De gevangenis- industrie

Steeds meer gedetineerden, steeds minder geld en torenhoge onderhoudskosten. Wat doe je dan als staat? Je besteedt je criminelen uit aan prive-gevangenissen. Een rondgang langs het Amerikaanse ‘penitentiair-industriele complex’.
NEW YORK - ‘Three strikes, you’re out!’ Deze baseball-term is dezer dagen de populairste politieke slogan in de Verenigde Staten. In steeds meer staten wordt die slogan wet: misdadigers die voor de derde keer veroordeeld worden, krijgen levenslang. Zelfs al is die derde misdaad een winkeldiefstal. Het gevolg laat zich raden: de gevangenissen barsten uit hun voegen. Daarom wordt steeds meer een beroep gedaan op de prive-sector. Tien jaar geleden werd het ‘prisons for profit’-concept nog als een gewaagd experiment beschouwd. Vandaag de dag wordt het al geexporteerd naar de rest van de wereld.

Hinton, tachtig kilometer ten westen van Oklahoma City, heeft sinds kort een ultramoderne gevangenis. Het stadje was welvarend tot de oliemarkt in de jaren tachtig inzakte. ‘Hinton dreigde een spookstad te worden’, zegt burgemeester Jim Smith. 'Eerst probeerden we tevergeefs een fabriek naar hier te lokken. Daarna rijpte het idee om een gevangenis te bouwen.’ Toen het gebouw af was, sloot Hinton een contract af met CMA (Correction Management Affiliates), een prive-firma die gevangenissen uitbaat. Vanuit het hele land stroomden daarop 'de klanten’ toe.
'Dit bedrijf is vergelijkbaar met een motel’, zegt hoofdcipier Tom Martin. 'We verhuren “kamers” aan iedereen die ervoor betaalt. Net als voor een motel komt het er op aan de zaak permanent voor minstens negentig procent bezet te houden.’
De zaken gaan zo goed dat Hinton van plan is om een tweede gevangenis te bouwen. De gevangenis leverde 127 banen op, extra belastinginkomsten en een bescheiden winst voor de stadskas. De staat North-Carolina, Hintons vaste klant, is ook tevreden: het verblijf in Hinton is goedkoper dan in haar eigen staatsgevangenissen. En als we de burgemeester mogen geloven, zijn zelfs de gevangenen in Hinton tevreden.
Hinton is een goed voorbeeld van de ontstaansgeschiedenis van een prive-gevangenis. Voor verarmde stadjes en counties (districten) lijkt een gevangenisproject vaak de reddende engel. 'Een gevangenis is eigenlijk veel beter dan een fabriek’, zegt Jim Smith, 'Het is een industrie die niet vervuilt, die bestand is tegen recessies en een veelbelovende toekomst heeft. Alle experts voorspellen dat het aantal gevangenen zal blijven groeien. Dit is de groei-industrie van de jaren negentig.’
CIPIER IS inderdaad de snelst groeiende beroepsgroep in Amerika. 'Momenteel zitten ruim anderhalf miljoen Amerikanen achter de tralies’, zegt professor Charles Thomas, criminoloog en hoofd van het Private Prisons Project van de University of Florida. 'Hun aantal zal met minstens zeven procent per jaar blijven groeien.’ De meeste staten staan onder gerechtelijk bevel om de overbevolking van de gevangenissen te verminderen, desnoods door gevangenen vrij te laten. Volgens een senaatsrapport werden in 1993 dertigduizend gewelddadige misdadigers wegens plaatsgebrek vrijgelaten. Dus wordt er steeds meer uitgegeven om gevangenissen bij te bouwen. Maar omdat de meeste gevangenissen al meer dan vijftig jaar oud zijn, gaat veel van dat geld naar renovatie in plaats van expansie. Om de groei van de gevangenisbevolking bij te houden, zouden er elke week vijftienhonderd cellen bij moeten komen.
TOEN DE EERSTE prive-gevangenissen midden jaren tachtig van start gingen, stuitten ze op veel achterdocht. Historici herinnerden eraan dat prive-gevangenissen lang hadden bestaan in de Verenigde Staten, maar in de jaren vijftig werden opgedoekt na veel schandalen over misbruik van gevangenen. De cipiersvakbonden stelden dat de prive-gevangenissen, wilden ze goedkoper zijn dan staatsgevangenissen en bovendien winst maken, het personeel en de gevangenen wel slecht moesten behandelen.
