WikiLeaks Juist hackers moeten niet arrogant zijn

De gevaren van ‘de suprematie van de nerd’

Mens en maatschappij hebben behoefte aan structuur, niet aan radicale openheid. De nerds van nu moeten begrijpen dat een bepaalde mate van geheimhouding een goede zaak is, schrijft techno-goeroe en oud-hacker Jason Lanier.

DE SYMPATHIE in techno-kringen voor zowel WikiLeaks als Anonymous heeft me verrast. De meest gehoorde opvatting lijkt te zijn dat de wereld cyber-schelmen nodig heeft om traditionele machtscentra, zoals regeringen en grote bedrijven, in bedwang te houden. Cyberactivisten worden gezien als de underdogs, die misschien ongemakkelijk en vervelend zijn, maar die het wél opnemen tegen de arrogante macht.
Zo denk ik er niet over. Ik neem de gedachte serieus dat het internet niet-traditionele techno-spelers machtig kan maken. En dus sta ik minder sympathiek tegenover hackers wanneer ze hun nieuw verworven macht op een arrogante en niet-constructieve manier gebruiken.
De ideologie die de motor is van een groot deel van de online wereld - niet alleen WikiLeaks maar ook mainstream sites als Facebook - is het idee dat informatie in voldoende grote hoeveelheid automatisch Waarheid wordt. Voor pleitbezorgers ervan betekent dit dat het internet zich ontwikkelt als een nieuwe, unieke, wereldwijde, post-menselijke, superieure levensvorm. Voor meer gematigde aanhangers geldt dat als informatie waarheid is, en de waarheid je zal bevrijden, het toevoegen van meer informatie aan het internet automatisch de wereld beter zal maken en mensen vrijer.
Zit daar iets in? Als het aantal geheimen elke minuut kleiner wordt en geleidelijk nadert tot nul, wat heeft dat voor invloed op de wereld? Zou een wereld zonder geheimen eerlijker zijn, of barmhartiger? Efficiënter? Maakt het iets uit als sommige geheimen eerder worden onthuld dan andere?

