De Griek heeft het gedaan

We zien de terugkeer van een van de vervelendste termen uit de eurocrisis, schreef de Frankfurter Allgemeine Zeitung deze week: ‘het Griekse huiswerk’.

Medium commentaar griek

Griekenland moet zijn huiswerk doen en de buitengrenzen beter bewaken. Slaagt het er op korte termijn niet in de vluchtelingenstroom in te dammen, dan wordt het uit de Schengenzone gegooid, liet de Duitse minister van Binnenlandse Zaken maandag weten.

Helaas voor Duitsland – en Europa – is het niet alleen de retoriek die een comeback maakt. Ook de eurocrisis zelf lijkt terug van misschien wel nooit weggeweest. In Portugal heeft de nieuwe linkse regering haar eerste begroting opgesteld. Daarin wordt een aantal bezuinigingsmaatregelen teruggedraaid. Of Europa dat zal accepteren is de vraag. Ondertussen krijgt ook Spanje mogelijk een coalitie van sociaal-democraten en Podemos, de jonge anti-austerity-partij. Dan is er nog Italië, waar de gematigd linkse premier Renzi steeds minder zin lijkt te hebben om zich naar de liberale Brusselse mode te schikken. En natuurlijk Griekenland. De komende tijd moet de regering-Tsipras, tegen de wil van de bevolking en veel van haar eigen leden in, de pensioenen versoberen.

Er is één groot verschil met voorgaande jaren. Maar dat is geen geruststelling: de oppositie tegen ‘Brussel’ komt niet langer uitsluitend uit Zuid-Europa, ook de Oost-Europese landen zijn aan het muiten geslagen. Niet uit onvrede met de economische koers, maar uit weerzin tegen het Europese vluchtelingenbeleid. Met als gevolg dat na de euro nu ook die andere pilaar onder de Europese samenwerking, het vrije verkeer van personen en goederen, dreigt af te brokkelen.

Zo ziet de Europese landkaart er op dit moment uit: de zuidelijke landen kleuren rood, Oost-Europa kiest voor rechts-populistisch, met hier en daar al bruine plekken. Ingeklemd daartussen ligt een Duitsland dat het ook allemaal niet meer weet, Frankrijk waar het Front National op de poorten van de macht bonst, terwijl steeds meer Britten er helemaal tussen uit willen knijpen. En natuurlijk, in het stralende middelpunt van deze dreigende ramp: Nederland. De EU-voorzitter waarvan de premier heeft aangekondigd dat hij alle problemen ‘fris en eigentijds’ te lijf wil gaan. ‘Europa heeft nu geen behoefte aan grote visies.’

Je zou zeggen dat precies dat geboden is. Een meesterlijk plan, bijvoorbeeld in de richting waar centrale bankier Mario Draghi laatst op hintte. Hij merkte terloops op dat de Europese migratie-aanpak eigenlijk een vorm is van keynesiaans stimuleringsbeleid. Het dwingt de rijke, noordelijke landen geld uit te geven. Het verschaft werk aan duizenden hulpverleners, taalleraren en bouwvakkers die voor nieuwe woningen moeten zorgen.

Vooralsnog lijkt Europa terug te grijpen op een heel andere ‘oplossing’. Eentje die maar al te bekend voorkomt.

Toegegeven, er zijn mensen die beweren dat de vluchtelingencrisis veel groter is dan Griekenland. Die menen dat Syrische of Eritrese oorlogsvluchtelingen net zo goed via Italië of desnoods Rusland naar Europa zullen komen. Die vinden dat de Griekse eilandbewoners een Nobelprijs voor de Vrede verdienen, omdat ze elke dag zonder morren een aantal vluchtelingen ontvangen waarvoor ze in Heesch de dode varkens in de boom hijsen. Die erop wijzen dat ook de andere lidstaten hun afspraken niet nakomen. Van de 160.000 vluchtelingen die over Europa verdeeld zouden worden, zijn er pas enkele honderden daadwerkelijk verhuisd. Van de miljoenen die zijn toegezegd voor opvang ‘in de regio’ in Afrika, Syrië en Turkije is slechts een fractie binnen.

Onzinnige bezwaren natuurlijk. Dit is Europese crisispolitiek, les 1: wat er ook gebeurt, geef altijd de Grieken de schuld.