De grap van sokal

Postmoderne denkers maken graag gebruik van natuurwetenschappelijke termen en modellen. Tot ergernis van Alan Sokal en Jean Bricmont, twee fysici uit respectievelijk Amerika en(België. Een gesprek met een tweetal dat de wereld der postmodernen in rep en roer bracht.

‘NIEMAND WAS IN HEM. Achter zijn gelaat en achter zijn woorden, die weelderig, fantastisch en opgewonden waren, zat niet meer dan een beetje kou’, schrijft J.L. Borges over Shakespeare. Zo ongeveer luidt ook de beschuldiging van Alan Sokal en Jean Bricmont aan het adres van een reeks Franse postmoderne denkers. De beide natuurkundigen vinden het onaanvaardbaar dat respectabele intellectuelen spreken van zwarte gaten of niet-euclidische ruimten zonder de zaken duidelijk te definiëren en zonder aan te geven waarom die dure woorden per se nodig zijn. Met die intellectuelen bedoelen ze 'postmoderne’ grootheden als Gilles Deleuze, Jacques Derrida, Félix Guattari, Luce Irigaray, Jacques Lacan, Bruno Latour, Jean-François Lyotard, Julia Kristeva, Jean Baudrillard, Michel Serres en Paul Virilio.
In hun boek Intellectueel bedrog: Postmodernisme, wetenschap en anti-wetenschap, dat in 1997 voor het eerst in het Frans uitkwam en dat in november in het Nederlands verschijnt, omschrijven ze hun bedoeling als volgt: 'Ons doel is te tonen dat de keizer naakt is (en de keizerin ook). (…) Meer in het bijzonder willen we een “deconstructie” brengen van de heersende gedachte dat bepaalde teksten moeilijk horen te zijn omdat de ideeën die ze bevatten zo diepzinnig zijn. In veel gevallen zullen we aantonen dat indien de teksten onbegrijpelijk lijken, dat alles te maken heeft met de uitstekende reden dat ze inderdaad niets betekenen.’
HET BEGON ALLEMAAL met een grap. Een paar jaar geleden grasduinde Alan Sokal in het oeuvre van een aantal postmoderne auteurs. De aperte nonsens die hij daar vond verbaasde hem zozeer dat hij besloot iets te ondernemen. In een experiment dat hij zelf onorthodox want onwetenschappelijk noemt, lijmde hij verschillende - 'helaas authentieke’ - citaten van toonaangevende postmoderne intellectuelen aan elkaar en stuurde het resultaat naar het in postmoderne kringen populaire tijdschrift Social Text. Het ongelooflijke gebeurde: onder de titel Transgressing the Boundaries: Toward a Transformative Hermeneutics of Quantum Gravity werd de tekst in het zomernummer van 1996 integraal gepubliceerd.
Sokal: 'Ik ben op het idee van de parodie gekomen door het boek van Paul Gross: Higher Superstition: The Academic Left and its Quarrels with Science. Toen ik het in handen kreeg, vermoedde ik aanvankelijk dat het weer zo'n rechts boek was over de overname van de universiteiten door linkse professoren. Maar toen ik het las, ontdekte ik iets heel anders: een bepaalde, nogal heterogene groep academici doet bijzonder denigrerend over de mogelijkheid van de wetenschap om kennis over de wereld te verzamelen en houdt er een verward begrip van wetenschap op na.
Ik ging naar de bibliotheek om de teksten op te zoeken die Gross bekritiseerde. Tot mijn verbazing ontdekte ik dat Gross gelijk had. De teksten waren zo slecht als hij had beweerd. Ik vond zelfs teksten die nóg beroerder waren. Maar wat moest ik aan met mijn dossier van slechte teksten van Franse en Amerikaanse intellectuelen?
Ik besloot een parodie te schrijven waarin de ongerijmdheden die ik had gevonden, aan elkaar werden geregen. Dus verzon ik een nonsens-argumentatie om de citaten aan elkaar te lijmen. Terwijl ik de parodie schreef, realiseerde ik me dat ik de tekst ook als een experiment kon gebruiken. Ik zou het naar een tijdschrift kunnen sturen zonder erbij te zeggen dat het een parodie was en vervolgens de reactie afwachten.’
Bricmont: 'Ik dacht echt dat het nooit gepubliceerd zou worden!’
Sokal: 'Ik dacht dat er vijftig procent kans was, maar toen het echt verscheen was ik toch verbaasd.’
WAT GEBEURDE er toen u openbaar maakte dat het om een grap ging?
Sokal: 'Het debat dat losbarstte was veel heftiger dan ik had kunnen voorspellen. Helaas richtte de kritiek op het boek in de Franse pers en in The London Review of Books zich op stellingen die we niet verdedigden. Regelmatig vraagt men ons of de menswetenschappen dan geen recht hebben op een andere methode dan de natuurwetenschappen. Natuurlijk! We hebben nooit het tegendeel beweerd! Zelfs binnen de fysica gebruikt niet iedereen dezelfde methode.’
