De geur van mafia

Deze week is in Italie het ‘proces van de eeuw’ begonnen. In een dossier van honderdtwintigduizend pagina’s worden zesendertig beschuldigingen geuit aan het adres van Giulio Andreotti, ooit de machtigste man van het land. Allemaal leugens en wraakoefeningen, meent ‘Signor Italia’ zelve.
WIE STAAT ER sinds dinsdag in Palermo’s zwaarst bewaakte rechtszaal eigenlijk terecht? Fysiek lijkt de verdachte in alles op de meest bekende Italiaanse politicus. Die lichte bochel, die flinterdunne mond, die flaporen, dat naar achter gekamde haar: sprekend Andreotti. Ook het nasale stemgeluid, de onderkoelde onverstoorbaarheid en de mengeling van ironie, sarcasme en cynisme verschillen in niets van die van Italies laatste staatsman.

Ja, hij is het echt. Maar de 76-jarige senator-voor-het-leven staat daar voor veel meer dan zichzelf. Want Andreotti is veel meer dan Andreotti. Andreotti was de christen-democratische partij, die sinds het eind van de oorlog onafgebroken aan de macht is geweest, tot de instorting van het oude politieke systeem. Andreotti is het levende symbool van vijftig jaar Italiaanse geschiedenis. Andreotti speelde een hoofdrol in alle grote Italiaanse mysteries. Andreotti ging om met de groten der aarde. Andreotti was voor het buitenland het gezicht van Italie. Andreotti was Italie.
En nu moet Signor Italia zich verantwoorden voor de meest vreselijke van alle beschuldigingen. Andreotti, de vertegenwoordiger bij uitstek van de staat, zou contactman en beschermheer zijn geweest van Cosa Nostra, de incarnatie van de anti- staat. Hij zou zijn macht hebben willen veiligstellen door het op een akkoordje te gooien met de mafia: politieke garanties en juridische hulp voor de mafiabazen, in ruil voor de stemmen van de mafia voor Andreotti’s christen-democraten.
Zeven keer is hij premier geweest, Giulio Andreotti, en daartussendoor 22 keer minister. In zijn jonge jaren was hij zes keer staatssecretaris. Hij was particulier secretaris van de christen-democratische aartsvader Alcide De Gasperi, de eerste naoorlogse politieke leider van Italie. Toen een halve eeuw later het oude politieke systeem in zijn eigen drek begon te verzuipen, was het niet meer dan billijk dat dat samenviel met het laatste premierschap van Andreotti. Diens droom om zijn carriere te bekronen met het presidentschap, viel prompt in duigen.
Misschien is het proces tegen Andreotti niet het proces van de eeuw, zoals de Italiaanse pers graag verkondigt. Maar voor Italie is het dat wel. En dat niet eens vanwege de gigantische omvang van het dossier (120.000 pagina’s), het aantal beschuldigingen dat tegen de verdachte is ingebracht (36) of de hoeveelheid getuigen (ruim 400 a charge, onder wie de zwaargewichten van de mafia-spijtoptanten, en 116 a decharge, onder wie nationale en internationale notabelen van het eerste plan). Het proces-Andreotti is het Italiaanse proces van de eeuw omdat Andreotti de politicus van de eeuw was.
DE DRIJVENDE KRACHT achter het onderzoek tegen Andreotti is de 55-jarige Giancarlo Caselli. Sinds begin 1993 is hij hoofdprocureur van de rechtbank van Palermo. Zover had zijn grote voorbeeld, de in mei 1992 vermoorde antimafiarechter Giovanni Falcone, het nooit gebracht. Caselli houdt vol dat het proces tegen Andreotti van strikt strafrechtelijke aard is. Hij vindt het verontrustend dat de verdachte een strafrechtelijk proces wil veranderen in een politiek proces. ‘Dit is geen politiek proces’, zegt Caselli, 'maar een proces tegen een politicus om te onderzoeken of hij strafbare feiten heeft gepleegd.’ Door zich uit te roepen tot politiek vervolgde brengt Andreotti volgens Caselli het proces op een plan waar het niet thuishoort.
Caselli heeft gelijk en ongelijk tegelijk. Gelijk, want natuurlijjk kan het proces uitsluitend en alleen worden gevoerd binnen de grenzen van het strafrecht. Het proces gaat niet over de politiek, maar alleen over Andreotti’s mafiarelaties. Als bewezen wordt dat de ex-premier inderdaad een vriend van de mafiabazen is geweest, moet hij worden veroordeeld, zo niet, dan moet hij worden vrijgesproken. En daarmee is strafrechtelijk de kous af.
