De geschreven keizer

Over weinig Romeinen is zoveel op papier gezet als over Gaius Octavius (63 voor Chr.-14 na Chr.), achterneef en adoptiefzoon van Julius Caesar en – onder de erenaam Augustus – de eerste keizer van Rome.

Medium statue augustus

Niet alleen voor moderne historici en fictieschrijvers blijft de man die Rome van een republiek in een keizerrijk veranderde een fascinerend onderwerp. Ook latere generaties Romeinen ontkwamen niet aan zijn voorbeeld. Intellectuelen die het keizerschap wilden analyseren of hun eigen keizer wilden adviseren moesten zich steeds tot Augustus verhouden. Hetzelfde gold voor de keizers over of voor wie ze schreven.

Dit schrijven over Augustus gaat terug tot de tijd van de eerste keizer zelf. Veel van de belangrijkste dichtwerken geschreven tijdens zijn regering gaan direct of indirect over hem of zijn tot hem gericht of aan hem opgedragen. Bovendien schreef Augustus aan het eind van zijn leven ook zichzelf. Voor zijn mausoleum liet hij een inscriptie met zijn daden (Res gestae) aanbrengen, een beknopte officiële geschiedenis van zijn lange regering.

Ook in onze tijd is er een veelheid aan visies op en versies van Augustus beschikbaar. Dit blijkt alleen al uit twee televisieseries die het moderne beeld van Rome sterk gekleurd hebben. In I Claudius, naar de romans van Robert Graves, is de oude Augustus een gezellige en wat naïeve man, terwijl zijn vrouw Livia alles en iedereen vergiftigt om haar zin door te drijven. In de recentere serie Rome volgen we juist het begin van Augustus’ leven: eerst als vroegwijs jongetje en vervolgens als geslepen en gewetenloze machtspoliticus.

Ook John Williams probeert in zijn in dit Augustusjaar opnieuw uitgegeven roman de keizer te duiden. Verstandig genoeg kiest hij voor een indirecte benadering. Op deze manier kan hij de vele gezichten van Augustus juist tot zijn thema maken. De roman bestaat uit een verzameling brieven, dagboeknotities, memoires, edicten en gedichten van vrienden, vijanden en andere tijdgenoten van Augustus. Deze documenten, voor het overgrote deel fictief, stellen de lezer in staat Augustus’ weg naar de macht en zijn familieperikelen op de voet te volgen. In sommige teksten volgen we de geschiedenis live, in andere kijken personages in een latere fase van Augustus’ regering terug op eerdere gebeurtenissen.

Twee van de belangrijkste en meest geslaagde stemmen die Augustus’ weg naar de macht beschrijven zijn die van zijn oude vrienden Maecenas en Agrippa. Agrippa behandelt in zijn memoires de slagen die hij voor Octavius heeft uitgevochten in de voornamelijk zakelijke stijl van de militair die onvoorwaardelijk in Augustus’ missie gelooft. Maecenas’ brieven aan de historicus Livius zijn reflectiever. Hij is zich er telkens van bewust dat zijn herinneringen aan het begin van Octavius’ carrière vertekend moeten zijn, omdat hijzelf en de wereld sindsdien zo sterk veranderd zijn. Is het nog wel mogelijk om het verleden terug te halen, zoals Livius in zijn geschiedwerk nastreeft, en om je vroegere zelf te kennen?

Eenzelfde vraag stelt Augustus’ wegens overspel verbannen dochter Julia zich in de tweede helft van de roman. In haar dagboekaantekeningen vindt zij het moeilijk om haar huidige ik te rijmen met wie ze geweest is. Maar deze notities vormen ook een schriftelijke voortzetting van haar eerdere zoektocht naar een eigen identiteit in de door mannen beheerste Romeinse politiek.

Voor de oude keizer, die tijdens zijn leven zoveel rollen heeft moeten spelen, is zijn jongere zelf een vreemde geworden

Tegen het slot van de roman schrijft eindelijk Augustus zelf. Dit is een andere Augustus dan die van de Res gestae. Ook voor de oude keizer, die tijdens zijn leven zoveel rollen heeft moeten spelen, is zijn jongere zelf een vreemde geworden. Augustus heeft al zijn vrienden overleefd, en uiteindelijk ook zichzelf. Uit dit zelfportret blijkt wel dat Williams de laatste woorden van de keizer, de vraag of hij zijn komedie goed gespeeld heeft, uiterst serieus heeft genomen.

Ook de contemporaine ‘bronnen’ zijn vaak geslaagd, al blijven sommige personages wat vlak en worden de bekende lijnen van hun karakter niet altijd zo interessant ingekleurd als in het geval van Maecenas, Julia en Augustus. Williams wil wel erg veel Romeinen het woord geven, met als gevolg dat ook bijna iedere dichter die onder Augustus actief was een brief mag schrijven of ontvangen. Dat vind ik als vakidioot uiteraard een gezellige boel, maar het is de vraag of het elke keer nodig is.

Een roman over Augustus gaat natuurlijk ook altijd over Rome, over hoe Augustus’ beleid de Romeinse wereld veranderde en over de vraag of de orde die hij bracht het verlies van de republiek en de vele slachtoffers onderweg waard is geweest. Williams ontkomt niet altijd aan het verhaal van het verval van het corrupte Rome, een verhaal bijna net zo oud als Rome zelf. De stervende Augustus vreest de komst van de barbaar en twijfelt aan de politieke eeuwigheid van Rome, maar verwacht dat de Romeinse cultuur zal voortleven. Dat is wel erg praten met de kennis van nu, hoe serieus de problemen aan de noordgrens in Augustus’ laatste jaren ook waren.

Tamelijk flauw is ook de vooruitblik op de laatste pagina, wanneer Augustus’ oude lijfarts in een brief aan Nero’s opvoeder Seneca hoopt dat alle inspanningen van Augustus uiteindelijk beloond en vervuld zullen worden in Nero. Dit optimisme aan het begin van Nero’s regering is niet door Williams verzonnen, maar als lezer moeten we natuurlijk meteen bedenken dat deze regering uiteindelijk verschrikkelijk is uitgepakt.

Gelukkig zijn deze gevallen meer uitzondering dan regel. Wat beklijft zijn de momenten waarop Williams’ personages zich realiseren wat er verloren gaat terwijl je jezelf en de wereld opnieuw probeert uit te vinden.


Medium augustus

John Williams: Augustus. Vertaald door Edzard Krol. Lebowski, 448 blz., € 19,95


Beeld: Een roman over Augustus gaat natuurlijk ook altijd over Rome.