De gevaarlijke moeder

Als dit film noir was, dan zou alles om geld hebben gedraaid, om de snelste manier om aan dat geld te komen, wat gangsters met vuurwapens in het spel zou hebben gebracht. Deze dingen blijven ver op de achtergrond in L’Homme qu’on aimait trop, de nieuwste film van André Téchiné.

Medium film high

Bovendien is de setting geen grauwe stad gemerkt door schaduwen, maar het zuiden van Frankrijk waar de werkelijkheid overgoten is met een gouden gloed die onwillekeurig het bruine kleurtje van Cary Grant in To Catch a Thief in herinnering brengt. De koele Grace Kelly vormt in Hitchcocks klassieker een tegenwicht voor de verhitte Grant, in Téchiné’s film is de cool blonde Catherine Deneuve, evenwel geen femme fatale, maar la mère fatale, de gevaarlijke moeder.

Deneuve is Renée Le Roux, eigenares van een casino in Nice die betere tijden heeft gekend. Haar dochter, Agnès (Adèle Haenel), terug na een verblijf in het buitenland, maakt zaken nog moeilijker door erop aan te dringen dat haar aandelen in het casino worden uitgekeerd, zodat ze die kan verkopen. Agnès lijkt te hunkeren naar een eigen leven, los van Renée. Dit gegeven heeft zijn oorsprong in haar jeugd, geïllustreerd door een foto waarop Agnès in een balletjurkje te zien is. Tegenover Maurice Agnelet (Guillaume Canet), advocaat en tevens assistent van Renée, verklaart ze dat ze van haar moeder nooit spannende dingen mocht doen, zoals zwemmen in de onstuimige zee. Ze krijgt een relatie met Maurice, vermoedelijk als verzet tegen haar moeder. Maurice keert zich tegen zijn werkgeefster: hij helpt Agnès met het voorbereiden van een strategie om haar aandelen toch te verkopen. Hiertoe sluiten Agnès en Maurice een duivelspact – met de maffioso Fratoni (Jean Corso).

L’Homme qu’on aimait trop klinkt als een geweldige film, maar dat is niet het geval. Deneuve is meer een karikatuur dan een personage; Haenels mysterieuze dochter irriteert vooral. Het enige lichtpuntje is Canet, die dodelijk overtuigend is als de jonge advocaat. Maar uiteindelijk blijft ook hij een personage op zoek naar een verhaal.

Téchiné baseert zich op feiten gedestilleerd uit een casus die deel uitmaakte van de zogeheten casino-oorlogen midden jaren zeventig in het zuiden van Frankrijk. Agnès verdween spoorloos; Maurice werd schuldig bevonden aan haar moord, maar werd later vrijgesproken. Recent vond er een nieuw proces plaats waarin Maurice’s zoon zijn vader ervan beschuldigde tóch de moord te hebben gepleegd.

Deze klassieke bouwstenen van film noir lijken Téchiné niet echt te interesseren. In plaats daarvan focust hij op de relatie tussen moeder en dochter, op haar verraad, en op het mysterie van haar werkelijke motivering. Het ontwijkende aan Agnès’ personage vertoont overeenkomsten met de vreemdheid van het meisje in Téchiné’s prachtige La fille du RER (2009), eveneens gebaseerd op een waar gebeurd verhaal waarin een vrouw beweert dat ze het slachtoffer was van een ‘antisemitische aanval’ door ‘allochtonen’ in een rer-trein in Parijs. Wat er precies met haar gebeurde laat Téchiné in het midden, net zoals hij in L’Homme qu’on aimait trop niet duidelijk maakt waarom Agnès zich tegen haar moeder keert. Wat de bron van haar verraad is, laat zich wel raden: Renée is een harde zakenvrouw uit een rijke familie. Haar dochter is een dromer, en daarvoor is geen ruimte. Misschien gaat het er meer om dat Renée haar dochter verraadt – en dat ze zich zo een fatale moeder toont. Uiteindelijk blijven er veel losse eindjes over en zijn er te weinig gangsters (we hebben het immers over een casino-oorlog), zodat het mysterie je uiteindelijk koud laat.


Te zien vanaf 7 augustus


Beeld: Catherine Deneuve als Renée Le Roux an Guillaume Canet als Maurice Agnelet in L'Homme qu'on aimait trop (Filmfreak).