Bricmont: 'Ik raakte bij het boek betrokken omdat ik al langer een zeker onbehagen voel over de verwarde manier waarop er gepraat wordt over bijvoorbeeld de chaostheorie. Het praten over dingen zonder te zeggen wat ze echt betekenen, is in de Franse traditie gemeengoed geworden. Het is zonder meer nodig vraagtekens te plaatsen bij een stijl van argumenteren vol obscure termen en wetenschappelijk jargon, die enkel gebruikt worden om de lezer te imponeren en zelfs te intimideren.
Neem bijvoorbeeld Jacques Lacan, die schijnbaar allerlei interessante wiskundige modellen gebruikt. Maar welbeschouwd kun je nauwelijks van modellen spreken, hij gebruikt enkel wiskundige termen. Hij stamt nog uit de structuralistische periode, toen mensen snel geïmponeerd werden door formaliseringen. Maar het is allemaal niet echt wetenschappelijk. Lacan geeft wel formules, maar geen argumenten die aantonen waarom de wiskunde relevant is voor een beter begrip van de menselijke psyche. Als mijn critici me vervolgens verwijten dat ik niets begrijp van de rol die de wiskunde in het lacaniaanse systeem speelt, dan moet ik antwoorden dat de wiskunde onmogelijk een psychoanalytische rol kán spelen, wat Lacan ook beweert.’
Zijn filosofen pedante manipulatoren?
Sokal: 'Je mag niet veralgemeniseren. Zelfs degenen die we aanvallen, zijn onderling heel verschillend. Wij vallen enkel hun misbruik van de wiskunde en de fysica aan. Dat bewijst dat ze minstens in een gedeelte van hun werk nonsens verkondigen, dat ze zichzelf en de lezers voor de gek houden over wat ze wel en niet begrijpen. Wat betekent dat voor de rest van hun werk? Dat blijft een open vraag. Wij beweren niet dat dit aantoont dat de rest van hun oeuvre slecht of nonsens is. Maar het doet wel vragen rijzen. Als bekend wordt dat een politicus geld heeft ontvreemd, dan rijzen er automatisch vragen over wat hij in eerdere functies heeft gedaan.’
HOE REAGEERDE de oppergod van het postmodernisme, Jacques Derrida, op de 'affaire-Sokal’?
Sokal: 'Derrida is geen doelwit in ons boek. Slechts één keer heb ik in de parodie verwezen naar een bijzonder amusante uitspraak van hem over de relativiteitstheorie. Maar verder hebben we ons strikte beperkingen opgelegd. We wilden geen haarkloverijen, we wilden geen mensen aanvallen die toevallig één keer iets geks over wetenschap hebben beweerd. Ons doelwit waren de auteurs die systematisch ideeën uit de wiskunde en de fysica foutief gebruiken. Derrida doet dat niet.
Toch heeft hij een artikel in Le Monde geschreven waarin hij ons aanvalt. Maar dat stuk bevat nauwelijks argumenten. Dat schreven wij ook: “Wij hebben geen behoefte te antwoorden op de argumenten van Derrida, omdat hij er geen geeft.” Opmerkelijk is verder dat de aangevallen auteurs nauwelijks hebben gereageerd.’
Bricmont: 'Julia Kristeva is een uitzondering. Haar reactie in Le Nouvel Observateur was interessant. Ze vroeg zich af waarom we haar aanvallen en waarom we zo anti-Frans zijn. Maar wij hebben absoluut niets tegen haar persoonlijk, enkel haar obscure jargon staat ons tegen. Over het “axioma van existentie” schrijft ze ergens “zoals bekend”. Maar wie kent dat? Ik ken het niet, Sokal kent het niet, mensen die wiskunde hebben gestudeerd kennen het niet. In haar reactie schrijft Kristeva dat ze jong was en in haar bed lag met koorts toen ze de tekst schreef. Ze voegt eraan toe dat ze nooit een wiskundige is geweest. Fijn. Maar waarom schrijft ze dan een tekst vol hogere wiskunde? Zelfs de studenten wiskunde aan de universiteiten zijn niet thuis in de wiskunde waarnaar zij verwijst. Ik vond het allemaal een beetje komisch. Eerst schrijft ze allerlei dingen over hogere wiskunde, daarna komt ze vertellen dat ze geen wiskundige is!’
Sokal: 'Een van de kritieken was dat wij net als schoolmeesters punten uitdelen. Die analogie is vals, want op school ben je verplicht bepaalde dingen te leren. Maar niemand heeft Kristeva gedwongen om de hogere wiskunde aan te roepen in een boek over poëtisch taalgebruik.’
