Interview: Annelies Verbeke

«De gewetenloosheid lijkt toe te nemen»

Annelies Verbeke noemt haar tweede boek Reus, de opvolger van haar succes volle debuut Slaap!, een roman over het geweten. Een gesprek over geweten loosheid, depressie, freaks en de liefde.

Na haar succesdebuut Slaap! volgt de Belgische Annelies Verbeke (29) in haar tweede roman Reus de hyperkinetische avonturen van Hannah en Kim, zusjes van rond de dertig. De eerste interviewt freaks voor een weekblad en een tv- programma, de tweede verkoopt on bestaande vakantiehuisjes aan het Garda meer. Ook buiten hun professionele bezigheden laden ze hun drukke leven in een drukke tijd vol met kicks: overspel, diefstal, gewetenloosheid. Ze vluchten naar Australië en zwelgen er in de leegte, tot de vérstrekkende ont knoping in een feministische sekte.

Wat zijn de cijfers van ‹Slaap!›?

Annelies Verbeke: «We zitten nu rond de vijftigduizend verkochte exem plaren, er zijn dertien vertalingen. Het gaat vooral goed in landen van het voormalige Oostblok. Ik vermoed dat ik dat te danken heb aan de combinatie van het destructieve en het romantische in de roman – het grote gebaar, weet je wel? Ik kan het niet laten af en toe eens goed te overdrijven, dat hebben Oost-Europese schrijvers ook.»

Sinds je bekend bent, moet je over alles en nog wat een mening hebben.

«Mensen bellen me op, kunnen niet aanvaarden dat ik ergens niks vanaf weet, weten me over te halen tot een paar zinnen en die zie ik een poos later met lede ogen in de krant staan. Heel vervelend.»

Als je het allemaal bij elkaar legt, heb je veel prijsgegeven: je had op je vijftiende een zeer lokale zangcarrière, je hebt een tumor, een vriendje met losse handen en een zwaar verkeersongeval overleefd, ik ken nu je favoriete zomerhit, restaurants en vakantiebestemming.

«Die tumor en dat vriendje met losse handen had ik misschien liever voor me gehouden, maar als het in een betoog past vind ik het geen ramp erover te beginnen. Misschien heb ik te weinig nagedacht over de gevolgen van een publieke figuur te worden, maar uiteindelijk behoud ik wel de controle: ik zal nooit praten of schrijven over pijnlijke toestanden uit mijn directe omgeving, ik zal niemand compromitteren die me na aan het hart ligt.»

Maar waar houdt het op? Ik las zelfs dat je het ’t liefst op z’n hondjes doet.

«Dat is ook weer helemaal verkeerd begrepen. Er werd me gevraagd welke muziek ik het best bij seks vond passen, en ik zei I Wanna Be Your Dog van The Stooges. Ik vind die tekst gewoon ontzettend mooi; dat nummer gaat helemaal niet over seksuele voorkeuren of standjes. Maar toen dat verschenen was, kwamen mensen ons toe vertrouwen: ‹Wij doen ook aan sm.› Heel verrassend, vooral omdat we die mensen amper kenden en we dat soort dingen helemaal niet wilden weten.»

Collega’s hebben je op voorleesavonden vast aangesproken over je royalty’s.

«Veel literatuurminnaars zijn blijkbaar geobsedeerd door geld. In andere beroeps takken is het not done om over geld te praten, mij wordt om de haverklap ge vraagd hoeveel ik nu eigenlijk met Slaap! verdiend heb. Ik vind het nog altijd een vrij onbeschaamde vraag en laat niet na dat ook te zeggen.»

Bovenop het succes overviel je een nieuwe liefde. Was er een verband?

«Helemaal niet. Mijn lief leest nooit fictie, hij houdt het bij techniek en wetenschap. Er is weinig waarvoor wij ons allebei interesseren. Dat is soms moeilijk, maar ook wel fijn.

De liefde heeft het schrijven een poosje tegengewerkt. Ik vroeg me af waar al mijn donkere gedachten gebleven waren. Die zijn intussen verrassend makkelijk teruggekomen, waarmee mijn vrees té gelukkig te zijn om te kunnen schrijven meteen verdwenen is. Puur biologisch is verliefdheid een soort schok die ongelooflijk veel in je lichaam en geest aanricht. Maar dat is tijdelijk; mensen veranderen niet makkelijk definitief.»

In ‹Reus› komt de liefde er bekaaid af.

«Absoluut. De partners van Kim en Hannah zijn een soort gemakkelijkheids oplossing. Een ideale partner wordt vaak gezien als iemand die jou volledig laat begaan, maar ik geloof niet in een partner die je zelfontplooiing totaal niet in de weg staat. In een relatie leer je net je eigen fouten kennen, leer je juist minder perfectionistisch te zijn in je eisen. Ik geef toe: dat is makkelijker gezegd dan gedaan.»

De seks in ‹Reus› is veelal droevig: «De vibrator zag eruit als een bleek, kaal en uitgeput diertje. Ik kon mijn tranen amper bedwingen. Dat had ik met echte piemels ook wel eens.»

