Robert Peston, Brown’s Britain

De Gordon & Tony Show

Robert Peston

Brown’s Britain

Short Books, 384 blz., £ 9.99

Tijdens de eerste termijn van de regering-Blair onderging het ministerie van Financiën een grondige renovatie. De trans formatie van een Victoriaans labyrint naar een transparant 21ste-eeuws departementsgebouw zou zelfs zo grondig zijn dat de secretaris-generaal een plan had gemaakt om tijdelijk naar een nood gebouw aan de zuidoever van de Theems te verhuizen. Hij had buiten zijn baas Gordon Brown gerekend. Officieel heette het dat de minister van Financiën het te duur vond. De ware reden was echter dat Brown liever een paar jaar tussen drilboren, stofwolken en cementcentrifuges wilde zitten dan Tony Blair en zijn gevolg in Downing Street uit het gezichtsveld verliezen.

De rivaliteit tussen Blair en Brown is nu al ruim tien jaar lang een bron van inspiratie voor journalisten, jonge politici en makers van televisiedrama’s. Onlangs verscheen een herziene versie van het boek Brown’s Britain, een standaardwerk over de soap tussen de grondleggers van New Labour. Auteur is Robert Peston, een financieel journalist wiens analyses de beurskoersen kunnen laten dansen. Blairs spindoctor Alastair Campbell pleegde hem te begroeten met «Peston, you cunt». Geen wonder, want de sympathie van Peston ligt bij Brown, die hij beschouwt als de ware premier van het Verenigd Koninkrijk. Als New Labour een normaal bedrijf zou zijn, dan is Blair de non-executive chairman en Brown de managing-director.

Deze rolverdeling was in 1994 ontstaan tijdens het beroemde etentje bij Granita, een trendy maar inmiddels failliet restaurant in Noord-Londen. Hoewel Brown moreel gezien recht had op het leiderschap maakte hij plaats voor Blair, die beter lag bij het Londense journaille, de middenklasse en de kamerleden. Na twee regeringstermijnen zou hij het premierschap overdragen. Ter compensatie mocht Brown aan het stuur zitten. Dat heeft Blair geweten. Uit Brown’s Britain blijkt dat Blair soms geen idee had wat Brown en diens politieke adviseurs, zonder notulen te maken, zaten uit te voeren op Financiën.

De manier waarop Brown een blokkade opwierp tegen de door Blair bepleite toetreding tot de euro was tekenend. Een zorgvuldig uitgekozen journalist kreeg van de brownites materiaal voor een interview waarin met zoveel woorden moest staan dat Brown en niemand anders bepaalt wanneer het eiland rijp is voor de Europese munt. Brown was eventueel bereid om de journalist kort te ontmoeten voor wat sfeerelementen bij het «interview». Te elfder ure belde Browns woordvoerder vanuit de kroeg naar Blair om hem voor te bereiden op de publicatie. De premier was met stomheid geslagen, maar kon niets meer doen.

Brown vond de toetreding tot de euro te belangrijk om aan een raspoliticus als Blair over te laten. Dat gold ook voor het rentebeleid, dat Brown meteen had overgeheveld naar de Bank of England, zodat Blair zich daar evenmin mee kon bemoeien, zoals Margaret Thatcher graag pleegde te doen. Peston beschrijft hoe Blair enkele pogingen heeft ondernomen om onder delen van Financiën onder te brengen bij Algemene Zaken, een paar keer heeft overwogen om Brown te laten verhuizen naar Buitenlandse Zaken en trachtte zijn plaaggeest om te kopen, in casu het premierschap aan te bieden in ruil voor de euro. Niets hielp. Uiteindelijk heeft hij ervoor gekozen om zo lang mogelijk aan te blijven. Na hem de zondvloed.