De golem van de technologie

Keer op keer blijkt dat het oude Europa een onweerstaanbare aantrekkingskracht op Amerikaanse kunstenaars heeft. En hoe geavanceerder de technische middelen, hoe groter kennelijk de behoefte aan een ‘authentieke’ bron.

Neem Steven Spielberg die na Jurassic Park de holocaust tot onderwerp nam, Steve Reich die in The Cave terugkeerde naar de grot in Hebron, of de computercomponist Richard Teitelbaum die bij een bezoek aan het graf van Rabbi Lowe in Praag in de ban raakte van de golem.
Volgens de legende was de golem een van klei geboetseerde pop die met magische formules tot leven werd gewekt en de joodse gemeenschap beschermde tegen pogroms. De golem van Rabbi Lowe groeide echter te hard en ontpopte zich tot een agressief monster. Teitelbaum ziet dit verhaal als een metafoor voor de dreiging die uitgaat van een zich steeds verder ontwikkelende technologie - een bekend gegeven in vele science-fictionfilms.
De interactieve opera Golem die vorige week in De IJsbreker werd opgevoerd, is, zeker naar Nederlandse begrippen, een sensationeel multi-mediaspektakel. Het publiek wordt bij binnenkomst al overdonderd: groene zwaailichten en explosieve, grommende elektronische klanken suggereren de dreigende sfeer van een noodtoestand. Het toneel is door een brandscherm diagonaal in tweeen verdeeld. Daarvoor bevinden zich de vocalisten Shelley Hirsch en David Moss, daarachter de instrumentalisten George Lewis (trombone) en Carlos ‘Zingaro’ Alves (viool), terwijl Teitelbaum daar weer achter op een verhoginkje bij zijn elektronische apparatuur zetelt. Het is dan ook niet alleen een multimediaperformance met een lichtshow en dia’s maar vooral ook een multi-dimensionaal spel.
De zangers zijn concrete personen, terwijl de musici vaak als schaduwen worden uitgelicht, die op hun beurt weer mengen met de beeldprojecties. Voor- en achtergrond lopen door elkaar heen en muzikaal vindt dat zijn pendant in de op elkaar gestapelde lagen van stem, instrumenten en elektronica. Ook heden en verleden zijn niet meer te scheiden wanneer David Moss een dialoog aangaat met traditionele klaagzangen op tape of het silhouet van de violist mengt met Hebreeuwse inscripties.
Een fascinerend schouwspel. En in muzikaal opzicht alleen al door de fenomenale improvisaties van Moss en Hirsch zeer de moeite waard. Beiden kunnen zulke extreme toeren met hun stem uithalen - Moss met zijn haast onmenselijk lage gebrom en Hirsch die alles bestrijkt tussen zwoele zang en kokette gilletjes - dat ze met z'n tweeen hoe dan ook de show stelen. Ingebed tussen de trombone- en vioolsoli en vermengd met de elektronische klanken ontstaat een compositie die zonder moeite een uur boeit.
Toch bekroop mij steeds de twijfel: is dit pretentieuze onzin of een ingenieus kunstwerk? Dat komt vooral doordat Teitelbaum het onderwerp zelf zo oppervlakkig uitwerkt. Hij beschrijft vier stadia: het cerebrale element, geillustreerd met dia’s van het Hebreeuwse alfabet, inscripties en symbolen; de anatomie van de mens aan de hand van rontgenfoto’s en lichaamsdelen - met absurde effecten zoals een paar blote benen bungelend over het scherm; mechanisatieprocessen, gesymboliseerd door voorbijrazende sinaasappels op de lopende band; en ten slotte de apocalyps, een zowel muzikale als visuele kortsluiting waar de vonken letterlijk en figuurlijk van afspatten, terwijl David Moss als verpersoonlijking van de golem volkomen doldraait.
De aankleding is weliswaar heel geraffineerd en tot in de puntjes verzorgd - en dan hebben we het nog niet over de computergestuurde piano die als een spookinstrument tegen het eind op eigen houtje begint te rammelen - maar de inhoud blijft wat simplistisch. Een expert op het gebied van technologie als Teitelbaum biedt toch geen nieuwe inzichten of een verrassende visie. Zo'n discrepantie tussen vorm en inhoud is wat onbevredigend, maar ondanks dat heeft niemand zich een moment hoeven te vervelen.