DE STRATEGIE van WikiLeaks, zoals die wordt uitgelegd in een essay van Julian Assange, is om de wereld transparant te maken, zodat gesloten organisaties onbruikbaar worden en open organisaties geen schade lijden. Maar hij heeft het verkeerd. In feite maakt het vrij stromen van digitale informatie twee diametraal tegenovergestelde patronen mogelijk: weinig overtuigde anarchie aan de ene kant en absolute geslotenheid verbonden aan totale ambitie aan de andere.
Terwijl veel mensen binnen WikiLeaks waarschijnlijk zouden verklaren dat ze er persoonlijk geen radicale ideeën op nahouden over transparantie voor iedereen behalve hackers, kan architectuur ons allemaal dwingen open kaart te spelen. En dat is precies wat er gebeurt in de online cultuur van vandaag. Ofwel alles is ultiem openbaar, zoals een muziekbestand dat duizend keer is gekopieerd of een lichtgewicht-hagiografie op Facebook, of het is perfect beschermd, zoals de commercieel waardevolle dossiers over ieder van ons die Facebook heeft of de bestanden die door WikiLeaks worden bewaard om mee te chanteren.
De WikiLeaks-methode straft een natie - of welke menselijke onderneming dan ook - die niet absoluut en volkomen transparant is, wat alle menselijke ondernemingen zijn, maar beloont op een perverse manier een absoluut gebrek aan transparantie. Zo heeft een waterdichte regering geen lekken naar de site, maar een grotendeels open regering wel.
Assange ziet informatie als een abstract losstaand ding. Verschillen in perspectief en omstandigheden betekenen niets. Dat is hoe mensen denken die geloven in de suprematie van de nerd.
Maar openheid op zichzelf, als de belangrijkste motor achter gebeurtenissen, leidt niet tot vooruitgang of creativiteit.
Eén probleem is dat informatie in onmetelijke hoeveelheden even goed kan verbazen en verwarren als ze kan verhelderen en versterken, zelfs wanneer de informatie correct is. Er zijn reusachtig veel meer financiële gegevens opgeslagen in de computers van de wereld dan er ooit zijn geweest, inclusief publiek toegankelijke data, en toch is de economie een zooitje. Hoe kan dat, als informatie de oplossing is? Een informatiestroom die overvloedig genoeg is creëert een illusie van alwetendheid, en die illusie kan je dom maken. Je kunt ook zeggen dat een heleboel informatie die toegankelijk wordt gemaakt op het internet spelers ertoe aanzet te denken alsof ze een goddelijk perspectief hebben, en van bovenaf op het hele systeem neerkijken.
WikiLeaks is niet echt een ‘wiki’, maar is bedoeld om de look and feel van Wikipedia te hebben. Het ambieert de praktische filosofie van de wiki-beweging te evenaren. Wikipedia pretendeert de mensheid als geheel naar de enige meest ware waarheid te leiden.
De opzet van WikiLeaks creëert, door te refereren aan Wikipedia, de indruk dat er een of andere universeel overeengekomen, evenwichtige ontsluiering van menselijke zaken bereikt gaat worden; dat wat voorheen verborgen was terecht wordt onthuld. Maar dat is niet waar.
Als je een WikiLeaks-fan bent, is het misschien moeilijk voor je om dit te zien, dus zou je er goed aan doen om te kijken naar WikiLeaks-achtige activiteiten die worden uitgevoerd door mensen met tegengestelde ideologische overtuigingen. De vergelijking zal waarschijnlijk een paar aanhangers van WikiLeaks boos maken, maar als u daar een van bent, dan verzoek ik u het te proberen bij wijze van oefening om te testen hoe vooringenomen u eigenlijk bent.
Ik moet denken aan twee zaken uit de Verenigde Staten: in de ene werd persoonlijke informatie over abortusverleners online gepost, en er werd een 'X’ getrokken over de informatie over een bepaalde aborteur zodra die aborteur was vermoord. In een andere zaak, die zich afspeelde in Utah in 2010, publiceerden vigilantes, burgerwachten, persoonlijke details over ongeregistreerde Hispanic immigranten, in een ogenschijnlijke poging om aan te zetten tot bedreiging.
