De goede weet van wanta

  1. PRESIDENT Gorbatsjov probeert met allerlei staatkundige hervormingen het uiteenvallen van de Sovjetunie te voorkomen. In de zomer van dat jaar wordt Boris Jeltsin, de voormalige burgemeester van Moskou, tot eerste president van de nieuwe Russische federatie gekozen. Jeltsin is bereid voor te gaan in de laatste slag met het oude regime. Hij besluit tot de - geheime - opbouw van een ‘oorlogskas’ en zoekt daarvoor steun in het Westen. Serieuze geldschieters zijn nog een beetje huiverig om te beleggen in Jeltsins wankele federatie. Maar het zwart-geldcircuit ziet grote mogelijkheden en schiet de ‘witte duif’ uit Moskou te hulp.

Een van de mensen die zich in die tumultueuze zomer van 1990 in Moskou melden om Jeltsin een handje te helpen, is de Nederlander Dirk de Goede, alias ‘de Grijze’. De Goede is momenteel in het nieuws als een van de hoofdverdachten in het Amsterdamse beursschandaal. Het Openbaar Ministerie beschuldigt hem van grootschalige witwasoperaties op de Amsterdamse beursvloer via anonieme coderekeningen van zijn investeringsmaatschappij de Mississippi Trading Company.
In 1990 vertegenwoordigt De Goede in Rusland, samen met een paar Britse zakenlui, de met Zuid-Afrika verbonden Dove Trading Company. Al vrij snel komen de gesprekspartners in de Russische hoofdstad tot een fantastische deal. Dove krijgt een krediet van 140 miljard roebel op een rekening van de Interregionale Commerciële Bank in Moskou. De Goede c.s. verplicht zich van zijn kant tot storting van 7,8 miljard dollar op een Zwitserse bankrekening om voor dat bedrag de Russische markt te bevoorraden. Daar staat tegenover dat de westerse weldoeners via een van de beruchte decreten van Jeltsin vergunning krijgen om met hun boterzachte roebels zonder bemoeienis van tussenpersonen en zonder belastingverplichtingen Russische olie, zeldzame metalen, schroot, ikonen en nog zo wat zaken op te kopen.
Om deze moderne versie van de Marshall-hulp in te dekken tegen onvoorziene omstandigheden, komen de partijen overeen dat zij gezamenlijk een hoeveelheid Russisch goud via het zwarte circuit van de hand zullen doen. Later blijkt 2000 ton goud te zijn verdwenen uit de kluizen van de Russische Centrale Bank. De oude communistische clan krijgt daar de schuld van.
Op 28 januari 1991 arriveert een Russische delegatie onder leiding van Jeltsins onderminister van Handel Vladimir Kozlov in Zürich voor de presentatie van de eerste boodschappenlijst aan De Goede en consorten. Daarop prijken onder meer Tampax-maandverband en diepvrieskuikens. Bij de ontmoetingen in hotel Savoy blijkt Dove Trading Company zich voor de uitvoering van de deal gelieerd te hebben aan de Amerikaanse New Republic Financial Group en de Nederlandse onroerend-goedmaatschappij NV Balaton.
Niet lang na deze conferentie barst de bom. De Russische media melden een internationaal complot om de roebel naar een vrije val te loodsen. De wildste verhalen doen de ronde. Er zouden massaal valse roebelbiljeten worden gedrukt. De extreem-rechtse nationalist Zjirinovski begint te roepen over een CIA-opzetje. Anderen beschuldigen juist weer de KGB.
Als de kruitdampen zijn opgetrokken, wordt het voor insiders langzaam duidelijk dat de hele onderneming van De Goede en kornuiten op zijn minst twee agenda’s had. De een behelsde het langs slinkse wegen vullen der eigen zakken en het witwassen van avontuurlijk verkregen kapitalen. De andere agenda betrof inderdaad een ging tot destabilisatie van de Russische economie, een operatie die werd begeleid door een aantal westerse geheime diensten. Dat valt althans te destilleren uit het verhaal van Leo Emil Wanta, directeur van de New Republic Financial Group en partner van De Goede in het duistere spel rond de roebel.
DE IN APPLETON, Wisconsin, geboren Wanta werkte naar eigen zeggen al sedert 1963 voor de Amerikaanse overheid in de schaduwwereld van misdaad en geheime diensten. Zo stond deze financiële expert op goede voet met generaal Vernon Walters, Nixons tweede man bij de CIA. In de jaren tachtig breidden Wanta’s heden zich uit naar de batterij obscure organisaties die vice-president Bush uit de grond had gestampt ten bate van 'ondergronds’ werk als het Iran/Contra-project.
