Idfa - ISIS Deserters Speak Out & Dugma: The Button

De gezichten van de jihad

Twee documentaires geven samen een gedetailleerd en intiem beeld van de mens achter de fanaticus. Jihadisten onthullen voor de camera het leven aan het Syrische front.

Medium isis 2

Met de belegering van Mosul, de laatste grote Iraakse stad in handen van Islamitische Staat (IS), begint het net rond de terreurbeweging zich te sluiten. Het zelf uitgeroepen kalifaat lijkt daarmee een kort leven te zijn beschoren, maar niet zonder een diep litteken te hebben achtergelaten in het gebied waar het meer dan twee jaar een schrikbewind voerde. Verhalen van slachtoffers zijn talrijk, zoals van gevluchte Jezidi-meisjes die als slavinnen werden verhandeld en misbruikt. Nu IS aan de verliezende hand is, groeit het aantal deserteurs en spijtoptanten. Heel langzaam komen ook hún getuigenissen naar buiten, zoals in de documentaire ISIS, Deserters Speak Out, geregisseerd door het Franse journalistenduo Thomas Dandois en Francois-Xavier Tregan.

Het verlaten van het kalifaat is niet zonder risico, deserteren wordt bestraft met gevangenschap of de doodstraf. Met hulp van Thuwar al-Raqqa (Revolutionairen van Raqqa), een groep gelieerd aan het Vrije Syrische Leger, worden deserteurs naar het veilige Turkije geëscorteerd en daar ondergebracht. Met het delen van hun verhalen hoopt de groep potentiële IS-strijders te ontmoedigen. In een jaar tijd wisten ongeveer honderd deserteurs Raqqa, de zelfverklaarde hoofdstad van het kalifaat, te verlaten.

Abu Osama al-Shami (32), Abu Hozaifa (28), Abu Maria (22) uit Raqqa en Abu Ali (38) uit Jordanië (om veiligheidsredenen gefingeerde namen) bijvoorbeeld waren lid van Islamitische Staat. Onherkenbaar komen de vier deserteurs aan het woord over hun tijd bij ‘ad-Dawlah’, ‘de Staat’. Islamitisch wordt het niet meer genoemd, want alle vier raakten ze gedesillusioneerd door de dagelijkse praktijk van de terreurgroep.

Het idee dat IS de zuivere islam vertegenwoordigde, die met het invoeren van de sharia een einde kwam maken aan de chaos en corruptie in de regio, oefende een sterke aantrekkingskracht op de vier _would be-_jihadisten. In eerste instantie was het kalifaat precies waar zij van droomden: er was geen diefstal meer, vrouwen droegen sobere kleding, er werd overal gebeden en de orde werd strikt gehandhaafd. De sharia gold voor iedereen, wat voldeed aan het rechtvaardigheidsgevoel van de idealisten.

Al gauw kwam het ideaal onder druk te staan. Ook in een islamitische heilstaat blijken sommigen meer gelijk dan anderen. Waar gewone burgers gestraft werden om banale overtredingen zoals het roken van een sigaret konden leden die hoog in de pikorde stonden straffeloos hun gang gaan. Dat burgers op basis van de inhoud van hun telefoon ter plekke geëxecuteerd konden worden, deed ook de wenkbrauwen fronsen. De alom heersende paranoia in het kalifaat, waar iedereen elkaar bespiedt en niemand aan het dagelijkse leven kan ontsnappen, deed volgens Abu Ali denken aan de Arabische dictatuur die hij juist zo verachtte.

Maar waar lag voor deze fundamentalisten dan de grens? Het zijn niet zozeer de grondbeginselen van IS waar de spijtoptanten moeite mee hadden. Al in de theologische voorbereiding is het duidelijk waar die ideologie op berust, namelijk het ‘takfirisme’, een concept dat populair is onder extremistische salafisten. Het komt neer op het verketteren van iedereen die niet hun strikte interpretatieleer van de islam volgt. Bij IS betekent het dat iedereen die geen trouw zweert aan de kalief een ongelovige is en daarmee vogelvrij wordt verklaard.

