De goed slechte smaak (5)

Een elite acht zichzelf altijd verheven boven de rest.
Je kunt een elite van jongeren hebben, van rap-poëten, van vijftigers, van jonge wilden, van kapitaalkrachtigen, van hoeren en pooiers, van popmusici, van schrijvers die bekentenisliteratuur publiceren en van auteurs die menen dat alleen constructie, gelaagdheid en filosofie literatuur veroorzaakt.

Iedereen behoort op zijn manier wel tot een elite. Alleen zij die zich De Elite noemen (nooit hardop, het is een geesteshouding) voelen zich overal boven staan en weten dit ook en… zullen alles doen om dit te bevestigen.
Een elite zal dus altijd kennis vergaren, want door kennis onderscheid je je van een andere elite.
Maar het vergaren van kennis is ingewikkeld - daarvoor moet je smaak hebben en misschien wel nadenken. Daar hebben de meeste leden van de elite helemaal geen zin in.
Het aantrekkelijke van een elite is namelijk: tot die elite behoren, omdat je daar gelijkgestemden verwacht, maar tegelijkertijd is het grote gevaar dat je door die elite wordt uitgestoten.
Wie geen elite heeft, is eenzaam.
Wie geen smaak heeft, vindt de elite die hij verdient. (Zie Veronica.)
Wie geen smaak heeft en toch bij een andere (hogere) elite wil horen, moet kortom doen alsof hij smaak heeft.
Doen alsof je goede smaak hebt, vereist de volgende techniek: je omhelst wat zich aan goede smaak heeft bewezen (Rembrandt, Vermeer, De Stijl, jazz, de boeken van Multatuli, de gedichten van Petrarca, etcetera) plus dat je altijd kennis moeten nemen van de allernieuwste smaakuitingen en daar ‘afwachtend’ tegenover moet staan. ('Dat stuk over die nieuwe rap-poëten van Serge van Duijnhoven gelezen? Ik weet niet wat ik daarvan moet denken.’)
De Echte Elite oordeelt nooit echt, onthoud dat. Ze houden ruimte over. Die ruimte hebben ze nodig om af te tasten hoe de rest van de Elite-leden erover denkt.
'Ik vind die rappers wel leuk.’
'Ja? Ja, ik ook wel.’
Nergens wordt zo snel een generalisatie geschapen als in een Elite.
'Die Holman staat op de longlist van de Generale-prijs.’
'Ja, ik heb hem altijd al geweldig gevonden!’
Omdat De Elite tegenover de nieuwste smaakuitingen afwachtend moet staan, hebben ze een open oor en oog voor alles wat nieuw is in hun groep - ze kijken hoe het valt.
Daarom zijn critici zo belangrijk.
Maar wat als de critici zelf geen smaak hebben?
Neem de Nederlandse kunstrecensenten. Altijd lachen.
Die behoren tot De Elite en maken voor de groep uit wat wel of niet smaakvol is. Een recensie moet met argumenten onderbouwd worden. Maar als je geen smaak hebt, heb je geen argumenten. Blijft over de platte beschrijving, en… de interpretatie.
We kunnen veel over interpreteren vertellen, maar voorlopig moet u een interpretatie zien als een vorm van slijm tussen de leden van de elite, van olie desnoods om de boel lopende te houden.
Waarom zijn zoveel kunstrecensies onleesbaar en onbegrijpelijk? Omdat elk afzonderlijk lid van de elite zich erin moet kunnen herkennen. De recensent wil niet het risico lopen dat hij ontmaskerd wordt en de lezer wil niet graag onzeker gemaakt worden. Met smaak heeft het allemaal niets te maken.
Wat nieuw is, maakt kortom altijd een grotere kans om door de elite gekust te worden, dan wat oud is en plots boven komt drijven. Nieuw is namelijk nog te kneden als klei, over nieuw kun je eenvoudiger een positief of een negatief oordeel vellen. Nieuw heeft meer ontsnappingsroutes, want 'nieuw’ kan zowel het excuus zijn voor de slechte eigenschappen ('Hij is nog jong, het is zijn begin’) als voor de goede ('En nog zo jong en dit is helemaal nieuw’).
Alleen gespecialiseerde elites trappen daar niet in.