De goed slechte smaak (1)

De beslissing om lak te hebben aan iedere vorm van Goede Smaak is eigenlijk helemaal niet moeilijk. Vrijwel iedereen die iets te verkopen heeft, wil een zo groot mogelijke omzet halen. Haalt hij die met lelijke dingen, dan zal hij lelijke dingen fabriceren. Daar zit hij niet mee.

Maar het bezitten van een Perfide Smaak blijkt in wezen net zo moeilijk als het beheren van een Goede Smaak.
Neem de televisie. Ik heb het nooit gezien, maar ik hoor dat Goede Tijden Slechte Tijden goed scoort, maar heel slecht is.
Wat mij nu verbaast is: waarom maken ze GTST nu niet nòg slechter? Je zou er bijvoorbeeld een beetje seks in kunnen stoppen. Ik weet zeker dat er dan veel meer mensen dan nu naar GTST zouden kijken.
Toch gebeurt dat niet, om de reden die ik aangaf: men weet niet precies wat een heel Slechte Smaak is - net zoals er maar weinig mensen zijn die Goede Smaak bezitten.
Slechte Smaak heeft met Goede Smaak gemeen dat hij uitgaat van opvattingen. Het hebben van opvattingen vereist een intellectuele stap; je moet keuzes hebben gemaakt. Dit wel, dat niet. Ik hou van napolitaanse liederen, maar niet van Schubert. Ik hou van Marco Borsato maar niet van Fritz Wunderlich.
Het maken van die keuzes gebeurt niet. Alom heerst onzekerheid. Bij de Slechte-Smakers weet men op een bepaald punt niet meer wat ‘slecht’ is, en de Goede-Smakers zitten met hetzelfde probleem.
Soapschrijvers in Nederland - ik ken er toevallig een paar - doen niets anders dan zich aan de regels houden die ze opgelegd hebben gekregen. Daarbinnen willen ze wel iets veranderen, maar die regels zelf kunnen ze niet weg krijgen. Hun angst bij slechte kijkcijfers is dat ze misschien wel te intellectueel worden. Ze moeten kitscheriger, slechter worden, maar weten niet hoe dat moet. Seks mag niet, maar wat dan wel? Geweld? Liefde? Waarom lukt dat bij de een wel en bij de ander niet?
De problemen die de onderkant van de markt heeft, zijn - beweer ik - gelijk aan de problemen die de bovenkant heeft.
In het Stedelijk Museum zie je nu levensgrote foto’s van Nan Goldin. Het is ongehoorde kitsch. Waar vroeger een stroming als 'camp’ of een jongen als Jeff Koons ergens nog iets belachelijks kon maken, is Nan Goldin gewoon Slecht.
Je ziet dat zij dezelfde problemen heeft als de schrijvers van GTST. Zij weet niet meer wat Goede Smaak is en redt het ook niet met haar Slechte Smaak. De enige juiste conclusie voor haar zou zijn dat ze zou beseffen dat ze geen kunstenaar is. Maar het 'postmodernisme’ (als ik het niet weet, gebruik ik dat woord altijd, en dat blijkt altijd goed te zijn) heeft het begrip kunstenaar zo uiteengerafeld dat iedereen kunstenaar mag zijn. Het probleem is dus verplaatst naar de museumdirecteur. Maar die weet ook niet meer wat Goede en Slechte Smaak is, dus laat hij het aan de recensenten over, die absoluut in verwarring zijn en afwachtend kijken en luisteren naar de museumdirecteur, want die zal toch wel een reden hebben om het in het museum op te hangen.
Is het een voorbeeld van kunst? Van anti-kunst? Van Goede Smaak? Van Slechte Smaak? Niemand weet het.
En zo heeft Rudi Fuchs precies hetzelfde probleem als Joop van den Ende als een serie niet scoort. Maar Joop is eerlijker: die flikkert meteen zo'n serie van het scherm. (Joop wéét wat Goede en Slechte Smaak is, maar hij heeft alleen gezag bij de Slechte Smaak.)
Fuchs daarentegen zal altijd beweren dat Nan Goldin kunst maakt, dat hij een Goede Smaak heeft en dat wij een Slechte Smaak hebben. Hij wordt namelijk betaald om dat te vinden, te zeggen, vol te houden en te menen.