De gonspotentie

Natuurlijk kun je het een schrijver niet kwalijk nemen dat zijn boek wordt gehypet nog vóórdat het in de winkel ligt. Het is een Amerikaanse truc van literaire agenten en uitgevers: het gegons over een boek, of beter: de ‘gonspotentie’ van een boek, is minstens zo belangrijk als de kwaliteit ervan. Het ligt voor de hand dat een boek ‘gonspotentie’ heeft als dat het nieuwe meesterwerk van een bekende, goed verkopende schrijver is. Wat doe je dus als je het wilt laten gonzen over het boek van een onbekende schrijver? Heel simpel: je zegt dat het lijkt op een boek van een bekende, goed verkopende schrijver. Lees de prospectussen van Amerikaanse uitgevers en je ziet het direct. ‘Here Kafka meets Proust on a desert Island’, heet het daarin over een debuut. Of er staat iets in de trant van: ‘In this novel Simone de Beauvoir shakes hands with Alice Walker in a little town in the midwest.’

En omdat je weet dat veel geld altijd veel geld genereert, zorg je dat er in de krant duizelingwekkende bedragen worden genoemd. Voor dit boek is het hoogste voorschot ooit betaald! Nog nooit ving een debutant zoveel geld op voorhand! Het boek is voor een recordbedrag aan buitenlandse uitgevers verkocht! Het gaat om records, dat weet je, want records hebben gonspotentie.
In Nederland weet Vassallucci wat dat is, gonspotentie. De uitgeverij deed het eerst met het debuut van de Chinese schrijfster Lulu Wang. Dat zou lijken op de bekende, goed verkopende boeken van de Chinees-Amerikaanse Amy Tan. En, jawel, de roman werd voor een record aan het buitenland verkocht.
Nu gonst het rond het debuut van Elle Eggels, een Nederlandse schrijfster die schrijft met de Zuid-Amerikaanse flair van Isabel Allende. Verkocht? Voor een nog hoger record!
Het heeft iets merkwaardigs, literatuur die aan de man wordt gebracht met de leuze dat ze op iets lijkt. In feite is lijken op, althans erg veel lijken op, een negatieve kwalificatie als het om kunst gaat. Het wordt nog vreemder als je bedenkt dat de roman van Lulu Wang ‘lijkt’ op de boeken van Amy Tan die weer heel veel zouden weg hebben van die van Maxine Hong Kingston, en dat de roman van Elle Eggels 'lijkt’ op de bestsellers van Isabel Allende die aanvankelijk werden verkocht met het argument dat ze in niets onder deden voor de romans van Gabriel Garcia Marquez. De boeken van Wang en Eggels zijn, als je het gegons mag geloven, een kopie van een kopie.
En zulk soort vervaalde kopieën zijn merkwaardige boeken. Dan denk ik niet aan de thematiek, want een boek met gonspotentie gaat meestal over leven en dood, over goede tijden die vaak plaats moeten maken voor slechte tijden, over voorspoed en tegenslag. Ik denk aan de stijl. Het huis van de zeven zusters van Elle Eggels barst uit zijn voegen van de meest krankzinnige beeldspraak. Bloemrijk bedoeld, maar, om met Eggels te spreken, kreupel en onhandig als een oud vrouwtje dat haar stok kwijt is. Neem de eerste bladzijde. Daarin hangt de hitte 'als een beschonken kerel’ over de personages heen, likt de herfst aan het daglicht, hobbelt een vrouwenlach minutenlang over wollen draden, stuiteren woorden in een keel tot een vrouw bijna stikt, en moeten vrouwen zo snikken van het lachen dat het middenrif zich als een 'dweil in elkaar wrong’. De mooiste beeldspraak: 'Het glas schreeuwde van de pijn en de lach verschool zich in de kersenboom.’