Bricmont: 'In The London Review of Books stond dat we naïeve wetenschappers zijn die denken dat de sociale wetenschappen net als de fysica te werk zouden moeten gaan, wat we absoluut niet hebben gezegd. De essentie van de kritiek op ons was dat klare taal in de natuurwetenschappen een goede zaak is maar dat ze in de menswetenschappen onnodig is. Dat is toch ongelooflijk beledigend voor mensen die actief zijn in de menswetenschappen!’
SOMS LIJKT HET er sterk op dat u de 'postmodernen’ verwijt dat ze gedepolitiseerd zijn.
Sokal: 'Ik zal u een voorbeeld geven. Veel artikelen in postmoderne kringen gaan over het “postmoderne lichaam”. Bij die artikelen vraag ik me af of het daarin nog wel om concrete, maatschappelijke vragen gaat. Als je het toch over het lichaam hebt, waarom onderzoek je dan bijvoorbeeld niet in welke mate vrouwen toegang tot de gezondheidszorg hebben? Postmoderne teksten zijn vaak heel abstract; tegelijk is het niet duidelijk waarover de auteurs precies spreken. In veel domeinen van de wetenschap gaat het er abstract aan toe, maar meestal kun je op z'n minst zeggen wat het onderwerp precies is: DNA, rotsen, dinosauriërs.’
Een populaire bewering van het postmodernisme is dat de tijd van de grote verhalen voorbij is. Beschouwt u de exacte wetenschappen als een van de grote verhalen die overeind is gebleven?
Sokal: 'De zogenoemde grote verhalen waren soms overgewaardeerd. Het marxisme claimde een wetenschappelijke theorie van de menselijke geschiedenis te zijn, maar bleek heel wat minderomvattend. Tijdens de Verlichting werd de wetenschap soms overschat. Wetenschap betekent veel dingen: een wereldbeeld, een methode, een geheel van kennis over één domein, de wetenschappelijke gemeenschap, de technologie. Die verschillende betekenissen werden vroeger vaak verward, ook door verdedigers van de wetenschap. Er werden beloften gedaan die niet werden waargemaakt, zoals bijvoorbeeld dat de wetenschap tot enorme vooruitgang zou leiden. In een bepaalde zin is dat wel zo. De levensverwachting in Europa en de Verenigde Staten is bijvoorbeeld enorm gestegen. Aan de andere kant heeft de wetenschap ons ook de middelen gegeven om elkaar efficiënter uit te roeien. Wetenschappelijke vooruitgang leidt vaak tot technologische vooruitgang, maar dat laatste leidt niet noodzakelijk tot morele vooruitgang.
Is wetenschap een groot verhaal? Ik zou niet zo'n grootse taal gebruiken. We hebben een paar honderd jaar geleden één ding geleerd: heilige teksten zijn geen betrouwbare bron om tot kennis van de wereld te komen. Een betrouwbare manier om iets over de wereld te weten te komen is ernaar te kijken en veronderstellingen experimenteel te onderzoeken.’
ZOUDT U ZICHZELF positivisten willen noemen?
Bricmont: 'Wat bedoelt men daarmee? Ik denk dat de hele discussie draait om het methodologisch dualisme: het feit dat de menswetenschappen en de natuurwetenschappen een andere methode gebruiken. Maar daarom hoef je nog niet te pleiten voor een “terugkeer naar de oorspronkelijke freudiaanse tekst”, zoals Lacan doet. Niemand in de fysica zal je aanraden terug te keren naar de letterlijke uitspraken van Newton of Einstein. Lacans theorie bevat weinig duidelijke uitspraken, maar dat komt volgens hem omdat hij het over de “symbolische orde” heeft. Fijn. Maar zelfs áls er iets als een symbolische orde zou bestaan, dan nog moet je toch duidelijk maken wat dat precies betekent. Wat bedoelt iemand als hij zegt “het onbewuste is gestructureerd als een taal”? Hoe check je dat?’
Waar heeft u in het debat het meest moeite mee?
Sokal: 'Soms word ik beschuldigd van een rechts ideeëngoed. Ik word zelfs vergeleken met een extreem-rechtse Amerikaanse televisiefiguur. Maar het verwijt dat ik rechts ben, is niet zelden een excuus om niet te hoeven argumenteren. Ik wist dat die beschuldiging zou komen. Ik wist ook dat mijn parodie misbruikt kon worden door de rechterzijde om te beweren dat alle mensen aan de linkerzijde onnozel zijn. Maar in alles wat ik schrijf en zeg, maak ik duidelijk dat ik enkel heb geprobeerd links te ondersteunen.’
Bricmont: 'Van mij wordt eveneens gesuggereerd dat ik tot de rechterzijde behoor. Tijdens een congres in Vlaanderen werd ik “rechts als de pest” genoemd. Maar waar haalt men de evidentie voor dergelijke beweringen toch vandaan?’
Zie verder over de affaire-Sokal: http://www.physics.nyu.edu/ faculty/sokal/papers.