De goed slechte smaak (2)

Vijfennegentig procent van de mensen heeft een Slechte Smaak. Ook zij die beweren dat ze een Goede Smaak hebben. Omdat de meerderheid dus een Slechte Smaak heeft, is die interessanter dan de minderheid met een Goede Smaak. Bij Slechte Smaak zie je veel meer, en sneller beweging. Alle wetmatigheden die gelden voor een Goede Smaak kun je makkelijker ontdekken bij de Slechte Smaak, want - zoals ik vorige week al uitlegde - er is geen wezenlijk verschil tussen de problemen van hen met een Goede Smaak en hen met een Slechte Smaak.

Een Slechte Smaak vereist niet alleen het maken van een keuze, maar ook het nemen van initiatief. Je moet die keuze namelijk aanwijzen, kopen, bezitten. Ik noem dat Smaak-beheer. Daar begint meteen het probleem. Juist mensen met een Slechte Smaak wensen geen keuzes te maken en willen ook geen initiatief daartoe nemen. Ze willen het over zich laten komen.
Neem de katholieke kerk in vroeger dagen. Een fraai Instituut, bracht smaakvolle kunst voort - dat lijdt geen twijfel. Maar omdat mensen met een Echt Heel Slechte Smaak geen keuzes maken en geen initiatief nemen, krijgen ze alles voor hun kiezen. Je krijgt Decadentie - maar dat is juist het paradijs voor de Goede Smaker. Fijnzinnige genietingen, een veer in je reet, een zweepslag op je kont, een parel als voorgerecht en maagdenvlees bij de hoofdgerechten, een moord als vermaak… Het zijn altijd Grote Smaakvolle Geesten geweest die de katholieke Decadentie hebben omarmd.
Maar de Slechte Smaker krijgt ook Decadentie, en die heet - in deze tijd - Dutroux, een vrome, katholieke, Belgische knaap.
Er zijn genoeg pausen aan te wijzen die dezelfde problemen moeten hebben gekend als Dutroux: waar vind ik mooie meiden en jongens, hoe verberg ik ze als ze dood zijn, hoe koop ik de politie om en welke politici willen met mij meedoen.
Een vorm van Slechte Smaak? Uiteraard.
De wereld heeft Slechte Smaak nodig, anders zouden er te veel initiatieven genomen worden.
Goede en Slechte Smaak onderscheiden zich in niets, want ook de Slechte Smaak heeft zijn eigen cultuur gekregen, een cultuur die nauw aansluit bij de Goede Smakers.
Hebt u wel eens naar een echte pornofilm gekeken? Ik bedoel: zo'n film waar een meisje van vier geneukt wordt. Alles aan zo'n film - ik heb er een gezien - is walgelijk en Smakeloos. (Nadien twijfel ik wel eens of ik echt tegen de doodstraf ben.) Er past geen humor of ironie op. En toch… Toch is iemand bezig geweest met de vormgeving ervan.
Toen ik ernaar keek, dacht ik: dit heeft niets meer met Slechte Smaak te maken. Wanneer alles geacteerd zou zijn, zou ik die pornofilm namelijk best hebben willen maken. De dialogen, het camerawerk, de casting, het decor, de spanning die het opwekte, de woede die je voelde, de heftige emoties die het bij ons opriep en die zo hoog opliepen dat sommigen vonden dat de video vernietigd moest worden: ik was er jaloers op. En de mensen met wie ik keek, waaronder acteurs en regisseurs, waren ook jaloers. Als wij zo'n film hadden gemaakt, was het een klein meesterwerk geweest. Nu anderen zo'n film hebben gemaakt, is het gruwelijk, niet alleen omdat het loze etiket ‘kunst’ ontbreekt, ook omdat wij juist niet de werkelijkheid gefilmd zouden hebben, maar die werkelijkheid zouden willen suggereren. De werkelijkheid ontrekt zich aan Goede of Slechte Smaak.
En daarom is Dutroux geen miljonair geworden, wat mensen met een Echt Slechte Smaak wel lukt. Hij begrijpt niet dat alles wat met smaak te maken heeft, per definitie schijn moet wezen, en nooit de werkelijkheid zelf mag zijn. De werkelijkheid verkoopt niet. Verkoop je een gruwelijke werkelijkheid, dan hoor je terecht in een gevangenis thuis.