Weinig rapporten maakten bij verschijnen zo’n verpletterende indruk als dat van de Club van Rome, nu vijftig jaar geleden. Het rapport van een groep systeemwetenschappers van het Massachusetts Institute of Technology, dat de titel De grenzen aan de groei kreeg, gaf de eerste systeemanalyse van de toekomst van de planeet. Met behulp van de rekenkracht van de computer kwamen zij tot scenario’s van de problemen waar de wereld op de lange termijn mee geconfronteerd zou worden. De conclusie: de mensheid put de aarde uit; oneindige groei op een eindige planeet is een onmogelijkheid.

Het rapport is vijftig jaar later nog steeds een begrip. Het joeg het milieubewustzijn aan en is nog steeds een ijkpunt in het klimaatdebat. In 1972 was de alarmerende waarschuwing dat de mens zijn eigen voortbestaan op het spel zet nieuw, maar de gepolariseerde reacties die de toekomstscenario’s opriepen, zouden in de decennia daarna een constante vormen. Voor de een waren ze een wake-upcall, voor de ander paniekzaaierij en hysterie van doemprofeten. Evengoed was het rapport het beginpunt van het debat over de vraag of ongelimiteerde economische groei het probleem of juist de oplossing was van de milieuproblematiek.

Toen Jaap Tielbeke vorig jaar met het idee kwam een diepgravend verhaal te maken over het rapport van de Club van Rome was de redactie dan ook meteen enthousiast. Hierbij ging het om veel meer dan een journalistieke terugblik, om stilstaan bij actuele geschiedenis: het debat over de klimatologische ramp waar we op afkoersen heeft in de afgelopen jaren alleen maar aan urgentie gewonnen. De lessen van De grenzen aan de groei zijn vijftig jaar later nog steeds van kracht.

Juist Nederland was ontvankelijk voor de boodschap van de Club van Rome

Met trots presenteren we ‘Over de grenzen aan de groei’, het langste verhaal dat De Groene Amsterdammer ooit in zijn geschiedenis publiceerde. Al is het opgesplitst in vier hoofdstukken, want met een hink-stap-sprong gaat Jaap Tielbeke, aan de hand van vier jaartallen, door de geschiedenis en laat hij zien hoe politici, bestuurders, intellectuelen en burgers zich door de milieuproblematiek lieten inspireren en hoe ze wegkeken, het probleem bagatelliserend of erop vertrouwend dat nieuwe technologie wel voor oplossingen zou zorgen.

Het afgelopen jaar dook Jaap Tielbeke in de archieven, las hij de relevante rapporten en boeken en sprak hij met betrokkenen, onder wie de wetenschappers die de systeemanalyses uitvoerden en het eerste rapport van de Club van Rome en de follow-ups daarvan schreven. Het is een indrukwekkende reconstructie geworden van de totstandkoming en de ontvangst van De grenzen aan de groei en het decennialange debat dat erop volgde over hoe de mens zich tot de planeet moet verhouden.

Opvallend daarbij is dat juist Nederland ontvankelijk was voor de boodschap van het rapport van de Club van Rome; van de pocketeditie ervan zouden hier 250.000 exemplaren worden verkocht. Ook in de politiek viel het rapport in vruchtbare aarde. pvda-leider Joop den Uyl en d’66-oprichter Hans van Mierlo vonden elkaar in het denken over de toekomst van de progressieve politiek waarin het Grote Nieuwe Probleem, dixit Van Mierlo, de kern vormde. In de gesprekken die gevoerd werden in wat de commissie-Mansholt is gaan heten, naar oud-landbouwminister en Europarlementariër Sicco Mansholt, ging het al diepgaand over hoe de ecologische problematiek verbonden kon worden met een rechtvaardige verdeling van welvaart, zowel in eigen land als internationaal. De ideeën die toen werden geformuleerd zouden zo omhelsd kunnen worden door Lilianne Ploumen en Jesse Klaver, als programma voor hun politieke samenwerking.

En het ging toen al over kanttekeningen bij ongebreidelde economische groei, die volgens Den Uyl vooral tot overmatige consumptie leidt en die, belangrijker, ‘niet gelukkiger maakt en het gezamenlijke belang in de weg staat’. Het is een denkwijze die tegenwoordig steeds vaker opduikt: het grensdenken leeft weer.

PS: Op groene.nl zijn reacties op ‘Over de grenzen aan de groei’ te lezen van een aantal deskundigen