De gesloten elites van nederland

Nederland, is dat niet het meest open, democratische, antiautoritaire land dat er is? Dat valt reuze tegen. In de economie, de politiek en de rechtspraak heeft een vast ‘old- boys network’ het voor het zeggen. Hoe de elite van Nederland zichzelf en elkaar in het zadel houdt.

Is er een opener en democratischer samenleving dan de onze? Vergelijk ons eens met onze nabuurlanden. Met Engeland bijvoorbeeld, met zijn in Eton en Oxford opgeleide elite, het land waar het klasse-onderscheid zich manifesteert tot in alle uithoeken van het dagelijks leven. Met Frankrijk bijvoorbeeld, met zijn op speciale ‘superieure’ scholen opgeleide elite, die zowel de staat als het bedrijfsleven beheerst. Met Duitsland bijvoorbeeld, met zijn ingebakken eerbied voor autoriteiten en Herr Doktor. Is er een land met zoveel actiegroepen als het onze? Is er een land waar de minister- president zich iedere vrijdagavond laat interviewen over de genomen kabinetsbeslissingen? In welk land zijn de autoriteiten bereikbaarder dan hier? Hebben wij niet een goed functionerende overlegeconomie waarin alle partijen tot hun recht komen? En is er een land met een beter rechtssysteem? Toch, wie dieper kijkt, komt tot de conclusie dat de werkelijke situatie heel wat minder rooskleurig is. Nederland kent een gesloten elite die zich effectief afschermt tegen buitenstaanders.Neem het bedrijfsleven. Sinds de befaamde 'tweehonderd van Mertens’ is er niets veranderd. Commissarissen en directeuren vormen nog altijd een old-boys network. Werknemers maar ook aandeelhouders hebben nauwelijks invloed.
Directeuren worden benoemd en ontslagen door commissarissen, en commissarissen benoemen zichzelf door middel van cooptatie. Nog altijd kent Nederland vele 'commissariatenverzamelaars’, die bij meer dan vijf tot tien ondernemingen commissaris zijn. Commissarissen die de eenheid doorbreken, worden op dood spoor gezet, zoals Swarttouw bij Fokker. Werknemers-commissarissen worden met een scheef oog aangekeken. Men houdt elkaar de hand boven het hoofd in goede en slechte tijden.De gang van zaken bij Daf was daarvan een voorbeeld. Het faillissement was een gevolg van de economische situatie maar minstens evenzeer van ondernemersfalen. Het produktieproces bij Daf kende zoveel variabelen voor onderdelen dat er jaarlijks voor dertig miljoen aan componenten werd verspild. De ondernemingsleiding kon geen keuzen maken en werkte met zeven of meer cabines waar hun concurrenten zich tot drie beperkten, zodat de kostprijs bij Daf dikwijls hoger lag dan de verkoopprijs. Er was te veel overhead en via financiele trucs en constructies als Daf Finance werd omzet gekocht en tegelijkertijd gefinancierd. Niettemin kon de hoofdverantwoordelijke voor de deconfiture, directeur Cor Baan, met steun van de banken aanblijven terwijl de helft van de werknemers zonder sociaal plan op straat kwam te staan. Het old-boys network bleef in stand. Directeuren worden slechts sporadisch voor gemaakte fouten verantwoordelijk gesteld en als dat gebeurt, krijgen ze riante gouden handdrukken als beloning. Een blik in de jaarverslagen van grote ondernemingen leert dat die bedragen niet apart maar onder de verzamelpost 'bezoldigingen’ worden vermeld, en een miljoen is wel het minimum.
Met de persoonlijke aansprakelijkheid is het nog droeviger gesteld. Het leek een doorbraak toen de rechter de bestuurders en commissarissen van Ogem veroordeelde wegens wanbeleid en hen hoofdelijk aansprakelijk stelde. Het vonnis werd tot de Hoge Raad gehandhaafd, maar tot uitvoering is het nooit gekomen. Met de betrokkenen werd een schikking getroffen omdat de lengte van de procedures en de verjaringstermijn tot gevolg zouden kunnen hebben dat er anders helemaal niets meer te halen zou zijn.