Ook verenigingen voor de burgerrechten achtten het onvermijdelijk dat de prive-firma’s hun winsten zouden verhogen door te bezuinigen op het onderhoud en op de resocialisatie van gevangenen. En aangezien een langer verblijf de firma’s meer opbrengt, zouden ze volgens de critici niet geneigd zijn om gevangenen het getuigschrift van goed gedrag te geven dat tot strafvermindering leidt. Als de sector financieel machtiger zou worden, zou het die macht wellicht gebruiken om het congres te beinvloeden om nog zwaardere straffen uit te vaardigen. De zwarte leider Jesse Jackson waarschuwde in dat verband voor een 'penitentiair-industrieel complex’, dat in groeiende mate zijn stempel zou drukken op de politiek. En dan waren er nog de principiele vragen als: mag de staat de macht om dwang en geweld te gebruiken wel delegeren aan een prive-bedrijf?
Al die kritiek deed veel staten de kat uit de boom kijken. Maar 'tien jaar ervaring heeft bewezen dat de prive-industrie in staat is om zowel goedkopere als kwalitatief betere gevangenissen uit te baten en tegelijk winst te maken’, zegt professor Thomas. 'De prive-gevangenissen zijn een alternatief gebleken dat zijn waarde heeft bewezen. Steeds meer staten wachten niet langer tot ze een aanbod krijgen van de prive- sector, maar nodigen zelf de firma’s uit om offertes te maken voor contracten om gevangenissen te bouwen en uit te baten.’
De mastodonten in de sector zijn de CCA (Corrections Corporation of America) en Wackenhut, die samen 68 procent van de markt in handen hebben. In april kocht de CCA de derde grootste gevangenisfirma op. Ze beheert nu 36 gevangenissen en zag haar winsten vorig jaar met zeventig procent stijgen. Wackenhut runt momenteel achttien gevangenissen. Haar winst ging in 1994 met 176 procent omhoog. 'Beide bedrijven hebben een goede naam’, zegt professor Thomas, 'zowel op het vlak van kostenbesparing als inzake ontsnappingen en andere ongeregeldheden.’
Maar niet alle gevangenisfirma’s doen het zo goed. Een prive-gevangenis in Zavala County in Texas werd gesloten na een waslijst van problemen: ontsnapte gevangenen hadden omwonenden overvallen, herhaaldelijk waren er gevechten uitgebroken in de instelling, gevangenen waren misbruikt, en een staatsinspecteur die onverwacht op bezoek kwam, vond vaten zelfgemaakte wijn in de douchehokjes. 'Dergelijke gevallen zijn een uitzondering’, zegt Thomas. 'Het is niet toevallig dat de firma die deze gevangenis uitbaatte, niet meer in business is. Als je als prive-firma ondermaats presteert in deze sector, zal je contract niet vernieuwd worden. Zo worden de onscrupuleuze winstjagers uitgewied.’
Professor Thomas is duidelijk een voorstander van het privatiseringsfenomeen. Daarmee zit hij op dezelfde lijn als de Republikeinen, die principieel vrijwel elke vorm van privatisering toejuichen. Toch heeft Thomas harde kritiek op de 'Three strikes, you’re out’-wet en andere strafverzwaringen. 'De kiezers realiseren zich niet wat de implicaties van deze populaire maatregelen zijn’, zegt hij. 'Ze willen alle misdadigers achter de tralies, maar geen belastingverhoging om dat te financieren. Het gevolg is dat de staten streng bezuinigen op onderwijs en andere noodzakelijk diensten. Maar dat is niet voldoende. In de meeste staten is het rechtsapparaat zwaar overbelast.
Ons rechtssysteem functioneert op basis van de plea-bargaining: de beklaagde bekent schuld, zodat zijn zaak geen jury-proces behoeft; in ruil daarvoor krijgt hij strafvermindering. Dat is de enige manier om strafzaken min of meer binnen de gestelde tijd te kunnen verwerken. Maar de nieuwe Three strikes- en soortgelijke wetten maken plea-bargains onmogelijk omdat die voor elke misdaad vaste “tarieven” voorschrijven. Het gevolg is dat veel meer misdadigers “niet schuldig” pleiten zodat ze een echt proces krijgen, met de jury-selectie en de hele rimram. Dat kost veel meer en gaat natuurlijk honderd keer trager.
Om te blijven functioneren moeten de rechters zich concentreren op de meest gevaarlijke misdadigers. Minder zware criminelen worden vaak vrijgelaten omdat de rechters geen tijd en de gevangenissen geen plaats hebben voor hen. Voor de politie is het dus vaak niet de moeite waard om dergelijke individuen te arresteren. Zo heeft de strafverzwaring het omgekeerde effect van wat beoogd werd: meer misdaden blijven onbestraft en misdadigers verliezen hun angst om gestraft te worden.’