In het eerste geval vielen er doden, terwijl het tweede erg veel rumoer en angst zaaien was zonder echte daden, voorzover ik weet. De activisten die de namen van abortusartsen publiceerden haalden nooit een trekker over, ze kenden de mensen niet die trekkers overhaalden en hadden dus wellicht 'niets’ te maken met de moorden.
Deze daden waren gerelateerd aan wat er gebeurt bij WikiLeaks, ook al werden ze uitgevoerd door mensen met andere politieke overtuigingen. Verdedigers van WikiLeaks zullen waarschijnlijk vinden dat de vergelijking ongerechtvaardigd is, dus zou ik graag kijken naar een paar van de rechtvaardigingen die ik heb gehoord.
Er wordt vaak gezegd dat WikiLeaks niet alle diplomatieke berichten lekte die het bezat, maar slechts een klein percentage dat werd gefilterd door traditionele nieuwsorganisaties, alsof dat een teken van bedachtzaamheid en gematigdheid was.
Maar WikiLeaks gebruikte wel alle berichten voor chantage. Gecodeerde kopieën werden de wereld over gestuurd en creëerden een zogenaamde 'dodemansknop’. Er werd gezegd dat de versleutelde berichten authentiek gevaarlijke informatie bevatten. Onder bepaalde omstandigheden zou de sleutel worden vrijgegeven. Is dat niet vergelijkbaar met de zaak van de abortusartsen? 'Of je doet wat ik wil, óf ik zal op deskundige wijze mijn internetdeskundigheid gebruiken om enge derde partijen die ik niet eens ken in staat te stellen jou iets aan te doen.’
Het lijkt erop dat onze ideeën over de twee zaken sterk worden gekleurd door wat we vinden van de doelen en wie we als de underdog zien. Op z'n allerminst laat de vergelijking zien dat er niet zoiets bestaat als een neutrale internet-lek-organisatie. Iedereen die het spel speelt neemt vooroordelen mee.
Dezelfde kritiek kan en moet gelden voor legers en andere traditionele spelers die cyber-gefascineerd zijn geraakt. Het is waar dat het Amerikaanse leger een moreel risico loopt in het gebruik van drones. Van een halve wereld verderop kan iemand anoniem een aanval lanceren, met het onvermijdelijke gevaar dat de ernst van de beslissing wordt vergeten. Maar denk dan hieraan: anonieme WikiLeakers pleegden aanvallen op anonieme drone-bestuurders, sluipschietend vanaf comfortabele posities voor een computerscherm.
Is het niet zonneklaar dat we geneigd zijn net zo te worden als datgene wat we belachelijk maken en waar we bang voor zijn?
Een andere veelgehoorde rationalisering in het voordeel van WikiLeaks is dat we geen bewijsmateriaal hebben over individuen, zoals het canonieke voorbeeld van verbindingsofficieren in Afghanistan, die werden gedood als gevolg van een lek.
Ik zou willen dat die redenering me zou geruststellen, maar slecht gedrag wordt niet opeens aanvaardbaar omdat we gewoon niet weten of er tot nog toe iemand gewond is geraakt. Volgens mij is geen van de ongeregistreerde immigranten in Utah vermoord, maar rechtvaardigt dat wat er is gebeurd?
In mijn ogen zijn rechts-extremistische lekken en WikiLeaks voor het grootste deel nieuwe verschijningsvormen van ouderwets vigilantisme (eigenrichting door 'waakzame’ en verontruste burgers). Sommige slachtoffers van die eigenrichting waren wellicht zonder twijfel 'klootzakken’, en toch zijn er, op z'n minst, een paar geweldig aantrekkelijke dingen aan het recht. Vigilantisme heeft in de loop van de tijd altijd al vertrouwen en fatsoen geschonden, maar wat nieuw is aan de online-vorm ervan is de steriele toestemming gegeven door een digitale ideologie die beweert automatische verbetering te bieden.
Informatieschending door vigilantes is een vorm van geweldpleging die de samenleving onteert voor iedereen. Als we willen experimenteren met het opgeven van een zekere mate van privacy, dan moeten we het allemaal tegelijk doen, inclusief zelfs de hackers.