De kans dat commissarissen of bestuurders voor gemaakte fouten moeten betalen, is zo gering dat prof. mr. Slager, een van de curatoren van Ogem, commissarissen aanraadde geen aansprakelijkheidsverzekering meer af te sluiten. 'Uit de Nederlandse juridische literatuur ken ik maar vijf gevallen waarbij bestuurders persoonlijk met de consequenties van hun beleid te maken kregen.’ Dit staat in schril contrast met het land waar ondernemers zo graag naar kijken: de Verenigde Staten - daar moeten bij gebleken wanbeleid hoge sommen gelds worden betaald.
Ook mr. Fentener van Vlissingen, lid van een van de rijkste families in Nederland, hoefde niet te boeten voor het benadelen van zijn klanten in de Noro-affaire. Hij zag kans het 'zwartboek’ over deze affaire twee jaar lang geheim te houden. Toen het zwartboek na een vonnis van de rechter openbaar werd, bleek het zulke zware aantijgingen en beschuldigingen te bevatten dat de zaak rijp leek voor de strafrechter. Maar het enige wat er gebeurde, was dat mr. Fentener van Vlissingen aftrad en zijn plaats werd ingenomen door een van de andere leden van het old-boys network, mr. Sickinge. De heer Sickinge is tevens commissaris bij de Nederlandse Bank.
De elite heeft ook iets te beschermen. Terwijl het VNO onophoudelijk voor werknemers de nullijn propageert wegens de slechte economische toestand, stegen volgens Jaap Peters, oud-topman van Aegon, in dezelfde periode van economische achteruitgang de beloningen van Nederlandse bestuurders gemiddeld met zeven ton. Toen Daf enkele jaren geleden naar de beurs ging, kregen de leden van de raad van bestuur zoveel opties dat ze in een paar dagen dertig miljoen winst in de zak konden steken. Tot eer van VVD-fractieleider Bolkestein moet worden gezegd dat hj als eerste in het openbaar kritiek leverde op de forse gouden handdrukken en de gemakzucht van commissarissen. Hij hekelde vooral de ons-kent-ons-cultuur waarin niet noodzakelijk de meest energieke, bekwame en innovatieve ondernemer komt bovendrijven.
De Nederlandse economische elite neemt een extra sterke positie in doordat er in ons land nauwelijks sprake is van deelneming van werknemers in het eigendom van een onderneming. Dit in tegenstelling tot Engeland en Frankrijk en - opnieuw - de Verenigde Saten. En de Nederlandse staat volgt het slechte voorbeeld. Toen de regering in 1989 tweederde van de aandelen van DSM verkocht, was er geen enkele voorziening voor de werknemers getroffen. In het Engeland van Thatcher werd bij de verkoop van British Airways nog 9,5 percent van de aandelen aan het personeel beschikbaar gesteld, deels als schenking, deels als onderdeel van een regeling.
Het is opmerkelijk - of misschien juist niet - dat geen van deze zaken ter sprake kwam in het grote economiedebat, het elite-debat dat NRC Handelsblad enige weken geleden organiseerde. En dat terwijl de inteelt medeverantwoordelijk is voor de slechte concurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven. Mogelijk loopt Nederland achter op het gebied van de flexibilisering van de arbeid, maar het loopt zeker achter op het gebied van werknemersparticipatie die, zoals uit veel onderzoeken blijkt, eveneens van belang is voor het verbeteren van de resultaten in een onderneming. Bij alle modieuze Engelse termen die vielen in het debat - 'turn around’, 'sense of urgency’, 'picking the winners’ - ontbrak er een: 'First things first.’
Ook de politieke elite, bestaande uit ministers, vooraanstaande kamerleden en andere bestuurlijke functionarisssen, weet goed voor zichzelf te zorgen. Dat blijkt uit de benoemingen voor de Raad van State, commissarissen van de koningin en burgemeesters. De Raad van State wordt praktisch geheel gevuld door oud-politici, aangevuld met een enkele rechter, hoewel de Wet op de Raad van State merkwaardig genoeg niets zegt over de vereiste bekwaamheden. Slechts over de staatsraden 'in buitengewone dienst’ zegt de wet dat zij worden gekozen uit hen 'die bewijzen hebben gegeven van bekwaamheid in zaken van wetgeving, bestuur of rechtspraak dan wel van bijzondere deskundigheid in aangelegenheden die de wetgeving, bestuur of rechtspraak raken’. Het feit dat oud- politici zo'n grote invloed hebben, blijkt ook uit sommige adviezen, zoals dat over de WAO: dat had meer het karakter van een politiek standpunt dan van een advies over de uitvoerbaarheid en eventuele innerlijke tegenstrijdigheden en onrechtvaardigheden van de wet. Het is duidelijk dat de Raad van State door de aard van het werk een groot aantal juristen nodig heeft maar ook nu zijn niet alle leden juristen. Ik zie niet in waarom mensen die hun sporen hebben verdiend in de wetenschap, het bedrijfsleven, vakbonden en andere instellingen ongeschikt zouden zijn; juist door hun andere invalshoek zouden zij een belangrijke bijdrage aan het werk van de Raad van State kunnen leveren.