Maar Caselli heeft ook ongelijk. Andreotti is niet zo maar iemand, hij is de kwintessens van de na de oorlog gestichte Eerste Republiek. Zijn veroordeling zou impliciet een veroordeling zijn van het hele systeem waarvan hij hoogste vertegenwoordiger en symbool was. Ze zouden allemaal te kijk worden gezet: Andreotti’s eigen christen-democratische partij en haar bondgenoten, maar ook de linkse oppositie van toen. De communisten konden het meestal uitstekend met Andreotti vinden. Aan het eind van de jaren zeventig gaven ze zelfs parlementaire steun aan zijn 'regering van nationale solidariteit’. Hadden zij, of hun politieke erfgenamen, niet eerder kunnen ontdekken dat ze al die jaren een mafiose adder aan hun borst hadden gekoesterd? En hebben ook de neofascisten zich niet meermalen met liefde voor Andreotti’s karretje laten spannen?
ANDREOTTI WAS NIET uit op geld, maar op macht. Zijn lijfspreuk luidt: 'De macht verslijt degenen die haar niet hebben.’ Vijftig jaar lang heeft hij onverslijtbaar zijn macht weten te handhaven en uit te breiden. Dat kwam vooral omdat hij vriend was van iedereen: van communisten en fascisten, van Amerikaanse presidenten en de hoogste sovjetleider, van derde-wereldrevolutionairen en chefs van de geheime diensten, van heilige pausen en criminele bankiers. Als Andreotti vuile handen heeft, wie heeft ze dan niet?
Een veroordeling van Andreotti zou de afgang zijn van al die miljoenen Italianen die hem, verkiezing in verkiezing uit, hun vertrouwen hebben gegeven. Andreotti had zijn macht niet geusurpeerd, maar keer op keer democratisch door de kiezers laten legitimeren. Als die van hem af hadden gewild, hadden ze hem of zijn partij eenvoudig kunnen wegstemmen. In plaats daarvan scoorde Andreotti voortdurend record-aantallen voorkeurstemmen. En tot vlak voor zijn val was 'il divo Giulio’, 'de goddelijke Giulio’ zoals hij eerbiedig werd genoemd, de meest populaire Italiaanse politicus.
Zijn zijn kiezers er pas nu achter gekomen dat hij banden had met de mafia? Hadden de 27 keren dat hij voor een parlementaire commissie van onderzoek moest verschijnen, niemand aan het denken kunnen zetten, al hebben de beschuldigingen nooit ergens toe geleid wegens gebrek aan bewijs? Was het niemand opgevallen dat Andreotti omging met dubieuze figuren, die deels uit de weg zijn geruimd, deels zich moeten verantwoorden voor corruptie of moord? Vond niemand het toevallig dat Andreotti’s naam nadrukkelijk is genoemd in Italies grootste schandalen, zoals de plannen voor een staatsgreep in 1964, de ontvoering en gewelddadige dood van Aldo Moro in 1978, de raadselachtige dood van de mafiabankiers Sindona en Calvi, de moorden op de chanterende journalist Pecorelli en op de anti-mafiageneraal Dalla Chiesa, de criminele activiteiten van de geheime vrijmetselaarsloge P-2, het geheime anticommunistische Navo-leger Gladio?
Iedereen kon ruiken dat er rond Andreotti een stank van illegaliteit hing, maar dat kon bijna niemand wat schelen. Dat politici haast per definitie dieven waren, dat ze hun macht misbruikten, dat ze achter de schermen en soms zelfs ervoor alles deden wat God en de wetten hadden verboden, dat vond bijna iedereen normaal. Want dat hoorde nu eenmaal bij het systeem, en zolang dat functioneerde, had niemand er belang bij het aan de kaak te stellen. Dat werd pas anders toen het systeem inklapte: toen er geen geld meer was om iedereen tevreden te houden, toen Europa zijn eisen begon te stellen, toen de Koude Oorlog voorbij was en de braver (ex-)communisten niet meer konden worden gebruikt als electorale boemannen die de kiezers automatisch in het kamp van de christen-democraten en hun bondgenoten moesten jagen.
'DE ITALIAANSE nomenklatoera’, zegt Italies grootste mafiakenner, het linkse kamerlid Pino Arlacchi, vice-voorzitter van de parlementaire antimafiacommissie, 'is altijd prat gegaan op haar riskante relaties, overtuigd als ze was dat ze boven de wet stond. Ze zag de rechters als aan de ketting gelegde honden.’ Sommige van die honden blaften machteloos als ze zagen dat de politici zich crimineel gedroegen. Maar de andere honden blaften niet eens. Veel magistraten deden, al dan niet na betaling, immers liever hun ogen dicht voor de misdrijven van politici en mafiosi. Want ook voor magistraten gold dat het onverstandig was in conflict te komen met degenen die in Italie de dienst uitmaakten.