KUNNEN we zeggen dat WikiLeaks iets doet dat verder gaat dan de steriele verheerlijking van informatie? Houdt het zich bezig met geweldloos activisme?
We respecteren en eren de meesters van het niet-gewelddadige activisme, zoals Nelson Mandela, Mahatma Gandhi en Martin Luther King Jr. Al die figuren toonden verbluffende moed, werden gearresteerd en leden zonder hun onderdrukkers te haten, om een gemeenschappelijke menselijkheid te demonstreren.
De vraag moet dus zijn, als je het internet erbij betrekt, of je in deze tijd een geweldloos activist kunt zijn zonder moed te hoeven tonen en de tegenstander te respecteren. Is het nu opeens nuttig om een trol te zijn en vanuit het duister aan te vallen, zoals de leden van Anonymous doen? Maakt het internet het leven echt zoveel gemakkelijker?
Natuurlijk niet.
Geheel los van de kwestie of WikiLeaks de Verenigde Staten of iemand anders schade heeft toegebracht, moeten we ons afvragen: 'Wat heeft het met ons gedaan?’ Het idee van het hacken is kwaadaardiger geworden, minder gevoelig, strijdlustiger en reactiever. Dat is wat ik bedoel met het probleem van nerd-suprematie.
WikiLeaks kwam voort uit een forum onder leiding van John Gilmore, een van de oprichters van de Elektronic Frontier Foundation. Zelf werd ik ook bijna een van de oprichters van de EFF. Ik was bij de oprichtingsvergadering, een etentje in het Mission District in San Francisco met John, John Perry Barlow en Mitch Kapor. Dat ik me buiten de EFF hield was omdat ik plotseling het gevoel had - tijdens datzelfde etentje - dat er iets verkeerd ging.
Er heerste een grote fascinatie voor het gebruik van encryptie om hackers in potentie net zo machtig te maken als regeringen, en dat verontrustte me. Ik voelde de ego’s opzwellen: wij hackers konden de loop van de geschiedenis veranderen. Maar als de geschiedenis één ding leert, is het dat het streven naar macht de wereld niet verandert. Tegelijk met de wereld moet je jezelf veranderen. Burgerlijke ongehoorzaamheid is even goed een spirituele discipline als andere dingen dat zijn.
De EFF is volwassen geworden en is inmiddels gematigd genoeg om af en toe te worden aangevallen door groepen als Anonymous (hoewel Anonymous niet wil worden gekenschetst als een groep mensen en liever gezien wil worden als een collectief cyber-brein). Maar in het begin hielp de EFF mee om het beeld te romantiseren van de gecodeerde nerd die het opnam tegen de overheid. De EFF was zeker niet de enige: op een van de eerste covers van het tijdschrift Wired stond een brutaal gezelschap vrijbuiter-hackers, de gezichten verborgen achter sjaals. De hacker als glamoureuze revolutionair was een leidend beeld toen enkele decennia geleden het internet ontstond en werd verfijnd voor wijdverbreid gebruik, en nu betalen we er de prijs voor dat we toen zo onnozel romantisch waren.
Wanneer je in jezelf die zucht naar macht voelt - dan moet je het meest op je hoede zijn. Als ik Julian Assange hoor praten over 'klootzakken vermorzelen’ voel ik me dankbaar dat ik toentertijd me niet heb laten meeslepen.
Moeten informatiestromen worden gecontroleerd in het netwerktijdperk? Wie zou moeten bepalen wie toegang krijgt tot welke informatie? Het is niet zo dat die vragen nu pas voor het eerst worden gesteld omdat het internet er is. Het zijn kwesties waarmee in de loop der eeuwen is geworsteld door vele generaties mensen die leerden hoe ze democratieën moesten opzetten.
Privacy gaat niet over anachronistische verboden op het verspreiden van informatie, maar over wie iemand is. We kennen de antwoorden. Als het geheim iets betreft dat niet van vitaal belang is voor andere mensen, dan heeft iedereen recht om een privé-sfeer privé te houden. Als het geheim iets betreft dat van vitaal belang is voor andere mensen, dan kunnen geheimen worden bewaard door de mensen die toestemming krijgen en ervoor verantwoordelijk worden gesteld om ze binnen de grenzen van een redelijk functionerend democratisch proces te houden.
Allebei die antwoorden liggen onder vuur van de ideologie van nerd-suprematie, die ik goed begrijp, aangezien ik er in de begintijd deel van uitmaakte.
Je hebt een privé-sfeer nodig om iemand te zijn, of om wat voor creatiefs op wat voor gebied dan ook voort te brengen. Dat is het principe dat ik omschreef als 'inkapseling’ in You Are Not a Gadget.
Stel je voor dat openheid wordt doorgetrokken tot in het extreme. Wat als we straks elkaars gedachten kunnen lezen? Dan zouden er geen gedachten zijn. Jouw hoofd moet anders zijn dan het mijne als je iemand wil zijn die iets tegen mij te zeggen heeft. Je hebt een innerlijke ruimte nodig die anders is dan de mijne om een ander, exotisch beeld van de wereld te hebben, zodat onze twee beelden elkaar kunnen ontmoeten, en een gesprek voeren.
Computerprogrammeurs moeten begrijpen dat structuur hetgeen is wat informatie bruikbaar maakt. Als je alles totaal verbonden maakt en open voor alles, dan vernietig je structuur. Dat principe gaat op voor programmeercode, maar het is ook kosmisch.
Privacy gaat niet over anachronistische inperkingen van het stromen van informatie, maar over wie iemand is. Ik was een van die jonge hackers die dat lange tijd niet inzag. Ik dacht altijd dat een open wereld in het voordeel zou werken voor de eerlijke en oprechte mensen onder ons, en de leugenaars en oplichters zou benadelen. Tot op zekere hoogte heeft dat idee wel waarde, maar als de privacy het zou afleggen, zouden mensen eerst saai worden, vervolgens incompetent, en dan ophouden te bestaan. Achter het idee van radicale openheid schuilt loyaliteit aan machines in plaats van aan mensen.

