De herdenking van de opstand tegen Assad

De geschiedvervalsing rond Syrië is nú al gaande

De oorlog in Syrië, die deze week negen jaar geleden begon als vreedzame opstand tegen het bewind-Assad, moeten we nú al herdenken. Om de overlevenden te steunen bij het eren van de ware geschiedenis, juist nu die nog volop gaande is.

De 28-jarige Rana, afkomstig uit de Syrische stad Homs, met haar driejarige zoontje. Haar man werd beschuldigd van verraad van het Assad-regime, waarna hij gevangen werd gezet en overleed. Rana vluchtte naar Libanon. 17 juni, 2012 © Bulent Kilic / AFP / HH

Als tiener probeerde ik me, huiverend, voor te stellen hoe het zou zijn geweest als Duitsland de oorlog had gewonnen en ik dus was opgegroeid in een westelijke provincie van het Derde Rijk. Daarin zouden niet alleen alle bewijzen van de holocaust zijn uitgewist, maar uiteraard ook alle sporen van groot en klein verzet. In de totalitaire orde zou misschien nog wel plaats zijn voor ‘overlevers’ die wijselijk zwegen over wat ze hadden meegemaakt. Een ander deel zou, beëindruckt door de gaven van deze nieuwe wereld, misschien zelfs opgelucht ademhalen dat zwijgen, wegkijken, verraden en profiteren van het gedwongen vertrek van buren, collega’s en kennissen niet tot in lengte van dagen het eigen geweten zouden hoeven te verontrusten. De enkele overlevenden die naar elders hadden kunnen ontkomen mochten daar wellicht de ware geschiedenis vertellen, maar hun getuigenissen zouden in het Derde Rijk worden afgedaan als laffe pogingen om een zo geweldige staat te ontwrichten.

Bij iedere Dodenherdenking groeide het besef dat er alleen maar ‘dit nooit weer’ kon klinken dankzij al die mensen die al sinds de jaren dertig niet enkel de daverende propaganda hadden ontmanteld, maar ook de moed hadden gehad om heel exact door te fantaseren op verhullende formuleringen en zogenaamd pragmatische ordemaatregelen, en hierdoor voorzagen tot welke ellende die zouden kunnen voeren. Om daar vervolgens naar te handelen. ‘Dit nooit weer’ was daarmee een actieve oproep, leek mij, om al in een vroeg stadium de voorbereidingen tot genocide, waar dan ook, te signaleren en als samenleving volop ruimte te geven aan de stemmen van dissidenten uit dictatoriale regimes en aan overlevenden van grootscheepse, gewelddadige aanvallen op en arrestaties van burgers – en deze niet te reduceren tot particuliere slachtoffergeschiedenissen zonder verregaande, moreel verplichtende implicaties voor Nederland zelf.

‘Dit nooit weer’ was óók ‘dit nooit weer’ tegen de stilte die aan de holocaust voorafging, en tegen de stilte erna.

—————

Op 15 maart herdenken Syriërs in allerlei landen de vreedzame revolutie van negen jaar geleden. Ook in Nederland. Net als in voorgaande jaren zullen de bijeenkomsten waarschijnlijk niet druk worden bezocht door niet-Syriërs – hoezeer die ook welkom zijn. De redenen om er als Nederlander niet aan deel te nemen klinken logisch. Ook al omdat er, als het aan sommige minderheden ligt, nog veel meer en vaker moet worden herdacht, om begrip te krijgen voor de slachtoffergeschiedenissen die zij met zich meedragen en waarin Nederland op zijn minst een onverkwikkelijke rol heeft gespeeld. Waarom dan ook nog Syrië, waar Nederland weliswaar burgerslachtoffers heeft gemaakt bij het bombarderen van het door IS bezette Raqqa – maar verder toch vooral vluchtelingen uit heeft opgenomen?