Die tijd is dus veranderd. De neergang van het oude politieke bestel maakte in menig Paleis van Justitie de slapende honden wakker. In Milaan bracht justitie de Operatie Schone Handen op gang tegen corrupte politici, ondernemers en functionarissen. In Palermo en weldra ook in andere mafiasteden begonnen de rechters van onderzoek belangstelling te krijgen voor de nauwe relaties tussen mafia en politiek, mafia en zakenleven, mafia en vrijmetselarij, mafia en politie, mafia en justitie. Dit ontwaken van de rechterlijke macht heeft slachtingen aangericht die vergeleken zijn met de Terreur tijdens de Franse Revolutie.
Maar na de Terreur kwam de restauratie van de Thermidor. Ook in Italie laten oude politieke mores zich niet een, twee, drie uitroeien. Het werk van de rechters wordt dan ook lang niet door iedereen op prijs gesteld. Niet door de vele oude politici die zich in een nieuw jasje hebben gestoken, niet door Berlusconi en de andere nieuwe politici die in het oude bestel zijn groot geworden, niet door al die Italianen die hun eigen scheve schaatsen verborgen willen houden. En ook niet door al diegenen die bij het oude systeem wel voeren en graag hun oude privileges terug willen.
In de chaotische restauratie die in Italie aan de gang is, is geen plaats voor eigengereide magistraten. Vraag maar aan de rechters van de Operatie Schone Handen die weggepest, tegengewerkt en verdacht gemaakt worden. Vraag maar aan een mafiabestrijder als hoofdprocureur Caselli, die net als destijds Falcone moet werken in een vergiftigd klimaat.
NA DE MOORDEN OP Falcone en Borsellino kwam er brede steun voor de strijd tegen de mafia. In korte tijd kreeg de mafia meer klappen dan in praktisch alle daaraan voorafgaande jaren samen. Die steun is nu flink aan het afkalven, door vermoeidheid of door positieve tegenwerking. En er is een stevige campagne aan de gang om de spijtoptanten in diskrediet te brengen, die van fundamenteel belang zijn om tegen de mafia resultaten te boeken. En de anti-mafiarechters worden ervan beschuldigd dat ze niet uit zijn op de waarheid, maar op politieke wraak.
Andreotti beweert dat zijn aanklagers een politiek proces tegen hem willen voeren. Daarmee bedoelt hij dat Caselli en de zijnen in hem de hele politieke beweging willen treffen waarvan hij de bekendste exponent was, zelfs dat ze de geschiedenis een proces willen aandoen. En de geschiedenis, daarover oordeelt niet een rechtbank maar het volk. Ex-minister Claudio Vitalone, die samen met zijn politieke patroon Andreotti verdacht wordt van de moord op de journalist Pecorelli, heeft al een vergelijking getrokken met juridische monsters als het proces tegen Dreyfus en tegen Sacco en Vanzetti.
De stelling 'politiek proces’ moet Andreotti verzekeren van een zo groot mogelijke solidariteit. Rechtse neo-christen-democratische leiders, die niets liever willen dan de oude politieke glorie van de partij herstellen, hebben het al duidelijk gezegd: ze zullen niet tolereren dat in Palermo de christen-democratische partij en de geschiedenis in de beklaagdenbank worden gezet. De machtige rechts-katholieke organisatie Comunione e Liberazione, waarvan Andreotti jarenlang de goeroe is geweest, weet nu al dat hij onschuldig is. 'Het proces’, meent deze beweging, 'werpt modder over alle Italianen.’ Als Andreotti een halve eeuw lang de incarnatie van Italie is geweest, dan is die uitspraak misschien niet eens zo zot.
Het materiaal dat de onderzoeksrechters hebben vergaard, is indrukwekkend. Ze hebben nauwkeurig gereconstrueerd hoe Andreotti een pact met de duivel heeft gesloten en hoe hij daarna met de mafia heeft samengeleefd, totdat hij niet meer in staat was de mafiabazen uit de gevangenis te houden. De drie openbare aanklagers baseren zich op talloze getuigenverklaringen, foto’s en logische gevolgtrekkingen.
Andreotti’s verdediging is gebaseerd op de ontkenning van alles, ook van de evidenties. Nee, hij wist niet dat zijn christen-democratische proconsul in Sicilie, Salvo Lima, relaties met de mafia had. Nee, de christen-democratische mafiose neven Nino en Ignazio Salvo, die op Sicilie de belastinginning hadden gepacht, heeft hij nooit gekend. De mafiose bankier Sindona? Hij kende alleen een 'goede’ Sindona. Zijn invloed op rechter Carnevale van het Hof van Cassatie voor de nietigverklaring van vonnissen tegen mafiabazen? Morgen brengen. Zijn ontmoeting met mafiabaas Stefano Bontade en zijn kus op de wang van diens opvolger Toto Riina? Baarlijke nonsens. Al die politieke moorden? Niets mee te maken. Al die verklaringen van spijtoptanten, getuigen en zelfs van vroegere politieke vrienden? Leugens, wraak, verstandsverbijstering.