De gevaarlijke boerboel van om de hoek

Johannesburg – Het is moeilijk om het precieze aantal te bepalen, maar afgaand op het kabaal achter de muren en neuzen onder garage­deuren luidt een voorzichtige schatting dat er minstens 28 honden in ons stratenblok van veertien huizen verblijven, variërend van pluizige keffertjes en venijnige Jack Russell-terriërs tot imposante pitbuls. Het kunnen er makkelijk meer zijn, want Zuid-Afrikanen hebben schijt aan de wet, die maximaal twee honden per huis voorschrijft. Zelf hebben we er ook twee, een bullterriër en een labrador.

Blanke Zuid-Afrikanen zijn hondenliefhebbers. Vroeger, tijdens apartheid, kregen ze vaak te horen dat ze meer om beesten dan om mensen gaven. De ware reden voor die veelheid aan honden in suburbia (ons straatblok is geen uitzondering) is waarschijnlijk pragmatischer: honden zijn de beste bescherming tegen dieven. Ze zijn onvervaard, trouw en slaan altijd aan, of het nou goed of slecht volk betreft. Bovendien heerst er allerlei bijgeloof. Zwarte honden betekenen onheil. En bullterriërs met hun spleetogen en varkenssnuiten, bijgenaamd China-dogs, jagen oneindig veel angst aan.

Hoe dan ook, de honden zijn een plaag geworden. Maandagen zijn hel. Dan komt de vuilniswagen. En als alle vuilnisbakken buiten staan komt ook het legertje vuilnisafstropers die op zoek zijn naar herbruikbaar materiaal, liefst wit papier, metaal en plastic. Vuilnisafstropers hebben maling aan honden en rust in de straat. Op hun gemak ploegen ze de bakken door, begeleid door furieus geblaf. Dan komen de vuilnismannen, joelend, fluitend, toeterend, smijtend. En die minstens 28 honden vinden het prachtig.

Als een van de weinigen in de buurt laat ik mijn honden ook dagelijks uit. Rondje door de buurt. Niks aan de hand, afgezien van het kabaal dat her en der van achter de muren opstijgt. Tot ik op een dag – het was de beurt van de bullterriër – zag dat de garage van de restauranteigenaar om de hoek openstond. Te laat. De man heeft drie honden: twee ongevaarlijke en een boerboel. De boerboel is een typisch Zuid-Afrikaans fenomeen, een nietzontziende, ruim zestig kilo wegende mastiff, die volgens de kranten ook wel eens een mens verscheurt. De boerboel lag in de garage, lichtte een wenkbrauw op en zag de bullterriër. Lekker kluifje, dacht hij, en hij stormde naar buiten. Binnen drie seconden had hij de snuit van de bullterriër in zijn enorme bek. Wat doe je? Ik schreeuwde. Dat was onnozel, want er was duidelijk niemand thuis. Dus ik vergat die alarmerende krantenberichten en koos voor mijn hond. Ik trapte de boerboel herhaaldelijk hard tegen het hoofd. Tot hij me uiteindelijk misprijzend aankeek en afdroop naar zijn garage, bloed uit zijn bek druipend. De rekening van de dierenarts hebben we naar zijn baas gestuurd. Morrend betaalde hij. ‘Maar jullie hond daagde de mijne uit.’