DE MEESTE STATEN die prive-gevangenissen toestaan, stellen als voorwaarde dat de exploitatiekosten van prive-gevangenissen zeven tot vijftien procent lager zijn dan die van vergelijkbare staatsinstellingen. Dat lukt aardig en de meeste gevangenisfirma’s maken ook een flinke winst. Hoe spelen ze het klaar?
'In de eerste plaats door een efficientere organisatie’, zegt Wackenhut-woordvoerder Patrick Cannan. 'Bedrijven zoals het onze zijn lean and mean. Wij hebben veel minder bureaucratische lagen en administratieve kosten dan de staatsgevangenissen. We kiezen zelf onze leveranciers en organiseren het werk zo dat we zo weinig mogelijk overuren hoeven te betalen.’
En natuurlijk zijn prive-gevangenissen gespitst op het laag houden van de personeelskosten, al geeft Cannan dat niet graag toe: 'We betalen onze cipiers net zoveel als politieagenten of cipiers in dezelfde streek verdienen.’
'Dat klopt’, zegt professor Thomas, 'maar de firma’s proberen hun gevangenissen wel te vestigen in streken waar de lonen het laagst zijn. Ze betalen geen pensioenbijdrage en minder ziektekostenverzekering dan de publieke sector. De vakbonden worden geweerd, zodat werknemers makkelijker kunnen worden ontslagen, wat het ziekteverzuim weer laag houdt en de behoefte aan overuren dus ook.’
Bezuinigen ze ook op de behandeling van de gevangenen? 'Integendeel’, beweert Jim Turner, directeur van de CCA-gevangenis in Nashville, 'wij doen juist meer aan afkickprogramma’s, werkmogelijkheden, educatieve programma’s en ontspanning. Zo is er minder spanning en minder gevaar dat er rellen ontstaan. Op die manier sparen we uiteindelijk geld uit. Als een gevangene in een staatsinstelling zegt: “Praat met mij of ik sla mijn cel in puin”, zal de cipier wellicht antwoorden: “Ga je gang.” Dat kost de staat duizend dollar, maar dat zal die cipier een zorg zijn. Hier kan iedere gevangen die dat wil, met me praten.’
En aan wie zijn de prive-gevangenissen verantwoording schuldig? 'In elke prive-gevangenis is permanent een vertegenwoordiger aanwezig van de staat of de federale overheid’, zegt professor Thomas. 'Verder wordt van de prive-gevangenissen meestal geeist dat ze zich laten accrediteren door de American Correctional Association (ACA), die zeer strenge normen stelt en periodieke inspecties houdt. Tenslotte kunnen Amerikaanse gevangenen die vinden dat ze slecht behandeld worden, klachten neerleggen bij de rechtbank. Alleen al om dure rechtszaken te vermijden is het dus in het belang van de firma’s om hun gevangenen goed te behandelen.’
Zelfs een verstokte criticus van de privatisering als Alvin Bronstein, directeur van het National Prisons Project van de American Civil Liberties Union, geeft toe dat de prive- gevangenissen het kwalitatief niet slechter doen dan de staatsgevangenissen. Maar dat zegt niet veel, zo voegt hij eraan toe, want de prive-gevangenissen zijn volgens hem nu nog in een fase waarin ze zich moeten bewijzen. Bronsteins verzet tegen de prive-gevangenissen is principieel: 'In een democratische maatschappij is het ontnemen van de vrijheid het meest ingrijpende wat een staat zijn burgers kan aandoen’, aldus Bronstein. 'Als je het winstmotief introduceert, krijg je mensen die beslissen over de vrijheid van anderen op basis van dollars in plaats van op overwegingen als de publieke veiligheid en de juiste strafmaat.’
ONLANGS BRAKEN er rellen uit in een prive-gevangenis in Newark, uitgebaat door de firma Esmor. Deze gevangenis herbergde geen criminelen maar politieke vluchtelingen, daar opgesloten in opdracht van de immigratiedienst terwijl hun aanvraag voor politiek asiel in behandeling was.