Met name Thierry Baudet hamert geregeld op de ondermijnende werking van een overdaad aan collectieve schuldgevoelens en spijt. Een land dat niet meer trots durft te zijn op zijn verleden, zijn successen en tradities, maar zich (afgedwongen) wentelt in zelfverwijten, verliest slagkracht en toekomstzin, zou daardoor vatbaar zijn voor vreemde invloeden die de samenleving nog verder uithollen. Een opmerkelijke benadering voor iemand die, als het hem uitkomt, dolgraag de rol van underdog speelt en op hoge toon excuses eist als hij meent ten onrechte van iets te worden beschuldigd.

De voornaamste reden om luchtig voorbij te gaan aan misdaden die, zo het al misdaden waren, toch al zijn verjaard, is dat het actuele en toekomstige geschiedvervalsing mogelijk maakt. En dat lukt al. De maatschappelijke verontwaardiging is groot als Baudet het klimaatprobleem ontkent, of tendentieuze berichten verspreidt over Marokkanen. Zijn fans mag het dan niet kunnen schelen, maar er is in ieder geval discussie over de inhoud van de berichten. Die was er vrijwel niet toen Baudet openlijk steun betuigde aan de Syrische president Bashar al-Assad tijdens een debat over de mogelijke terugkeer van Syrische vluchtelingen met een tijdelijke verblijfsstatus, of in deze tweet, van 23 december 2019: ‘Fantastisch hoe de Christelijke wereld standhoudt en/of terugkeert in Syrië – ook nadat onze perfide elites alles hebben gedaan wat in hun vermogens lag om Assad te verzwakken, de Christelijke wereld in het Midden-Oosten ten onder te doen gaan en chaos te brengen in de levant.’

Zolang de Nederlandse regering geen banden met omstreden leiders aanknoopt, mogen politici hun persoonlijke voorkeuren best kenbaar maken. En daarbij wordt Assad internationaal lang niet door iedereen beschouwd als oorlogsmisdadiger. Grote kans dat men in de toekomst nog met hem verder moet: ook al een reden hemzelf en zijn bewonderaars nu niet al te luid te veroordelen.

Opportunisme, onverschilligheid of pragmatisme: hoe je het bovenstaande ook wenst aan te duiden, vaststaat dat Bashar al-Assad al bij het opvolgen van zijn vader Hafez goed begreep hoe belangrijk het is voor de beeldvorming bij mogelijke westerse partners om zich voor te doen als ‘stabiele factor in de regio’ die minderheden en hardwerkende burgers beschermt en materiële welvaart, technologische ontwikkelingen, een innovatieve, geglobaliseerde kenniseconomie, voor iedereen toegankelijke gezondheidszorg en duurzaamheid bevordert. Hij beloofde bij zijn aantreden zelfs geleidelijke democratische hervormingen.

Toen deze deugden nog steeds niet opwogen tegen de ondeugden en de afkeuring hardnekkig dreigde te worden, was het simpel om de goodwill langs een andere kant af te dwingen. Westerse machthebbers moesten ervan doordrongen raken dat iedere vorm van tegenwerking de barbaarse vernietiging van (onder meer christelijke!) minderheden tot gevolg had én dat men de eigen, moderne, diverse samenleving met haar hoogstaande waarden op den duur in gevaar bracht. Een ruimhartig vluchtelingenbeleid zou niet heel anders zijn dan het binnenhalen van het paard van Troje: die arme slachtoffers zouden zich ontpoppen tot gewetenloze strijders voor een wereldwijd kalifaat.

Welbeschouwd is het dus juist de door Baudet zo ferm verdedigde Assad, die een razendknap spel speelt met westerse schuldgevoelens en de enorme vrees om voor de zoveelste keer spijt te moeten betuigen voor het wegwuiven van de waarschuwingen. En het werkt nog ook. Het Assad-regime krijgt nog net niet het voordeel van de twijfel, maar zijn misdaden spraken altijd minder tot de verbeelding dan die van IS cum suis.