Met de benoemingen van de commissarissen van de koningin is het niet anders. Natuurlijk zal niemand op zich bezwaar maken tegen benoemingen van oud-ministers als Van Kemenade en Wiegel, maar ook hier gaat het mij om het automatisme. En laat niemand zeggen dat niet-politici daarvoor de ervaring missen, zo moeilijk is het werk van een commissaris van de koningin ook weer niet. En bovendien: politici vinden het heel normaal dat ministers - toch een heel wat moeilijker beroep - worden benoemd op departementen waarmee ze geen of nauwelijks ervaring hebben. Soms worden commissarissen van de koningin duidelijk benoemd als pleister op de wonde, zoals bij de toenmalige benoeming in Zeeland van minister Van Aartsen die een paar jaar ervoor was afgetreden als minister van Volkshuisvesting omdat hij zijn departement niet kon beheren, en in Gelderland oud-minister Terlouw, die evenmin een grote indruk had achtergelaten in Den Haag.
Ook burgemeestersbenoemingen zijn gereserveerd voor politici en overheidsfunctionarissen. Al het geneuzel over de burgemeestersbenoeming in Amsterdam kon niet voorkomen dat er iemand werd benoemd uit het circuit met het partijboekje van de PvdA op zak. Rechtstreekse verkiezing van de burgemeester, zoals elders ter wereld gebruikelijk, had dit automatisme kunnen doorbreken en een opening kunnen bieden aan buitenstaanders. En dat is precies de reden waarom een meerderheid van de Tweede Kamer zich daartegen heeft verzet. Er is wel het voorstel van de commissie-Van Thijn - verkiezing door de gemeenteraad - maar dat middel is nog erger dan de kwaal: het legt de beslissing bij de plaatselijke partijelite. Het zal er in de praktijk toe leiden dat praktisch altijd een man of vrouw wordt benoemd uit de partij die de meeste stemmen in de raad heeft. Maar waarom zou een door de PvdA of SGP gedomineerde gemeente altijd een PvdA- of SGP-burgemeester moeten krijgen? Verkiezing door de gemeenteraad lost niets op; nu kunnen er althans in enkele gevallen nog burgemeesters van kleine partijen worden benoemd.
Wat voor commissarissen van de koningin geldt, geldt mutatis mutandis ook voor burgemeesters. Het kiezen van buitenstaanders is geen garantie voor kwaliteit - maar het huidige stelsel biedt dat evenmin, zoals is gebleken vanaf de watersnoodramp in 1953 tot aan de watersnood in Limburg in 1993, vanaf Tietjerksteradeel tot aan Goes. Ambtsdragers hoeven evenmin voor hun toekomst te vrezen. Zelfs als er sprake is van enig gesjoemel zoals in Almere, worden ze eervol ontslagen met alle emolumenten van dien.
Opvallend ook is de grote invloed in Hilversum van oud-politici die enige hunkering naar bestuursmacht niet kan worden ontzegd. De tijd ligt ver achter ons dat kranten werden geleid door politici (Romme als - staatkundig - hoofdredacteur van de Volkskrant, Bruins Slot als hoofdredacteur van Trouw), maar vijf omroepen worden geleid door oud-politici: oud- minister Van der Louw (NOS), oud-minister Braks (KRO), oud-minister Van Dam (Vara), oud-staatssecretaris Van der Reyden (Veronica) en oud-staatssecretaris Wallis de Vries (Avro).
De geslotenheid van de elite doet zich niet alleen voelen in het bedrijfsleven en de politiek maar ook op andere terreinen. Dat bleek nog eens toen minister Hirsch Ballin de gedachte opperde ook notarissen en advocaten te verplichten frauduleuze transacties te melden. Onmiddellijk kwamen de Koninklijke Notariele Broederschap en de Orde van Advocaten in het geweer en sindsdien hebben we er niets meer van vernomen. Alle Nederlanders zijn weliswaar gelijk voor de wet maar notarissen en advocaten zijn iets gelijker. Zij kunnen zich onttrekken aan de grondwettelijke plicht van iedere burger om misdaden te voorkomen en de verantwoordelijke instanties van criminele voornemens in kennis te stellen.
