Michael Winterbottoms film over de Tipton Three

De gozers van Guantánamo

De film Road to Guantanamo gaat over drie jonge Britse moslims die onschuldig vastzaten in het beruchte Amerikaanse gevangeniskamp. Tijdens een bezoek aan Amsterdam vertellen zij daarover. «Mensen vragen: heb je geen zin om gewoon Amerikanen te vermoorden?»

De «Tipton Three», drie jonge moslims uit Tipton (Birmingham) die van 2002 tot 2004 onschuldig vastzaten in het Amerikaanse gevangeniskamp op Guantánamo Bay, zijn nog altijd regular lads, aangename gozers die van popmuziek houden, graag naar Tom Cruise kijken en niet kunnen wachten tot de nieuwe _X-Men-_film gaat draaien. Maar tegenover hun liefde voor de Amerikaanse populaire cultuur staan haat, vernedering en marteling, eveneens van Amerikaanse makelij, waaraan ze in Guantánamo werden onderworpen.

Hun verhaal is vastgelegd in Road to Guantanamo, een nieuwe film van de Engelse regisseur Michael Winterbottom. Met een mix van echte en gespeelde beelden laat Winterbottom zien hoe de Tipton-jongens – Asif Iqbal (25), Ruhel Ahmed (24) en Shafiq Rasul (29) – tijdens een familiebezoek in Pakistan besloten naar Afghanistan te reizen om, naar eigen zeggen, de mensen daar te helpen in tijden van nood. De zucht naar avontuur van de jongens veranderde snel in een nachtmerrieachtige vlucht voor de Amerikaanse bommenwerpers. Over de aanval op Kandahar zegt een van hen: «Het was angstwekkend, alsof je in een film zat.»

Deze «film» was maar het begin. Ruhel, Asif en Shafiq belandden ook in Kaboel, Kunduz en Mazar-el-Sharif in het spervuur. Gekleed in sportieve, westerse kleding, onder meer van het merk Gap, gingen zij op in een niet-aflatende stroom van Afghaanse vluchtelingen. Op een gegeven moment, ergens in de woestijn, kwamen ze na een hevig Amerikaans bombardement terecht in een vrachtauto vol vluchtende Taliban-strijders. Het konvooi vorderde niet ver. De jonge Britten vielen in de handen van de Amerikanen die hen meteen voor bloeddorstige vechters en listige terroristen aanzagen.

De rest is Kafka vermengd met horror: blaffende honden die bijten in de inmiddels iconische oranje pakken van geketende gevangenen; lichamelijke en psychische aftakeling door het wegnemen van alle sensorische waarneming; wilde beschuldigingen en eindeloze verhoren door kettingrokende agenten van de cia en mi5. «Je sluit jezelf af», zegt Ruhel in de film, «je zegt tegen jezelf: dat ben ik niet.»

Maar dat waren zij wel degelijk. De hele wereld weet dat inmiddels, mede dankzij Winterbottoms briljante film. Met Road to Guantanamo slaagt hij er niet alleen in een journalistieke weergave van de gebeurtenissen te geven, ook weet hij de psychologische essentie te vangen van de relatie tussen onderdrukker en onderdrukte.

In een scène in de film doodt een Amerikaanse bewaker een gevaarlijke spin in een hok van een gevangene, zodat de beul in feite het leven van zijn slachtoffer redt. Shafiq: «We werden nooit vrienden met de bewakers, maar met sommigen kon je beter opschieten dan met anderen. Er waren echt bewakers die begrip hadden voor onze situatie, die zelf zeiden dat ze niet in Guantánamo wilden zijn. Maar omdat ze nu eenmaal in het leger zaten, hadden ze geen andere keus. Sommigen praatten urenlang met ons. Dat betekende dat ze directe bevelen negeerden. Ze hadden het ook moeilijk, maar ze waren in de minderheid. De meeste bewakers deden hun best om ons het leven zuur te maken.»