«Ik heb dat ook al wel eens gehad, ja (lacht). Ik merk hoe langer hoe meer dat verlangen – niet uitsluitend, maar ook seksueel – steeds meer verdwijnt: alles wordt altijd en overal onmiddellijk ingevuld. Dat is jammer, want verlangens zijn positieve, mooie en pure gevoelens. Er sluimert iets dromerigs in, het suggereert iets opbouwends ook – iets wat je gaat doen om dat verlangen te bereiken. Maar als het verlangen een invulling heeft gekregen, verdwijnt het. Hannah en Kim hebben geen verlangens, behalve het vage verlangen alles te moeten hebben. De zussen zijn op zoek naar seks die niks inhoudt: seks om de seks, vreemdgaan om het vreemdgaan. Dat leidt nergens toe. Ik wil niet moraliseren, maar ik denk dat het niet geweldig goed is dat veel mensen tegenwoordig op die manier met seks bezig zijn.»

Je hebt ‹Reus› aangekondigd als een roman over het geweten.

«Dat was een handigheidje om het gauw even samen te vatten. Het geweten is een wat ouderwets concept, maar uiteindelijk wordt iedereen vroeg of laat op de proef gesteld: kun je trouw blijven aan je eigen waarden? Soms pas je uit angst je waardestelsel aan, soms halen de waarden het die je als kind al had. In elk geval draagt iedereen zijn geweten onvermijdelijk met zich mee: als je het probeert weg te duwen, zo blijkt in Reus, wreekt het zich des te harder. Hannah probeert een gewetenloos, psy chopathisch kreng te worden om alles te kunnen doen wat ze wil. Ze probeert alles te verdringen en helemaal dóór te gaan in het gebrek aan medeleven, ze noemt liefde zelfs een hype. Maar ze kan het emotioneel niet aan om tegen haar integriteit in te gaan. Dat is bij Bret Easton Ellis altijd net zo: gewetenloosheid veroorzaakt depressie, leegte, kilte.»

Is dat geweten verbonden met deze tijd, zoals de slapeloosheid in ‹Slaap!›?

«De gewetenloosheid lijkt toe te nemen. Het ís ook een interessante strategie: als zelfontplooiing je ultieme doel is, staat het geweten soms in de weg. Daarom schijnt het aantal psychopaten ook gestaag te groeien.»

Helpt de psychopaat uithangen om je als schrijver te ontplooien?

«Helaas. Er staan natuurlijk koude en donkere passages en gedachten in dit boek, maar het zou geen goed idee zijn die te censureren om toch maar niet psychopathisch over te komen – je mag een schrijver nooit censureren, denk ik. Ook koude en donkerte zijn menselijk.»

«Niemand wil afdrukken van ontsporing», luidt het in ‹Reus›. Volgens Louis Paul Boon geeft het wezen van een maatschappij of cultuur zich in de ontsporing bloot.

«Daar ben ik van overtuigd. Wij leven in een maatschappij van controle, waarin we krampachtig proberen alles goed te laten gaan en gelukkig te zijn. De veiligheidsmaatregelen worden steeds strenger, op elk gebied, maar we ontsporen toch! En in elke ontsporing komt de waarheid aan het licht: we hebben het niet allemaal in handen. Je ziet het ook in de trend om de minste opstoot van verdriet meteen te counteren met pillen. Verdriet wordt gezien als iets totaal abnormaals, iets wat absoluut vermeden moet worden. Toch zitten we blijkbaar zo ineen dat we altijd wel crashen. De ontsporing lonkt voortdurend.»

Vandaar ook de fascinatie met freaks – van Hannah, maar ook van jou.

«Het is dubbel: ik klaag bepaalde tv-programma’s aan, maar ik wil zelf óók meer over freaks weten. Chuck Palahniuk is er ook aldoor mee bezig: van hem heb ik onthouden dat hij op basis daarvan de maatschappij en de mens ter discussie stelt, maar hij zegt er altijd bij dat hij als schrijver hetzelfde doet. Via Hannah breng ik dus mezelf in het geding. Wie freaks opvoert, is uiteindelijk zelf een freak: daar gaat het om.»

Hannah stelt: «Freaks verschillen in wezen niet veel van anderen. Ze hebben hun ultieme zelfontplooiing enkel verward met de ultieme ontplooiing van hun afwijking.»

«Daar ben ik het mee eens. Er wordt altijd gezegd: maak iets van jezelf, ontplooi je sterke kanten. Als je nergens sterk in bent maar er wel vreemd uitziet, is het niet zo raar dat je ervoor kiest er nog vreemder te gaan uitzien.

In Reus komt een man voor die van kop tot teen getatoeëerd is. Die heb ik echt gezien toen ik jaren geleden in Australië was: hij woonde in een tankstation met honderd kilometer in de omtrek helemaal niks. Hij had een chromosoomafwijking, waar door zijn gezicht helemaal vervormd was en hij een soort voelspriet-ogen had. Hij had zijn hele lijf laten tatoeëren. Ik vond dat begrijpelijk: als een hele hoop mogelijk heden toch al uitgesloten voor je zijn, kun je maar beter uitbouwen wat speciaal aan je is.