Ter illustratie: in de tweede helft van augustus 2018 gaven regeringsfunctionarissen van het regime de namen prijs van vele tot die tijd vermiste personen die in de staatsgevangenissen waren omgekomen. De doodsoorzaken bleven vaag: van ‘nierfalen’ tot ‘hartstilstand’. Nabestaanden ontvingen geen persoonlijke bezittingen van hun dierbare en vernamen evenmin wat er met het stoffelijk overschot was gebeurd, waardoor zij hun ook niet de laatste eer konden bewijzen. Tegenover de hele wereld gaf het regime via deze dodenregisters volmondig toe dat er op grote schaal (jonge) mensen in detentie waren gestorven.

Assad speelt een razendknap spel met westerse schuldgevoelens en de vrees om voor de zoveelste keer spijt te moeten betuigen

Minder dan een maand later was de in het geheim verleende Nederlandse regeringssteun aan gematigde rebellengroepen in Syrië voorpaginanieuws én een hot item in Nieuwsuur. Het ging om niet-dodelijke goederen, maar hoe konden die zijn geleverd aan groeperingen die amper gematigd mochten heten, wie wisten ervan, wie hadden hierin geadviseerd? De ophef over het schandaal overtrof de belangstelling voor het nieuws over de doodsregisters en verklaarde waarom alle Nederlandse hulp aan Syrische partners, inclusief de hulporganisatie de Witte Helmen werd stopgezet. Het frappante is dat veel van mijn toch goed geïnformeerde Nederlandse kennissen zich desgevraagd niets herinneren van het bericht over het vrijgeven van de namen van de gestorven gevangenen, terwijl iedereen nog prima de onthullingen over de Nederlandse steun kan terughalen.

—————
Protest tegen Assad bij het museum van Maaret al-Numan in de provincie Idlib. Oktober 2012 © Bulent Kilic / AFP / HH

In de negen jaar dat het geweld nu in Syrië voortraast, is er met grote regelmaat sprake geweest van opmerkelijke accentverschuivingen. Dat begon al met de introductie van de term ‘burgeroorlog’ in een tijd waarin er nog geen groepen burgers tegen elkaar streden, maar leger, politie, de inlichtingendiensten en knokploegen van het regime vaak lukraak, extreem gewelddadig en zogenaamd preventief de aanval inzetten op al die burgers die (waarschijnlijk) hadden deelgenomen aan de vreedzame protesten, of alleen al familieleden en buurtgenoten hadden die hieraan hadden meegedaan. In de lezing van Assad waren dit allen ‘terroristen’. Lang leve de selffulfilling prophecy.

Vanaf 2014 zorgden de openlijke, barbaarse misdaden van IS voor ophef. Deels omdat de bruutheid zo zichtbaar was, deels omdat IS en andere jihadistische groeperingen jongeren uit Europa aantrokken, deels omdat men aanslagen in het Westen voorbereidde of opeiste. Dat het Assad-regime IS ongemoeid liet en eerder al uitgerekend jihadisten uit de gevangenissen had vrijgelaten, de grenzen met Irak slecht had bewaakt én olie kocht van IS: in achtergrondartikelen werd daar zeker gewag van gemaakt, maar tot een schokkende scoop leidde het nooit.

Tot ongeveer 2013 leefde er onder Syriërs nog de hoop dat de wereld eindelijk zou inzien hoe wreed het regime werkelijk was. Dat trad immers niet meer op in het verborgene, waar doodsangst de dienst uitmaakte en de geheime politie overal meeluisterde en naar believen ingreep, maar toonde in zijn reacties op de massale roep om vrijheid openlijk zijn ware, onmenselijke gezicht.