Heeft Guantánamo haat aangewakkerd?

Asif: «Dat heeft geen zin. Daarmee bereik je niets, behalve dat je jezelf gek maakt. Beter is positieve dingen te doen, om mensen bijvoorbeeld bewust te maken van wat er in Guantánamo aan de hand is.»

We zitten in een hotel in Amsterdam. De jongens ontbijten. Sinds Road to Guantanamo uitkwam worden de Tipton Three op straat herkend. De drie reizen door Europa om de boodschap van de film te verkondigen. En om met medewerking van Amnesty International aandacht te vestigen op het feit dat er nog altijd vijfhonderd mensen in Guantánamo vastzitten.

Shafiq: «We willen duidelijk maken dat deze gevangeniskampen illegaal zijn en een schending van de mensenrechten. Volgens Amerika zitten er harde terroristen vast, maar wanneer mensen ons ontmoeten, beseffen ze dat deze ‹terroristen› eigenlijk gewone mensen zijn.»

Het nieuws dat Amerika een rapport van de Verenigde Naties (VN) naast zich neerlegt dat stelt dat Guantánamo dient te worden gesloten ontlokt een mix van humor en ernst aan de rusteloze Ruhel. «Kijk», zegt hij plagerig, «ik vind dat de westerse landen een aanval op Amerika moeten uitvoeren, omdat dat land zich niets aantrekt van de VN. Immers, dat is ook wat Iran deed nadat de VN hadden opgeroepen tot het opdoeken van zijn atoomprogramma. Op grond hiervan wil Amerika nu Iran aanvallen. Nou ja, eerlijk is eerlijk, toch? Val Amerika aan, zou mijn advies aan Europa en Engeland zijn. Vorm een coalitiemacht tegen Amerika.»

Nu krijgen ook Ruhels vrienden de smaak te pakken. «Trommel Fidel Castro op!» zegt Shafiq gniffelend.

Maar op ernstiger toon: alledrie vinden ze dat Road to Guantanamo een soort van aanval op Amerika is. Shafiq: «De Amerikanen vinden dat de film vooringenomen standpunten verkondigt. Maar dat is beslist niet zo. Wat je ziet: zo werden we echt behandeld. Erger zelfs, om eerlijk te zijn. Hoe belachelijk dan, die verontwaardiging over het feit dat de film anti-Amerikaans is. Wat verwacht je: het zijn Amerikanen die ons tweeënhalf jaar lang hebben opgesloten. Mensen vragen: heb je geen zin om gewoon Amerikanen te vermoorden? Maar wat wij met de film hebben gedaan, is Amerika op een acceptabele manier aanvallen. De Amerikaanse regering heeft al gezegd dat zij niet wil dat de film daar wordt gedistribueerd. Gelukkig, want nu is er controverse, wat zal betekenen dat méér Amerikanen de film willen zien.»

Amerika. De populaire cultuur van dat land heeft het referentiekader van de jongens gekleurd. In de film refereert Asif bijvoorbeeld aan de sciencefictionfilm Back to the Future als hij het oranje Guantánamo-pak beschrijft. En tijdens ons gesprek blijkt dat ze alle drie graag naar Top of the Pops en Amerikaanse dramaseries als Lost kijken. Net als min of meer iedereen op aarde zijn ze de laatste dagen bovendien blootgesteld aan de hype rond de nieuwe film The Da Vinci Code, die ze graag willen zien. Behalve Asif, die zich tegen de film keert op grond van het feit dat «christenen er aanstoot aan zouden kunnen nemen».

Asif: «Maar we gaan nog steeds graag naar de bioscoop. Laatst zag ik Mission Impossible III met Tom Cruise. Wat een teleurstelling; de eerste Mission Impossible-_film is nog altijd de beste! Maar _X-Men: The Last Stand, ik kan niet wachten om dat te zien. Het punt is dat gewone Amerikanen ons niets hebben gedaan. Laatst zei een Amerikaanse vrouw op een bijeenkomst dat ze zich schaamt voor wat er met ons is gebeurd. Ze bood haar excuses aan.»