Het is in Nederland ook heel normaal dat plaatsvervangende rechters worden gekozen uit nog werkzame advocaten. Dat brengt het risico met zich mee dat zij moeten oordelen over zaken en mensen waarvoor zij vroeger hebben gewerkt, ook wel genoemd: belangenverstrengeling. Dat dit niet alleen theorie is, bleek uit een onderzoek dat de heer Rem instelde toen hij in een conflict met de verzekeringsmaatschappij Ohra was verwikkeld: daaruit bleek dat vier plaatsvervangende rechters van het gerechtshof in Arnhem die ook in zijn zaak hadden geoordeeld, hetzij werkten voor het advocatenkatnoor Dirkzwager dat de belangen van Ohra behartigde, hetzij lid waren van de commissie van arbitrage van Ohra. Opvallend is nog dat de Hoge Raad later het vonnis van het Arnhemse gerechtshof vernietigde en terugverwees naar de rechtbank in Leeuwarden.Een van de schrijnendste voorbeelden van hoe de elite zich gedraagt, is wat er gebeurde - of juist niet gebeurde - na de moord op de sigarenwinkelier in de Amsterdamse Molukkenstraat. De winkelier werd doodgeschoten door een jongen die twee jaar eerder iemand met messteken om het leven had gebracht. Hij was, hoewel hij zich agressief bleef gedragen en tegen de adviezen van een aantal verplegers in, in een open inrichting geplaatst waaruit hij na een paar dagen wist te ontsnappen. Iemand - of meer mensen - moet een ernstige fout hebben gemaakt: de kinderrechter of de psychiater of de directeur van de inrichting. Niemand heeft verantwoording genomen, niemand is ter verantwoording geroepen, er is zelfs geen officieel onderzoek ingesteld. De weduwe heeft nog nooit van enige autoriteit ook maar een briefje of telefoontje gehad. Integendeel, de directeur van de Rekkense inrichtingen pleitte zichzelf vrij, een spijtbetuiging kon er niet af. Is het vreemd dat de burgerij het vertrouwen in welke autoriteit dan ook verliest?
De bijna-onaantastbaarheid van de elite blijkt ook uit het lopende debat over corruptie en banden met de onderwereld. Het is heel normaal de politie, de onderste klasse in ons rechtssysteem, te beschuldigen van corruptie. Twee weken voordat de ruzie tussen Wiarda en Nordholt losbarstte, verscheen in NRC Handelsblad een interview met de Arnhemse rechter-commissarissen Brauns, Vegter en Laman. Zij hadden signalen opgevangen dat er door corrupte politie-ambtenaren informatie werd doorgespeeld. Hoe waren zij er zo zeker van dat die informatie van de politie kwam? Is het bij voorbaat uitgesloten dat die informatie kwam van een officier van justitie of van een rechter-commissaris of uit hun omgeving?
De socioloog Abram de Swaan schreef een paar weken geleden in NRC Handelsblad: 'Gedetineerden weten op wonderbaarlijke wijze te ontsnappen, beklaagden worden wegens vergissingen in de procesgang in vrijheid gesteld, verdachten blijken haast helderziend - verdwenen op het moment dat de politie binnenvalt.’ Kortom: 'De echte vraag is of er ook in de hogere regionen medeplichtigen zijn.’ Ik moet erkennen dat als ik lees dat rechters drugshandelaren in vrijheid stellen wegens vormfouten als te late toezending van de stukken of al te gemakkelijk meegaan met drugsadvocaten die de criteria voor 'onrechtmatig verkregen bewijs’ steeds verder oprekken - waarmee we ons langzamerhand tot de risee van Europa hebben gemaakt - ik ook neig tot thinking the unthinkable.
Maar is het echt ondenkbaar? Ik ben niet gevoelig voor samenzweringstheorieen - ik ben zo ongeveer de enige die al dertig jaar gelooft dat Kennedy werd vermoord door Oswald en Oswald alleen - maar Italie toont aan dat corruptie is te vinden in iedere groep, vooral politici en ondernemers maar ook officieren van justitie en rechters. Maar zelfs het openhouden van de mogelijkheid dat corruptie ook in hogere kringen dan de politie voorkomt, wordt in ons land gezien als heiligschennis.
