tegen een joodse krant die Pamjat van antisemitisme had beschuldigd vanwege uitgave van de Protocollen. De Russische rechter maakte zich er gemakkelijk van af. Hij achtte de klacht van Pamjat niet ontvankelijk. Een oordeel over de Protocollen hoefde zo niet te worden uitgesproken. Zo is het geschrift in Rusland nog altijd van grote invloed. Eerder fungeerden de Protocollen als propaganda-instrument van de Sovjet-Unie. Zo leeft Rusland, en de rest van de wereld, nog altijd met de leugens van het tsarentijdperk.

Hadassa Ben-Itto, Anatomie van een vervalsing: De protocollen van de wijzen van Sion

Uitg. Aspekt, 448 blz., ƒ49,90