Suzanne Kideni, een 24-jarige politieke vluchtelinge uit Soedan, verbleef zeven maanden in Newark. Daarna werd ze overgeplaatst naar een staatsgevangenis. 'Dat was een paradijs in vergelijking met Esmor’, vertelt ze. In haar zeven maanden in Esmor had ze geen enkele keer de buitenlucht geproefd. Toen ze er arriveerde, moest ze haar kleren afgeven. 'Wat ik in plaats daarvan kreeg, was niet gewassen. Zelfs het ondergoed niet. Ik kreeg een bed in een slaapzaal met 27 anderen. De kakkerlakken kropen over de bedden. Het eten bestond uit brood en chips en werd opgediend op tafels die naast de toiletten stonden. De hele dag stonden de tv’s keihard aan. ’s Nachts moesten we onder fel neonlicht slapen. Een vrouw die een extra deken vroeg, kreeg te horen dat ze daarvoor een schriftelijke aanvraag moest indienen. Toen zij een pen vroeg om dat te doen, zei de cipier dat hij er geen had. Als we bezoek kregen van een advocaat, werden we met onze enkels aan een tafel geklonken.’
Carl Frick, de ex-directeur van de gevangenis, die in oktober ontslag nam uit protest tegen het beleid van Esmor, bevestigt Kideni’s verhaal. 'Alles moest zo goedkoop mogelijk. De cipiers werden onderbetaald en niet eens getraind. Geld, dat was alles wat de firma interesseerde. Het was belachelijk.’
Een groep van 54 gedetineerden ondertekende een brief aan de immigratie-autoriteiten waarin ze waarschuwden dat de gevangenis een tijdbom was. Op 18 juni ontplofte die bom. De ruim driehonderd gedetineerden begonnen alles kort en klein te slaan. Twee cipiers werden overmeesterd en de anderen sloegen op de vlucht. Toen de politie arriveerde, gaven de gevangenen zich snel over. De lokale autoriteiten verboden Esmor de instelling te heropenen.
OOK IN DE NEGEN andere gevangenissen die door Esmor worden uitgebaat, blijken tal van problemen te bestaan. Maar op de vraag of Esmor een slechte naam heeft binnen de sector, antwoordt professor Thomas dat Esmor bij de topklasse hoort: 'Ik denk dat de media de problemen in Newark wat hebben opgeblazen. De gevangenen waren vooral kwaad omdat het onderzoek van hun asielaanvraag zoveel tijd in beslag nam.’
Cannan, woordvoerder van de firma Wackenhut, bagatelliseert de problemen eveneens. 'Ach nee, dat waait wel over’, antwoordt hij op de vraag of hij niet bang is dat de opstand bij Esmor de reputatie van de hele sector zal aantasten. 'Onze reputatie zit integendeel in de lift, omdat we onlangs de zegen kregen van de federale regering. In de nieuwe begroting wordt expliciet gesteld dat vier nieuwe federale gevangenissen zullen worden uitgebaat door prive-bedrijven. Dit is een mijlpaal voor onze sector. Dat de Republikeinen ons steunen, zal niemand verbazen, maar dat we ook de Democratische regering achter ons hebben, dat betekent een definitieve doorbraak die ons in staat stelt om de toekomst met vertrouwen te bekijken.’
'Die toekomst staat in het teken van de internationale expansie’, zegt Cannan. 'Wackenhut baat nu al een gevangenis uit in Engeland, twee in Australie en een in Puerto Rico. Verder onderhandelen we met Canada en Nicaragua.’
Ook CCA heeft al faciliteiten in Engeland, Australie en Puerto Rico en bekijkt de rest van de internationale markt.
Professor Thomas twijfelt er niet aan dat het concept van prive-gevangenissen internationaal zal doorbreken. 'Dat is toch logisch’, zegt hij, 'andere landen kampen met dezelfde problemen: een groeiende gevangenisbevolking en een weinig efficient gevangeniswezen. Ook zij willen voor hetzelfde geld meer cellen.’
Thomas twijfelt aan de Latijns-Amerikaanse markt, vanwege de politieke risico’s en omdat gevangenissen in de derde wereld vaak al zo goedkoop worden gerund dat het voor prive-bedrijven moeilijk wordt om het nog goedkoper te doen zonder hun klanten uit te hongeren. Maar de Westeuropese markt is volgens hem veelbelovend. 'De voorbereidingen zijn al begonnen’, zegt hij. 'Ik voorspel dat het continent volgend jaar zijn eerste prive- gevangenis krijgt, wellicht in Frankrijk. Voor de Europese markt werken Amerikaanse firma’s samen met Europese bewakingsdiensten als Securitas en Sodexho. Een vijfde van de aandelen van deze laatste firma zijn trouwens in handen van CCA.
Behalve uit Frankrijk is er ook groeiende belangstelling uit andere Europese landen. Zo krijg ik de laatste maanden nogal wat verzoeken voor informatie van overheidsinstanties uit Nederland en Belgie. Ik denk dat de privatisering van gevangenissen ook bij jullie vroeg of laat zal doorbreken.