Het Migrantenmuseum

De grafsteen

Zijn dorpsgenoten hebben hem zo vaak vermaand. ‘Breek de traditie van onze voorouders niet’, smeekten ze hem. Maar hij hield vol. En zo kwam het dat op de grafsteen van Nurettin geen korantekst werd gegrift, maar een gedicht. En wel geschreven door Nurettin zelf.
De ziel zit soms met een opgekropt gevoel en schreeuwt het uit. Dit uitschreeuwen hebben de mensen de naam muziek gegeven. De ziel zit soms met een opgekropt gevoel, iets goddelijks grijpt in en laat de mensen verzen schrijven. Dit schrijven hebben de mensen de naam poëzie gegeven.
Na het ingrijpen van God heeft Nurettin dus op zijn grafsteen het volgende laten schrijven: ‘Ooit was ik een adelaar, zo zwart als het maar kan… De hele wereld vloog ik over, dat land vond ik dan… Water stroomde
daar in ontelbare rivieren, ontelbaar waren ook de gelukkigen die graasden in de weiden… Ook ik wilde mijn dorst lessen met het groene water, toen schoot de blonde man… Vriend en vijand, Nurettin ademde, maar was allang dood… Allah, stuur hem naar je hel, die blonde die mij in de vleugel schoot…’
Bij het Migrantenmuseum hoorden we van het bestaan van een dergelijke grafsteen. Ik vloog meteen naar de dichtstbijzijnde stad, nam daar de bus en kwam uiteindelijk in het dorp waar het graf van Nurettin ligt. Het waren de laatste dagen van april, het motregende, de adelaars vlogen in cirkels boven het graf van Nurettin. De mensen hadden niet eens de moeite genomen om de grafsteen van deze arme man netjes in de grond te stoppen. Hij stond scheef, zo scheef dat een deel van de tekst in de aarde was verdwenen.
Gelukkig ben ik niet zo naïef dat ik toestemming ging vragen van de familie om de grafsteen mee te nemen. De dorpelingen groeien op met verhalen over vreemdelingen die schatten vinden in hun grafplaatsen. Als ze zo’n man tegenkomen die enige gelijkenis vertoont met de schatzoeker van hun verbeelding slaan ze het hoofd van de man met een bijl in tweeën om even later te constateren dat in de tas van de vreemdeling toch geen schat van goud zat.
Ik huurde dus een auto, parkeerde om twee uur in de ochtend bij de grafplaats van het dorp, sloot mijn oren voor het gezang van de doden, rukte ondanks mijn hernia de steen uit de grond, zette die in de bagagebak van de auto en drukte op het gaspedaal. Nurettins botten onder de modderige grond moeten op dat moment voor het eerst sinds lang enige warmte hebben gevoeld.
De grafsteen gaf ik in een haven mee aan de kapitein van een schip dat naar Rotterdam voer. Ik vertelde hem dat de grafsteen in een museum tentoongesteld zou worden. De kapitein geloofde me aanvankelijk niet, maar toen ik hem twee flessen whisky cadeau gaf, vertelde hij hoe verheugd hij was met zijn bijdrage voor het Migrantenmuseum.
Drie weken later meerde het schip in Rotterdam aan. We brachten de grafsteen meteen dezelfde dag naar het Migrantenmuseum in Amsterdam. De vreugde bij iedereen was immens toen ik de steen ondanks mijn hernia naar binnen droeg die dag.
Ik hoor dat de familie van de man van het gedicht op zoek is naar de grafsteenjatter. Hen heb ik een brief geschreven en uitgelegd dat de grafsteen namens alle gastarbeiders die Nederland zijn uitgezet in het Migrantenmuseum dient te staan. Ze schreven me terug dat ze ontzettend blij zijn dat ze familie zijn van een man van wie de grafsteen in een museum in Europa tentoongesteld wordt. Hun vreugde en trots zouden alleen maar toenemen als ik hen in hun dorp zou opzoeken, schreven ze.
Ik ben gelukkig niet naïef. Ik weet dat ze dromen van een geschikte plek voor de grafsteendief op de begraafplaats van hun dorp. Zo dicht mogelijk bij het graf van Nurettin.
Nee, wij van het Migrantenmuseum blijven uit de buurt van het dorp van Nurettin. Een man die als een adelaar in het beloofde land was geland en in zijn vleugels is geschoten door een genadeloos jagende politieman. Zou die nog in leven zijn? Zou hij het Migrantenmuseum al hebben bezocht? En zou hij weten dat adelaars niet makkelijk te verslaan zijn? Je kunt een adelaar in de vleugel schieten, maar zijn gedicht vindt toch wel een manier om terug te komen.