Als kind voelde ik mezelf een freak. Ik heb een pigmentstoornis, waardoor ik over mijn hele lichaam vlekken ongekleurde en dus witte huid heb. Ik heb ook een strook wit haar, maar dat verf ik nu. Dat viel heel hard op, zeker in de zomer. Door bepaalde groepen kinderen werd ik altijd uitgezonderd. Ik heb zeker geen ongelukkige jeugd gehad, ik heb gewoon van jongs af gemerkt dat je voor- en tegenstanders krijgt. Dat confronteert je met je eigen eenzaamheid.

We willen dat het op elk gebied perfect gaat – dat is iets van mijn generatie, denk ik. Mijn generatie heeft alle kansen gekregen en vindt het daarom vanzelfsprekend alles te hebben en zich volledig te kunnen ontplooien. Daardoor heb je helaas ook meer kans om jezelf een loser te gaan vinden.»

Het verlangen naar alles drijft Hannah en Kim naar reizen en overspel.

«Reizen is een goed alternatief om niet te lang stil te moeten staan bij jezelf. Het vat het probleem perfect samen: we zoeken naar paradijsjes waarvan we weten dat ze eigenlijk niet bestaan. Mensen zijn er ook zo op gebrand zich op vakantie goed te voelen dat ze zich ter plekke vaak heel slecht voelen.

Overspel is nog zoiets. Er zijn zoveel mo gelijkheden dat je voortdurend bang bent de juiste mogelijkheid gemist te hebben, en dat probeer je op te lossen door verschillende mogelijkheden naast elkaar te leven.»

Sociologen hebben het over de en-en-generatie, die heel berekend een evenwicht zoekt tussen werk en relatie.

«We willen een fantastisch liefje, bevredigend werk, een stel fijne kinderen én kicks aan de lopende band. Het is me niet vreemd, ik denk ook wel eens na over kinderen.»

Je beide romans hebben zelfdestructieve hoofdpersonages.

«Zelfmoord blijft me interesseren. De vraag of je op deze wereld nog wil rondlopen, is heel pertinent en helemaal niet zwaarmoedig. Ik stel ze mezelf geregeld, al zolang ik me kan herinneren, en tot nog toe vind ik het leven nog altijd interessant genoeg om ermee door te gaan. De zelf destructieve neigingen van Hannah en Kim zijn een logisch gevolg van alles willen, alles vergaren en alles zo vol mogelijk laden. Het is alles of niks; als het mislukt, kun je maar beter dood zijn.»

Tegelijk zijn Hannah en Kim uiterst getalenteerd in het ironiseren en relativeren. Komen ze niet precies daarom onvermijdelijk toch uit bij «zomaar een leven»?

«Ja. Als je alle mogelijke pieken en dalen bij voorbaat wegrelativeert, blijft er een egale streep over. Dat ironiseren en relativeren is ook een teken van hun totale ongebondenheid. Maar zonder banden werkt het leven niet, is het zelfs bijna geen leven meer. De zusjes beginnen hun leven steeds meer van op afstand te bekijken en nemen eigenlijk geen deel meer. Ik heb zelf soms ook last van de neiging de dingen te zien gebeuren. Het lijkt me niet onmogelijk dat ook dat veel met deze tijd te maken heeft: veel banden gaan stuk of worden vermeden.»

Hebben Kim en Hannah «girl power»?

«Een vreselijk woord. Ik hang meer een feminisme aan dat erop mikt dat vrouwen ook mogen boeren en scheten laten. Echte emancipatie behelst ook de erkenning van je zwaktes – niet als vrouw, maar als mens. Ik vind dat de vrouwen emancipatie tegenwoordig meer een invulling mag krijgen van gelijkwaardige zwakte. Dat is de laatste stap in de totale gelijkschakeling.»

Intussen ventileer je in ‹Reus› snoeiharde kritiek op een feministische sekte.

«O, maar de vader van Hannah en Kim wordt even hard geviseerd als hun moeder. Allebei zijn het typische post-68’ers die grote idealen hebben verkondigd, maar bij de uitvoering van peace & love in hun gezin toch een beetje tekortgeschoten zijn. Reus is een protest tegen perfectionistische vrouwen van een vorige generatie, en misschien ook nog deze, die zich hebben proberen vrij te vechten en vervolgens dolgedraaid zijn. Ik heb nogal wat vrouwen in mijn buurt gehad die ontzettend op mannen konden kankeren. Ik werd daar op den duur ziek van, langdurig naar hen luisteren viel me even zwaar als urenlang diehard racisten aanhoren.

Ik heb ook iets tegen het woord ‹vrouwenliteratuur›, vooral als het door vrouwen zelf gepromoot wordt, zo van: wij hebben toch andere gevoeligheden. Bullshit: een vagina bezitten en romans schrijven hebben volgens mij weinig met elkaar te maken. Vrouwen zijn anders dan mannen, maar het stoort me als dat constant beklemtoond wordt, zeker als de achterliggende, zelfgenoegzame gedachte is dat vrouwen betere mensen zijn. Dat is gewoon niet zo – echt niet (lacht).»