HET VERBETEREN van toegang tot informatie kan in de juiste omstandigheden iets heel goeds zijn. Maar een enorme stroom van gegevens waarvan je niet weet hoe je die in de context moet interpreteren is ofwel nutteloos of erger dan nutteloos, als je er te veel van onder de indruk raakt. Een in zijn context geplaatste stroom van gegevens die een vraag beantwoordt waarvan je weet hoe je die moet stellen, kan van onschatbare waarde zijn.
Als we alle kanten van een discussie willen begrijpen, moeten we méér doen dan bestanden kopiëren. Het is niet zo dat we verslaggevers daarginds in het veld steunen om onafhankelijke onderzoeksjournalistiek te bedrijven. Willekeurig lekken is geen substituut voor gericht graven. Het ideaal 'alles moet gratis en open zijn’ heeft de nieuwsbureaus overzee bijna failliet doen gaan.

DE CONTROVERSES rond radicale openheid draaien meestal rond de vraag hoe legitiem het is om gereguleerde institutionele geheimen te bewaren. In militaire, commerciële en diplomatieke domeinen mag meer geheim worden gehouden dan we in het burgerleven gewend zijn.
Als het onderscheid tussen die domeinen vervaagt, dan zullen we het burgerleven kwijtraken, want die andere sferen zijn uiteindelijk onmisbaar. Dan zouden we veranderen in een gesloten maatschappij. In gesloten maatschappijen, zoals Noord-Korea, is het dagelijkse leven gemilitariseerd.
Misschien bent u het er niet mee eens dat dit zou gebeuren, want het lijkt misschien alsof het afnemen van de hoeveelheid geheimen altijd en altijd hoort te betekenen dat een maatschappij meer open wordt. Als je dat denkt, maak je dezelfde fout die die programmeurs lang geleden maakten die iets tegen structuur hadden.
Anarchie en dictatuur zijn vervlochten in eeuwige resonantie. Het ene bestaat nooit lang zonder dat het in het andere overgaat, en dan weer terug. De enige uitweg is structuur, ook wel democratie geheten.
We sanctioneren domeinen waar geheimen worden bewaard om onze burgersfeer te kunnen hebben. Bovendien structureren we de democratie zodat de geheimzinnige sferen onder controle worden gehouden en verantwoording verschuldigd zijn aan de burgersfeer, ook al is dat niet makkelijk.
Het gevaar van verraad ligt altijd op de loer. Er kan te veel macht terechtkomen bij de mensen die wij toestemming hebben gegeven om dingen geheim te houden, en daarom vinden we dat het in stand houden van een democratie een zware, onvolmaakte en razend makende klus is.
Maar de achterkant van verantwoordelijke geheimzinnigheid is vertrouwen. Een volmaakt open wereld, zonder geheimen, zou een wereld zijn zonder de behoefte aan vertrouwen, en dus een wereld zonder vertrouwen. Wat zou dat een treurige steriele plek zijn: een perfecte wereld voor machines.

Vertaling Rob van Erkelens


Jaron Lanier (49) staat op de Time-lijst van honderd meest invloedrijke mensen van 2010, onder meer vanwege zijn boek You Are Not a Gadget. Het is een scherp geschreven manifest tegen het gejuich over 'Web 2.0’, waarin mensen zichzelf volledig (lijken te) verliezen. Volgens Lanier leidt het tot een bijenmentaliteit, waarin kwantiteit belangrijker is dan kwaliteit, iedereen achter elkaar aan vliegt en individualiteit verloren gaat. Zijn kritiek is vooral opvallend omdat Lanier een techno-goeroe is, een visionair computerwetenschapper met decennia ervaring, een van de oprichters van het fameuze tijdschrift Wired en jarenlang 'scholar at large’ voor Microsoft.

Hij is een voormalige hacker en nerd die niet alleen over technologie schrijft, zoals zo veel bloggers nu, maar zelf ook kan ontwerpen en code kan schrijven. Hij heeft baanbrekend werk verricht op het gebied van virtual reality. Behalve technologie ontwerpen, boeken schrijven en publiceren over de gevolgen van de informatiemaatschappij componeert hij muziek. Lanier zit niet op Facebook en je kunt hem niet volgen op Twitter.