De goed slechte smaak (7)

De suspectste vorm van Goede Smaak is wanneer die gehanteerd wordt als een politiek instrument. Wanneer politici plotseling getuigen van: ‘Ik vind dit niet van goede smaak getuigen’, of: ‘In een beschaafd land gaan we anders met elkaar om’, wees dan meer dan achterdochtig.

Er bestaat geen politicus die een goede smaak heeft, want anders had je wel een ander beroep gekozen. Politicus willen zijn, is ordinair in de minst verheffende betekenis van het woord. Je hoort ze ook altijd zeggen: ‘Ik wil wat voor de mensen doen - ik geloof dat het onze taak is deze maatschappij beter achter te laten dan die nu is.’
Pleeg zelfmoord, roep ik dan altijd.
Wist u dat zelfmoord onder beroepspolitici bitter weinig voorkomt? Laat ik uitleggen hoe dat komt. Een politicus heeft macht, wie macht heeft bepaalt de goede smaak. Omdat goede smaak kunde vereist, en politici die niet hebben, krijg je dus altijd de goede smaak van de politicus.
Bent u wel eens verbaasd over de rare architectuur in uw stad? Dat is de goede smaak van uw bestuurder. Vallen u overal die burgerlijke centra met fijne muzak op? De smaak van uw bestuurder.
We bouwen in de haven van Amsterdam een zinkend schip na en noemen dat newMetropolis; vorm, naam, spelling - het is allemaal ten hemel schreiend fout. Maar… de smaak van uw bestuur.
Politici omgeven zich met mensen die goede smaak hebben. Van Mierlo noemt Harry Mulisch zijn beste vriend. Mulisch - god betere het - de enige Nederlander die nog in het Cubaanse communisme gelooft, mag vervolgens van Van Mierlo en Kok naast Hilary Clinton zitten, de vrouw van de Machtigste Man van het Wereldkapitalisme. Harry doet dat! Is dit allemaal smaakvol? Het is de wens van uw bestuurder, en van de 'beste schrijver van Nederland’.
Goede Smaak kan worden gekocht, maar met name politici zijn daarvoor te gierig. Hun gebrek aan moed, fantasie en eigenzinnigheid is te zien in hun beleid.
Hoe smaakvol wordt er werkelijk omgegaan met buitenlanders in Nederland? Ik weet dat ik in dit betoog enigszins de hand licht met de begrippen ethiek en esthetiek. Maar juist de Goede Smaak staat het meest effectieve evenwicht tussen deze twee voor. Wetenschappelijk valt 'het buitenlanderprobleem’ in een tiende seconde op te lossen. (Elk antwoord van 'Dood ze’ tot 'Sluit de grenzen’ is dan namelijk goed.) Juist in deze discussie gaat het om de Goede Smaak, om een elegante manier van denken - en die is ver te zoeken.
Politici en Goede Smaak: een landbouwminister die censuur wil instellen wanneer het gaat om het op grote schaal vernietigen van jonge varkens - zo'n man dient op te hoepelen. Een minister van Justitie die - het is bewezen! - liegt, dient op te donderen. Een minister van Defensie die verantwoordelijk is voor de dood van duizenden moslim-mannen in Srebrenica moet onmiddellijk worden weggestuurd. Een minister van Economische Zaken (en weer die van Justitie) die tweehonderd belangrijke wetten vergeet aan te melden - moet oprotten!
Hoe kunnen die mensen blijven zitten? Is dat een vorm van Goede Smaak?
De Goede Smaak is in de verkeerde handen.
Op het moment dat ik dit schrijf, meldt de radio dat de Duitse uniformen in de Tweede Wereldoorlog werden gemaakt door Hugo Boss. (Boss met SS aan het eind, zei ik altijd al.)
Hier zie je de Vervolmaking van de Goede Smaak, en misschien ook wel de Paradox van de Goede Smaak.
Wij vragen onze beste kleermaker onze uniformen te ontwerpen - en hij doet het. En vijftig jaar later heb ik, schrijver dezes, één pak in de kast hangen… Inderdaad: van Hugo Boss. Heb ik nou een Goede Smaak?