Zeker, de coalitie van oppositiepartijen, mede mogelijk gemaakt door westerse steun, ging aan onderlinge verdeeldheid en verdenkingen van corruptie ten onder, en in Syrië zelf is allang niet meer helder wie vecht tegen wie. Dat de verwarring groot is, net zo goed onder gevluchte Syriërs zelf, betekent echter nog niet dat de aanvankelijk vreedzame revolutie een verwaarloosbaar event was, of dat alle deelnemers de idealen hebben opgegeven of lijdzaam hebben laten kapen door strijders van welke zijde dan ook.

Toch leek en lijkt de bereidheid om de vreedzame demonstraties te vergeten, groot. Zo groot, dat Syrische vluchtelingen hier ofwel worden bejegend als potentieel gevaarlijke, radicaliserende moslims, ofwel als slimmeriken die handig van de ellende gebruikmaakten om hier een beroep te doen op voor Nederlanders bestemde voorzieningen, ofwel als meelijkwekkende maar veerkrachtige ‘overlevers’. Vrijwel nooit worden ze gezien als de overlevenden van een terechte, ongewapende vrijheidsstrijd die ze voerden voor alle Syriërs, vaak na het nemen van grote risico’s en/of detentie en marteling door het regime – en daarna soms ook door IS of andere milities.

(Voor de duidelijkheid: de niet-bestaande term ‘overlevers’ gebruik ik hier om er mensen mee aan te duiden die er alles aan deden zichzelf en hun dierbaren in veiligheid te brengen en die zich, nadat ze daarin geslaagd waren, zo goed en zo kwaad als mogelijk proberen aan te passen aan de nieuwe omstandigheden. Ze kunnen evenzeer getraumatiseerd en angstig zijn als de achterblijvers – maar anders dan bij overlevenden heeft het keer op keer getuigen van wát er is overleefd, in naam van hen die niet overleefden of het misschien niet zullen overleven, voor hen geen prioriteit.)

—————

Als je het nieuws over Syrië zou kunnen lezen als een partituur, worden door de uitvoerenden de noten weliswaar keurig vertolkt, maar nemen zij een loopje met de duur van de tonen en de maat, evenals met aanwijzingen als crescendo en piano. Lang niet altijd gaat het erom opzettelijk verwarring te zaaien: redacties dienen items zo op te tuigen dat de nieuwsconsument niet verveeld doorbladert of wegzapt omdat de dodentallen hem duizelen, omdat de kwestie te complex of te ver weg is of omdat hij zich niet kan identificeren met de (ervarings)deskundigen die aan het woord komen. Een dappere, menslievende documentairemaker die zich in kogelvrij vest tussen de rokende puinhopen begeeft en bereid is afschuwelijke beelden nog tijdenlang op zijn netvlies te hebben en af en toe wakker te liggen vanwege de droevige verhalen, is toch interessanter dan iemand die al deze ellende als slachtoffer is ontvlucht en dan toch nog liever blijft spreken over het misdadige regime dat maar dóórgaat, dan over een paar in bloed en tranen gedrenkte ‘incidenten’.

De partituur wordt dus uitgevoerd, maar vooral op televisie werd en wordt die gebracht als een spannende, goed in het gehoor liggende deun, met een catchy beat eronder, af en toe een vertraagde, tranentrekkend adagio in mineur, en dan toch een geruststellend, monter slotakkoord: tijd voor het volgende onderwerp, alweer een krankzinnig Brexit-debat in het Britse Lagerhuis! Eén zo’n item kan de zorgvuldige reportages en interviews in de geschreven pers weer teniet doen. Tel daarbij op dat (misdaad)films en televisieseries, juist om de verhalen een paradoxale schijn van echtheid te geven, al snel en opportunistisch aanknoopten bij de Syrische actualiteit: van House of Cards tot aan Flikken Maastricht. Om structurele hulp bij de interpratie van de oorverdovende, atonale symfonie wordt nooit gevraagd – althans niet aan de politieke asielzoekers die, vaak na lange detentie onder Hafez al-Assad, alweer ruim vijftien, twintig jaar in Nederland wonen en werken, en zich sinds het begin van de vreedzame revolutie verenigden in Het Syrische Comité om hun landgenoten te steunen en Nederlanders gedetailleerd te informeren. Noch aan de nieuwkomers die geweldloos actief waren en in het land bleven vanwege dezelfde idealen.