Bij de praktische uitwerking van de staatsideologie stapelen de gruwelheden zich al gauw op. In persoonlijke en angstaanjagende anekdotes beschrijven de spijtoptanten de sadistische doodscultus van de terreurstaat. De massamoord op een Syrische stam waarbij vrouwen en kinderen niet worden gespaard, het fusilleren van een groep vastgehouden Marokkaanse deserteurs en inzet van kindsoldaten vormen slechts een kleine greep uit de gepleegde misdaden.

De ooggetuigenverslagen worden afgewisseld met korte beeldfragmenten uit IS-gebied, waarin onder meer de marteling van een bejaarde man en het dumpen van geëxecuteerde lijken in een diep ravijn getoond worden. Dat laatste wordt door een van de spijtoptanten nog aangevuld met het schokkende verhaal over een onthoofde vrouw die hij daar aantrof, het lichaam nog gehuld in een bruidsjurk, naar verluidt door IS vermoord omdat ze onderweg naar haar bruiloft make-up op had. De bruidegom werd vanwege ‘het schenden van de eer’ ook gedood. Het zijn nauwelijks te bevatten gruwelijkheden, zelfs in een regio die al jaren door bruut geweld geteisterd wordt.

Op koele en bijna klinische wijze worden de verhalen gedeeld, wat het in de verder statische documentaire lastig maakt door te dringen tot de gevoelens van de spijtoptanten. De serieuze en emotieloze ondertoon in hun stem doet denken aan veteranen met een posttraumatische stressstoornis, door de oorlog beroofd van hun menselijkheid en onschuld. Documentairemakers Dandois en Tregan laten daarmee juist het laatste restje menselijkheid zien van de berouwvolle jihadisten, zonder dat er bij de kijker een gevoel van medeleven ontstaat.

Anders is dat bij de documentaire Dugma: The Button van de ervaren Noorse oorlogsjournalist en filmmaker Paul Refsdal. Aan het front, een straatlengte verwijderd van het Syrische leger, volgde Refsdal zes weken de jihadisten Abu Qaswara (32) en Abu Basir al-Britani (26). Beiden hebben zich als vrijwilliger aangemeld bij Jabhat al-Nusra, de (dan nog) Syrische tak van al-Qaeda (inmiddels opereert de groep zelfstandig onder de naam Jabhat Fateh al-Sham). In een dramatische film geeft Refsdal een unieke kijk in de wereld van jihadisten die bereid zijn hun leven op te offeren, maar zelf nog volop in het leven staan.

Hij vond een onthoofde vrouw, in een bruidsjurk, vermoord omdat ze onderweg naar haar bruiloft make-up op had

In het openingsshot laat Abu Qaswara de vracht van een geïmproviseerd gepantserd voertuig zien. Een lading zware explosieven, bestemd voor een zelfmoordoperatie om een doorbraak van vijandelijke linies te forceren, een beruchte en effectieve tactiek in de strijd tegen Assad. Op nonchalante wijze legt hij uit hoe hij van plan is zichzelf op te blazen. Abu Qaswara staat op de prestigieuze lijst van kandidaten voor zogeheten martelaarsoperaties, die onder jihadisten bekendstaan als ‘Dugma’, Arabisch voor knop. Aan detonatieknoppen in de bomtruck in elk geval geen gebrek. Het is overigens de wens van zijn trotse vader om hem nog vlak voor het moment suprême telefonisch te spreken, ‘als God het wil’.

De goedlachse en sympathieke Abu Qaswara, ook nog eens een begenadigd zanger van religieuze liederen, is niet bepaald het type waar de gemiddelde krantenlezer aan denkt bij een zelfmoordterrorist. Een vader van een meisje van nog geen anderhalf jaar, een zoon die zijn moeder mist (‘wanneer ga je mee met de tijd en leer je Skype gebruiken?’) en een eetliefhebber die dol is op gefrituurde kip (‘mijn hart gaat er sneller van kloppen’). Abu Qaswara laat een geprivilegieerd leven in Saoedi-Arabië achter, wat hem populair maakt onder de Syrische rebellen.