Shafiq: «Guantánamo heeft ons méér godsdienstig gemaakt. We werden omringd door moslims. Zij waren de enige mensen met wie we konden communiceren. Dan ga je nadenken. Eén van de dingen die de islam ons leert, is de waarde van geduld. We lazen de koran, in het Engels omdat het Arabisch voor ons te moeilijk was. De Amerikanen zeiden tegen ons: als je je baard afscheert, kun je naar huis. Dat vond ik belachelijk; ik kon het alleen verklaren door het feit dat zij ons, moslims, haten. Veel gevangenen in Guantánamo waren niet eens moslims, ze werden moslims. Ook hun werd verteld: als je geen moslim meer bent, kun je naar huis. Je gaat nadenken: waarom? Waarom wilden zij ons geloof met voeten treden? Zo word je toenemend behoudend, ga je meer en meer geloven. En dat is gek, want voorheen, in Engeland, waren we helemaal niet zo gelovig. We waren regular lads: we gingen vaak uit, we hadden vriendinnetjes. Nu is alles anders, niet alleen qua geloof, ook qua politieke bewustwording. We weten nu wat er in de wereld aan de hand is. Vroeger geloofden we alles wat we op het nieuws zagen. Dat is nu anders.»

Ruhel: «We gaan nog steeds uit. We kunnen nog altijd lachen en grappen maken. Maar nu zorgen we er bijvoorbeeld voor dat we op tijd bidden. We zien er ook anders uit. We hebben onze baard laten staan.»

Shafiq: «Toen we Road to Guantanamo voor het eerst zagen, konden we ook niet geloven dat dat allemaal was gebeurd. Het zal onmogelijk zijn dat te vergeten. Dat zal in ons hoofd blijven spoken. Maar aan het maken van de film hebben we qua verwerking veel gehad. Terug in Tipton hebben de mensen in ieder geval niets voor ons gedaan; we moesten alles zelf regelen.»

Want in Tipton, bleek al gauw, stonden de inwoners niet te springen om de drie te verwelkomen. Volgens de jongens verschilt de houding van hun plaatsgenoten niet eens zo veel van die van de Amerikanen in Guantánamo. Asif: «In Tipton zijn er drie gemeenteraadsleden van de British National Party (een politieke partij die zich regelmatig schuldig maakt aan racistische uitlatingen – gk). Terwijl we in de gevangenis zaten, begon de bnp een haatcampagne tegen ons. Toen we werden vrijgelaten, hingen ze buiten een pop op gekleed in een oranjekleurig Guantánamo-pak.»

Sindsdien is het alleen maar erger geworden. Niet alleen heeft de bnp bij de gemeenteraadsverkiezingen van drie weken geleden weer drie zetels gewonnen, ook is het verzet tegen de Tipton Three, juist van de kant van «gewone» mensen – christenen én moslims – zo gegroeid dat zij inmiddels elders in Engeland onderdak hebben moeten vinden.

Ruhel: «Onze vrienden, jongens met wie we naar school gingen, wisten wel dat wat er in de kranten stond, dat we terroristen waren, leugens waren. Maar de oudere generatie, zowel witte als Aziatische mensen, wilde ons weg hebben uit Tipton. Ze waren bang voor de gevolgen van onze aanwezigheid in de gemeenschap. Ze vreesden bijvoorbeeld aanvallen van de bnp.»

Ruhel, die voor de zoveelste keer is opgestaan en ergens anders is gaan zitten, smeert nog een broodje. Met snijdend cynisme mixt hij vervolgens een metafoor. Hij verwijst naar een reclameslogan voor mobiele telefonie en de iconische kleur van de Guantánamo-pakken, en zegt: «The future is bright, the future is orange.» l

Road to Guantanamo is vanaf 1 juni te zien