Van ‘onze’ verzetshelden snappen we heel goed dat ze aanslagen pleegden, maar als moslims de wapens oppakken, is dat per definitie extremisme

Als Het Syrische Comité in Nederland al werd benaderd door media of organisaties die ‘iets met Syrië en/of vluchtelingen’ wilden doen, dan toch vooral om een Syriër te leveren die het persoonlijke verhaal vertelde over bombardementen, honger, gebrek aan medicijnen, en daarna het afgrijselijke vluchtverhaal, de mensensmokkel, de gevaarlijke boottocht op een woelige zee. Zeker rond 4 mei was de vraag naar zulke Syriërs groot. ‘Wat fijn, Ahmed, dat je de taal al zo goed spreekt, van Koningsdag en Marco Borsato houdt en bijna klaar bent met je opleiding!’ Voordat er zulke vluchtelingen leverbaar waren, zaten er in praatprogramma’s jonge, mondige, door en door geïntegreerde Syrische vrouwen, zonder hoofddoek, die hun zorgen om Syrië mochten uiten en beweerden dat het Syrië van voor de strijd toch een stuk moderner, beschaafder en vrouwvriendelijker was – en met geen woord spraken over onderdrukking en mensenrechtenschendingen en al helemaal niet over de verkrachtingen in de staatsgevangenissen.

Inmiddels worden Syriërs die de revolutie steunen buiten Syrië steeds voorzichtiger om het ware verhaal te vertellen, aangezien regimegetrouwe landgenoten – of degenen die nu pas, in veiligheid, en na diens overwinningen, Assads zijde kiezen – almaar actiever spioneren, infiltreren en intimideren, met kwalijke gevolgen voor de achterblijvers in de door Assad heroverde gebieden.

Hierdoor komt er nog minder ruimte voor verhalen waarin de wandaden van het regime worden genoemd. Zie de promofilmpjes in het najaar van 2019, van Kerk in Actie, waarbij de directeur zelf afreist naar getroffen kerken in Syrië, en het goed bekeken tweeluik, een half jaar eerder: Sinan zoekt de klas van Elias. Er volgde beide keren geen groot item waarin duidelijk werd dat alle mensen en instanties die men nu in Syrië kan spreken niet de waarheid vertellen, aangezien alle opnames onder begeleiding van regeringsfunctionarissen worden gemaakt en zij bepalen wat wel en niet mag worden gefilmd. Je kunt zeggen dat iedere verslaggever die verzuimt te vermelden dat hij onder controle stond van regime-getrouwe medewerkers terwijl hij zijn item maakte, indirect bijdraagt aan een vertekend beeld van de recente geschiedenis. Hoe goed zijn bedoelingen ook zijn.

Kerk in Actie liet, anders dan andere hulporganisaties, haar donateurs geloven dat steun aan de wederopbouw van kerken en christelijke gemeenschappen gewenst was én aan alle noodlijdende Syriërs ten goede zou komen – maar zonder te vermelden dat de hulp door de lokale orthodoxe kerken alleen wordt verstrekt na invulling van een formulier waarin absolute loyaliteit aan het regime wordt geëist. Dan nog kan iemand in de gevangenis verdwijnen of naar Idlib worden afgevoerd als bijvoorbeeld blijkt dat hij of zij ooit deelnam aan de demonstraties tegen het Assad-regime en/of contacten onderhoudt met gevluchte (vreedzame) activisten die in diaspora aandacht blijven vragen voor het lijden dat Assad en bondgenoot Poetin veroorzaken. Weliswaar helpen de kerken niet actief mee aan de verdwijningen, maar ze aanvaarden het systeem wel.