Ook uit het buitenland, maar dan uit het Westen afkomstig, is de Britse bekeerling Abu Basir al-Britani. De jonge intelligente jihadist met opvallende getatoeëerde armen verliet Engeland (‘a miserable place to live’) voor de oorlog in Syrië. Al-Britani voelde zich naar eigen zeggen altijd al anders. Het is voor hem ironisch te noemen dat hij desondanks onmiskenbaar Brits overkomt, niet alleen qua uiterlijk en accent maar ook qua houding: koel, gedisciplineerd en nuchter. Wanneer hij het nieuws op zijn laptop doorneemt grapt hij sarcastisch over het inconsistente buitenlands beleid van de Amerikanen. Zelf overleefde hij een Amerikaans bombardement, volgens hem een goddelijke ingreep die niet-moslims verder niet kunnen begrijpen. Al-Britani lijkt als geen ander te beseffen hoe groot de kloof is tussen de westerse toeschouwer en de jihadistische logica.

Medium 02 19 suicidebomberfilm 02

Ondertussen gaat het alledaagse leven aan het front ‘gewoon’ door. Er wordt samen gegeten, afgewassen, gebeden en gelachen. In de film van Refsdal krijgen de jihadisten een menselijk gezicht dat wij maar zelden zien. Al-Britani trouwt en krijgt niet lang daarna te horen dat zijn vrouw zwanger is. Hij krijgt wroeging en twijfelt openlijk over zijn zelfmoordmissie. Op het slagveld sneuvelen is een risico, maar bewust op de knop drukken is een daad die hij zijn vrouw en toekomstige kind niet kan aandoen. In liefde en oorlog is alles geoorloofd, maar wanneer liefde en oorlog met elkaar in conflict komen wordt het zelfs voor een fanatieke jihadist ingewikkeld.

Je kunt de vraag opwerpen of het ethisch verantwoord is om jihadisten een podium te geven en hen daarmee onbedoeld te helpen hun verwerpelijke gedachtegoed te verspreiden. Maar Refsdal vult zelf niets in, hij laat slechts de rauwe werkelijkheid van de oorlog zien. Dat hij vrijwel ongecensureerd heeft kunnen filmen blijkt uit de merkwaardige scène waarin de coalitie onder leiding van de Amerikanen een doel van de jihadisten bombardeert. Wanneer een woedende man roept dat het hier om een burgerdoel gaat, wordt hij door een jihadist gedwongen toe te geven dat het ook een militaire basis betrof.

Meer dan Dandois en Tregan slaagt Refsdal erin om voorbij het heersende cliché van de nihilistische zelfmoordterrorist te komen door te laten zien hoe beangstigend gewoon een jihadist kan zijn. Zo lijkt er aan het einde van Refsdals documentaire op de reset-knop gedrukt te worden en maken lotsberusting en doodsverachting plaats voor maatschappelijke betrokkenheid: Abu Qaswara wordt door de leiding voorlopig van de lijst gehaald, om de blijde boodschap over de islam onder de Syrische bevolking te verkondigen, en Al-Britani ziet definitief af van de martelaarsoperatie vanwege zijn gezin.

Zullen dergelijke documentaires de aantrekkingskracht van het jihadisme doen afnemen? De wens is de vader van de gedachte, al geven Dandois, Tregan en Refsdal een belangrijke voorzet in het verspreiden van een contra-narratief. Maar zolang het conflict in Syrië (en Irak) voortduurt, blijft het vechten tegen de bierkaai.


Beide films worden vertoond tijdens de ‘Groene-dag’ op Idfa, op 20 november. Kaarten via www.idfa.nl/de-groene-amsterdammer

ISIS, Deserters Speak Out draait op 17, 20, 22 en 26 november; Dugma: The Button op 17, 19, 21 en 22 november. Voor locaties en tickets, zie idfa.nl

Beeld: IDFA