De goed slechte smaak (4)

We hebben vastgesteld dat een goede smaak wordt vastgesteld door een elite, en we hebben vastgesteld dat een slechte smaak wordt vastgesteld door een meerderheid; we hebben ook vastgesteld dat smaak aan vastgestelde regels moet voldoen, want dat maakt het beoordelen makkelijker.

Regel: gebruik niet twee keer hetzelfde woord in een zin.
Constateer je nu dat iemand voortdurend hetzelfde woord gebruikt, dan kun je eenvoudig concluderen dat hij lelijk schrijft, want hij voldoet immers niet aan de regel. Slechte smaak!
Wanneer ik, gewapend met allerlei regels over wat wel en niet mag tijdens het schrijven de boeken van Arnon Grunberg lees, dan kan ik onmogelijk volhouden dat hij een goed schrijver is. Hugo Brandt Corstius heeft in een juichend stukje al gewezen op Arnons herhalingen, wat zelfs tot uiting komt in de structuur van zijn zinnen. Hij wisselt zelden met zinsdelen en ook zijn zinsritme is zonder meer eentonig te noemen. Toch wordt Grunberg overal geroemd. Hij wordt zelfs uitgenodigd om zijn visies te geven op de opiniepagina van de NRC. Hij schrijft in de VPRO-gids, hij vulde enige tijd kolommen in de Volkskrant en zelfs De Groene vroeg hem eens om een bijdrage. Het knuffelbeest van de elite.
Dit alles illustreert een paar zaken voor onze Goed-Slechte-Smaak-discussie.
Bijvoorbeeld: 1. Goede Smaak en kwaliteitsnormen zijn tijdelijk, dus ook de opvatting of iemand goed dan wel slecht schrijft. De argumenten die Hugo Brandt Corstius geeft om te illustreren dat Grunberg een goed schrijver is, zouden vijf jaar geleden argumenten zijn geweest om hem een slecht schrijver te vinden.
De redactie van NRC Handelsblad zou het vijf jaar geleden wel uit zijn hoofd hebben gelaten om iemand die schrijft zoals Grunberg op de opiniepagina te laten schrijven. Het ontbreekt hem aan elementaire argumentatieleer, en zijn polemische kwaliteiten zijn, in vergelijking met mensen als Karel van het Reve, W.F. Hermans, Rudy Kousbroek, Jeroen Brouwers, Hugo Brandt Corstius en Theo van Gogh zonder meer pover te noemen.

  1. Goede Smaak bezit tevens altijd een vorm van tegendraadsheid. Dat laatste is belangrijk; je ziet bijvoorbeeld dat in het kamp van de Slechte Smakers nu juist heel nauwgezet en keurig wordt geschreven - precies volgens de regels zoals ik heb geleerd. Eén vraag wordt echter niet beanwoord, wat betreft de Goede Smaak: Wie heeft het uiteindelijke gezag? Door wie laten wij ons overtuigen dat Grunberg inderdaad een goed schrijver is, terwijl we daar zelf eigenlijk geen verstand van hebben. Wie stelt de nieuwe regels vast? Om deze vraag te beantwoorden moeten we weer kijken in het kamp van de meerderheid: de Slechte Smakers. Immers, omdat de processen die zich afspelen gelijk zijn, kun je ze het beste waarnemen bij de grootste groep. Wat zie je daar? Machtig zijn zij die het meeste geld hebben. Machtig zijn zij die de meeste techniek in huis hebben. Machtig zijn zij die precies ‘kunnen’ uitvoeren wat het publiek wil. Het machtigst is het publiek. Het proces van invloed gaat van onderop, en verloopt volgens het adagium: volgen en leiden. Dus: publiek wil moord, kunstenaar volgt dat, maakt moordfilm, en leidt (door zijn techniek) het publiek naar nog meer verlangen naar moord. Filmmaker wordt steeds rijker en kan nog mooiere moordfilms maken, wat het publiek wil. (Spielberg, Joop van den Ende, Walt Disney.) Bij de Goede Smaak gaat het net zo. Volgen en leiden. Het verschil is echter het publiek. Bij de Goede Smaak draait het om een elite. En hoe weet je wat een elite wil? Dat leg ik volgende week uit.