Elias zei tegen Sinan Can dat hij, ook als dat mogelijk was, niet terug wil naar zijn in puin liggende land omdat hij hier zoveel had opgebouwd. Niets ten nadele van het christelijke jongetje en diens aangrijpende geschiedenis, maar de uitspraak was grievend voor al die overlevenden die dolgraag wél terug willen. Niet uit heimwee, maar omdat ze de achtergebleven slachtoffers willen helpen en alsnog willen tonen dat de idealen van de revolutie hun menens waren en zijn. Helaas zullen zij zelfs bij een kort bezoek aan Syrië meteen verdwijnen.

—————

Sinds enige tijd is er veel aandacht voor de twee internationaal bejubelde films For Sama en The Cave, beide gefilmd tijdens de verschrikkingen in respectievelijk Oost-Aleppo en Oost-Ghouta, en dringt het tot het bioscooppubliek door wat daar recentelijk heeft plaatsgevonden. Juist die geschoktheid is schokkend. Al tijdens de gebeurtenissen was er ruim voldoende informatie over beschikbaar én verbleven er in Nederland veel Syrische overlevenden die soortgelijke beelden en berichten dagelijks ontvingen en deze deelden op sociale media, radeloos, hopend dat Nederlandse media ze zouden oppikken en meer aandacht aan de getuigenissen zouden besteden.

Door zulke monumentale films kunnen veel mensen nu met Trouw-columnist Stevo Akkerman verzuchten: ‘Waarom laat de wereld dit gebeuren?’ Een goede vraag. Maar een die iemand pas kan stellen als hij zich klaarblijkelijk zelf geen onderdeel van die wereld weet. Akkerman stelt: ‘En “de wereld” bestaat niet, alleen landen die het met elkaar oneens zijn.’ Tuurlijk. Regeringen waren aan zet, en konden niets doen omdat het veto van Rusland alle VN-steun tegenhield. Daar heb je je dan maar bij neer te leggen…

Al in 2012 vroegen Syriërs waar de wereld bleef, even retorisch, maar gelet op de wanorde en ellende na de revoluties in Egypte en Libië leek het beter je er niet in te mengen. Afghanistan en Irak en de onuitwisbare smet van Srebrenica vormden kennelijk een excuus om ook in de berichtgeving dusdanig veel meningen te laten klinken dat er een verlammende verwarring door kon ontstaan – waar het regime van profiteerde.

Er is ook toen al weinig aan gedaan om de mythe te ontkrachten dat het vóór de oorlog best heel prettig leven was onder het seculiere, vooruitgangsgerichte Assad-regime. Of alleen al de indruk te ontzenuwen dat het opnemen van de wapens in alle gevallen een blijk van terrorisme was, of van de overwinning van terroristen op gewone burgers. Apart: van ‘onze’ verzetshelden snappen we (geplande) aanslagen en gewapende zelfverdediging heel goed, maar als moslims soms noodgedwongen de wapens oppakken, is dat per definitie een blijk van extremisme. Extra wrang: er waren en zijn enorm veel Syriërs voor wie de voornaamste reden om te vluchten nu juist het weigeren van militaire dienst was, met alle risico’s van dien, om géén dader te hoeven worden. Stevo Akkermans ‘wereld’ heeft nog steeds alle kansen om dan in ieder geval de waarheid te redden. Dag na dag. Maar dan moet dat wel gebeuren.