De elite in Nederland is noch almachtig noch onaantastbaar, maar ze vormt wel een macht die ons ervan zou moeten weerhouden te koop te lopen met Nederland als een toonbeeld van democratie. Dan zal toch eerst de macht en de geslotenheid van de elites moeten worden doorbroken. En dat kan alleen - en dat is tegelijkertijd het probleem - als de elite daaraan meewerkt. Ze zou moeten meewerken aan een betere balans tussen enerzijds de macht van commissarissen en raad van bestuur en anderzijds werknemers en aandeelhouders, een verantwoordingsplicht van de ondernemingsleiding op dezelfde manier als het personeel wordt afgerekend op prestaties, een grotere verscheidenheid in de bezetting van allerlei functies, onder andere door middel van de gekozen burgemeester, het referendum en door de burgerij af te dwingen enquetes. De overheid zou minder op zichzelf en meer op de burgerij moeten vertrouwen, zonder haar eigen verantwoordelijkheid prijs te geven.
Twee zaken waar dit volledig is misgegaan, zijn de WAO en de Betuwelijn. De regering had, alvorens beslissingen te nemen, het volk erbij moeten betrekken. Ze had eerst duidelijk moeten maken dat de WAO zijn oorspronkelijke bedoeling voorbij was geschoten, dat Nederland bijna de helft meer mensen in de WAO heeft dan de buurlanden, dat het niet meer te betalen was, dat bezuinigingen en dus pijn onvermijdelijk waren en vervolgens de burgerij en maatschappelijke organisaties moeten uitnodigen mee te denken over de beste manier om dit te verwezenlijken. Hetzelfde geldt voor de Betuwelijn. Een regering dient te redeneren, en als zij een spoorlijn onvermijdelijk acht in verband met de economische ontwikkeling van ons land, dient ze dat ook te zeggen. Maar dat is wat anders dan onmiddellijk een tot op de details uitgewerkt plan voorleggen waar nauwelijks nog iets aan kan worden veranderd.
Hetzelfde geldt voor ons rechtssysteem. Wat nodig is, is een veel grotere aandacht voor de slachtoffers van criminaliteit en beter luisteren naar signalen uit de samenleving (hetgeen iets heel anders is dan het gesundes Volksempfinden). Nederland kent terecht geen juryrechtspraak, maar een van de weinige voordelen daarvan is wel dat de burgerij zich meer betrokken voelt. Het ontbreken daarvan betekent dat ons rechtssysteem zich niet kan permitteren vooral met zichzelf bezig te zijn.Wat in ieder geval niet moet gebeuren, is wat Marcel van Dam in het slot van zijn oudejaarsartikel in de Volkskrant voorstelt. Nadat hij de Tweede Kamer - en dus ook de gemeenteraad - terecht heeft verweten dat zij nog steeds denken te beschikken over een ouderwets vertrouwensvotum, dringt hij in een adem aan op een 'communicatieplan van de overheid, onder verantwoordelijkheid van de minister-president’. Het is op zich al vreemd dat Van Dam zo'n betekenis hecht aan een communicatieplan - hij zelf is weliswaar een bekwaam communicator en de Vara maakt helemaal niet zulke slechte programma’s, maar voor het eerst in de geschiedenis is de Vara de kleinste omroep geworden, kleiner dan de EO en de VPRO. Communicatie is kennelijk niet die toverstaf waarvoor sommigen en met name de belanghebbenden haar houden.
Wie iets wil leren over de werking van de overheidsvoorlichting, hoeft slechts Vrij Nederland van enkele maanden geleden op te slaan over het 'communicatieplan’ voor de Betuwelijn. Dat draait om zaken als het 'neutraliseren van tegenstanders’, over 'een te veroveren positie’, over 'zachte en open technieken’ en bevat zinnen als: 'Afstemming met het oog op de pers zou daarin een eerste punt kunnen zijn.’ Natuurlijk is dit de gebruikelijke bla-bla van een communicatiebureau, waaraan de departementen nog steeds bakken geld verspillen, maar het communicatieplan is inmiddels een vast onderdeel geworden van de politiek van het ministerie van Verkeer en Waterstaat. En dit illustreert duidelijk hoe voorlichting manipulatie wordt en de overheid haar moraal aanziet voor de moraal. De elite versterkt haar positie en de vrijheid van de burger wordt ingeperkt.