De gewone baan als fata morgana

Mijn dochter was een gewaardeerde barista bij een van de grote koffieketens. Tot vorige week. Toen meldde de filiaalchef dat na twee jaar tijdelijke contracten het hoofdkantoor niet akkoord gegaan was met een vast contract en dat ze bovendien ‘met haar 21 jaar ook wel erg duur was’. Vandaar dat ze afgelopen zondag haar laatste flat white met havermelk maakte.

Nu valt dit persoonlijke leed erg mee – ze had binnen een dag een andere bijbaan in de horeca – maar het is veelzeggend voor de race to the bottom die maar voortdendert op de Nederlandse arbeidsmarkt. Een race die zelfs premier Rutte verontrust. Deze zomer dreigde hij zelfs nog de belastingverlaging voor het bedrijfsleven in te trekken als er geen loonsverhoging wordt afgesproken in de nieuwe cao’s. ‘Er is iets aan de hand wat me totaal niet bevalt’, meldde hij op het vvd-festival. ‘De winsten klotsen tegen de plinten op, dan kan het niet zo zijn dat alleen de salarissen van de topmannen echt stijgen.’ En vvd-fractieleider Klaas Dijkhoff stelde zelfs in zijn discussiestuk Liberalisme, dat werkt voor mensen dat ‘de middenklasse in toenemende mate in de knel zit’.

Dat de (lagere) middenklasse in de verdrukking is gekomen, komt niet alleen doordat de loonsverhogingen achterblijven. Belangrijker is dat de respectabele middenklassebanen langzaam maar zeker aan het verdwijnen zijn. Het postbode-scenario ontvouwt zich voor veel meer beroepen.

Gewaardeerde bedrijven verbreken het sociale contract met hun werknemers

Vroeger was de postbode een gewaardeerde figuur in de buurt. Hij zorgde ervoor dat kaartjes met ‘Tante Annie in Spangen’ toch aankwamen, hij sloot ramen en deuren die per ongeluk open waren blijven staan en bemiddelde zelfs bij burenruzies. Bewoners organiseerden een afscheidsreceptie als ‘hun postbode’ na veertig trouwe dienstjaren met pensioen ging. Nu krijgen postbodes alleen nog maar kleine deeltijdbanen – zo klein dat niemand ervan kan leven – en het verloop is groot. Wie kent nog zijn postbode?

De gewone baan met een gewoon inkomen wordt een fata morgana. Dat blijkt ook uit de nieuwe cao voor de Hema die onlangs werd afgesloten. Voor het zittende personeel verandert er niet veel, maar voor nieuwe werknemers liggen de salarissen beduidend lager. Het maximumsalaris voor ervaren winkelmedewerkers is nu 2766 euro bruto per maand, dat wordt 2055 euro. Nog net vierhonderd euro boven het minimumloon. De filiaalchef krijgt nu nog 4148 euro, dat wordt duizend euro lager. De arbeidsvoorwaarden van de Hema komen zo dicht in de buurt te liggen van prijsvechters als Lidl en Action. Het is dan ook meer dan terecht dat vakbond fnv niet akkoord ging en sindsdien actievoert tegen de nieuwe cao.

De arbeidsmarkt veramerikaniseert. Gewone werknemers hebben straks net als in de VS twéé banen nodig om nog een beetje te kunnen leven. Gewaardeerde, respectabele bedrijven verbreken het sociale contract met hun werknemers en creëren het liefst één grote flexpool.

De bedrijven vergeten echter dat ze ook het sociale contract met de klant verbreken. Als ik een Frappuccino Caramel bestel à 4,50 dan verwacht ik niet alleen dat Colombiaanse koffieboeren een goede prijs voor hun bonen krijgen, maar ook dat de degene die de koffie inschenkt een normaal salaris krijgt. En de vriendelijke Hema-dame die vakkundig berekent hoeveel meter stof ik moet kopen voor mijn gordijnen, moet daarvan kunnen leven. En niet ook nog ’s avonds in kantoren met zwabber en stofzuiger aan de slag moeten. Wat voor reden heeft een klant nog om naar een winkel te gaan als daar inmiddels elke deskundigheid is verdwenen?