—————

Van de weinige overlevenden die na de Tweede Wereldoorlog terugkeerden uit de kampen, kennen we inmiddels de afschuwelijke verhalen – en we roemen hun moed om over hun ervaringen te blijven vertellen als een voorbeeld. Dat wil zeggen: sinds een paar decennia. Wat makkelijk wordt vergeten is dat het merendeel van deze overlevenden aanvankelijk op een grote stilte stuitte, geen enkele hulp kreeg bij het terugvragen van woning en goederen, en vaak geen aanspraak kon maken op compensatie. Nederlanders waren vol van de door henzelf doorstane rampspoed, van eigen heldendaden, van bezetterrancune én van enthousiasmerende wederopbouwprojecten. Als ze hadden gehuild om de deportatie van hun buren, dan was de herinnering aan die emotie toch interessanter dan de emoties van de overlevenden. Iets soortgelijks blijft zich herhalen, bij nieuwe overlevenden. En ach, ze komen ditmaal niet eens uit Nederland… Er is terecht veel verontwaardiging over alles wat de Syrische vluchtelingen nu overkomt, en de beelden stemmen wederom machteloos. Iedereen die op de een of andere manier de mening heeft uitgedragen dat Assad niet het grootste probleem was, en iedereen die bereid was dit te geloven, (bijvoorbeeld door het contact met priesters in Syrië die tot op heden het land in en uit kunnen reizen om aandacht te vragen voor het lot van christenen, of omdat men er zelf ooit heeft rondgereisd en niks van een dictatuur heeft gemerkt) zou ter verantwoording geroepen mogen worden. Al is er geen fake news of propaganda verspreid: wie (al dan niet opzettelijk) informatie wegliet, of een podium gaf of geeft aan mensen die de wandaden van het regime en bondgenoten bagatelliseren, is medeplichtig aan de subtiele geschiedvervalsing die tot zoveel stilte leidde.

Dit is een oorlog die niet pas decennia na dato herdacht mag worden – we kunnen, móeten de overlevenden nu al bijstaan bij het herdenken van de juiste geschiedenis, juist terwijl die nog volop gaande is. Om erger te voorkomen. Om mensen te laten merken dat we ons onderdeel voelen van diezelfde wereld die zo lang, te lang, stil is geweest – en dat we willen luisteren. En er dan onze stem en onze daden aan toe te voegen. Dat is méér dan vragen om een ruimhartiger, menselijker vluchtelingenbeleid of verontwaardigd reageren op wat er zich nu in Turkije en Griekenland afspeelt, al moet dat zeker óók gebeuren. Het is in verzet komen overal waar een loopje met de geschiedenis wordt genomen, of waar mensen met de beste bedoelingen Syriërs een podium geven die met een vroom gezicht verklaren apolitiek te zijn, maar gericht op vrede en verbinding – door kunst, literatuur of gedeelde (christelijke) waarden. Intellectueel engagement, met prachtige exegeses van het werk van Albert Camus of Hannah Arendt, betekent in het licht, of de duisternis, van Syrië niets meer. Het is uitstel van executie. Herstel: wás het maar uitstel van executie. Behalve de duizenden slachtoffers die we zien, zijn er nog eens vele duizenden die we niet zien. Niet horen. En die als ze al ooit terugkeren tot het rijk der levenden niets meer kunnen of durven zeggen.

Mensen die verlangden naar vrijheid, naar democratie, naar geweldloosheid en menselijke waardigheid en daar negen jaar geleden, of eerder al, hun leven voor wilden riskeren. Juist in een land waar dit er allemaal wél is, kunnen burgers actief solidair zijn met Syrische overlevenden, bij herdenkingen, hulpacties en protesten die de idealen warm houden, net als het verlangen naar gerechtigheid. Je gezamenlijk verdiepen in andere geschiedenissen dan de ‘eigen’ verzwakt een land niet, maar versterkt de saamhorigheid die nodig is om uitsluiting, haat en geweld geloofwaardig te bestrijden en de belofte ‘dit nooit weer’ gestand te doen. Hoewel het dit jaar 75 jaar geleden is: ook Nederlanders hebben alle vrijheden van vandaag te danken aan overlevenden die niet zwegen en de daad bij het woord bleven voegen. Dat schept een band.


Désanne van Brederode (1970) is schrijver, filosoof en essayist. Ze schreef onder andere de romans ‘Ave verum corpus’ (1994) en ‘Wonderlamp’ (2019). In 2017 publiceerde ze ‘Als stilte steekt’, over het effect van collectief zwijgen.