Nog voordat De Goede zijn opwachting maakte op het Rode Plein, had Wanta daar als directeur van de New Republic Financial Group de route uitgestippeld die de groep internationale financiers zou volgen bij de aanval op de roebel. Dat het pionierswerk van de financiële whizzkid Wanta van hoog gehalte moet zijn geweest, bleek in december 1991, ruim een jaar na het roebelschandaal. Toen sloot hij namelijk opnieuw een uiterst gunstige deal met de Russische regering. Daarbij werd overeengekomen dat Wanta voedsel zou leveren in ruil voor olie. Er werden roebel- en dollarrekeningen geopend bij de Status Credit Bank in Singapore ten name van de Asian-Europe Development Ltd., die behoorde tot Wanta’s imposante, mondiale netwerk. Een ander bedrijf dat deel uitmaakte van het netwerk was het geheimzinnige AmeriTrust, namens welke Wanta zelf als directeur optrad. Dat beheerde volgens een opgave van Wanta maar liefst 250 miljard dollar, een kapitaal dat geparkeerd stond op een rekening in Zwitserland.
Begin jaren negentig werd Wanta ambassadeur van Somalië in Canada. In april 1993 werd hij Somalisch ambassadeur in Zwitserland. Begin juni 1993 kreeg Wanta in Zwitserland een seintje uit het Witte Huis om een belangrijke financiële transactie voor te bereiden die via Credit Suisse moest lopen. Zeventig miljard dollar moest van de AmeriTrust-rekening worden overgeheveld naar de Amerikaanse schatkist en 250 miljoen dollar naar de rekening van het Children’s Defence Fund, waarvan Hillary Clinton voorzitter was.
BEGIN JULI 1993 liet Vince Foster, juridisch adviseur van het Witte Huis, een kamer reserveren in hotel De la Paix in Genève. Op 7 juli meldde Foster zich aan de balie van het luxueuze hotel. Kort daarna arriveerde Wanta met een koffertje vol aandelen aan toonder. Hij overhandigde het aan Foster. Wanta kreeg een onverhandelbare bankcheque toegeschoven.
Diezelfde dag nog werd Leo Emil Wanta op verzoek van de Amerikaanse autoriteiten door de Zwitserse politie gearresteerd. Hij zou in de periode 1982-86 in de staat Wisconsin een belastingschuld hebben opgebouwd van veertienduizend dollar. De Somalische ambassadeur belandde in een Zwitserse cel en hoorde daar op 20 juli dat Foster dood was aangetroffen in een park met een pistool zonder vingerafdrukken in zijn hand. Gezelfmoord.
Wanta werd midden november 1993 vrijgelaten. Hij werd uitgewezen naar de Verenigde Staten. In Wisconsin werd hij wegens zijn belastingschuld in 1994 tot 22 jaar veroordeeld. Hij liet het er niet bij zitten, maar hield zijn mond over de affaires in Moskou en Genève. Tot september 1996. Toen schreef hij vanuit zijn detentie een brief aan Hillary Clinton. Hij maakte daarin gewag van 'short term notes’ die in het bezit zouden zijn van haar echtgenoot, en van de verkoop van goud waarbij het Internationale Monetaire Fonds betrokken zou zijn geweest. Verder wees hij op zijn rol bij de destabilisering van de roebel, die dankzij hem de Amerikaanse schatkist rond de 150 miljard dollar zou hebben opgeleverd. Aan het einde van de brief verzocht hij mevrouw Clinton ervoor te zorgen dat hij in vrijheid werd gesteld.
Begin januari 1997 liet het Witte Huis weten dat aan zijn zaak werd gewerkt. Een maand later werd Wanta vrijgelaten. Inmiddels zijn door de staat Wisconsin nieuwe beschuldigingen tegen hem ingebracht.
Bij het onderzoek naar de internationale deals van de Somalische ambassadeur zal ook De Goede, een van Wanta’s partners in Moskou, op de korrel zijn genomen. Het kan in dit verband nauwelijks toeval zijn dat hij in 1994 de coderekeningen van zijn Mississippi-groep afsloot. Of hij heeft geweten dat Wanta een dubbele agenda had, is de vraag. Maar hij had al in 1989, vóór de roebeloperatie op gang kwam, blijkbaar de nodige twijfels. Toen vroeg De Goede namelijk aan een Fiod-functionaris of zij niet konden samenwerken. Bij welk project werd toen niet duidelijk. Nu wel.