Griekenland probeert overeind te blijven

De Griekse hefboom

Europese banken en overheden klagen over het dreigende faillissement van Athene. Misschien kan er onder leiding van Alexis Tsipras iets veranderen. ‘Zoals het er nu voorstaat, gaat Griekenland rechtstreeks naar de hel.’

Afgelopen week hebben Griekse spaarders wederom gezamenlijk een miljard euro van hun bankrekeningen opgenomen en in oude sokken gestopt. Als het land terugkeert naar de drachme hebben zij tenminste een financiële buffer. Intussen sluizen Griekse reders en andere grootverdieners miljarden euro’s naar het buitenland. Niet alleen in Griekenland, ook elders in Europa neemt de vrees voor een uittrede van het land uit de eurozone hand over hand toe. Toch kan die vrees wel eens de belangrijkste, zo niet de laatste diplomatieke hefboom blijken te zijn waarover het geteisterde Griekenland nog beschikt.

Sinds de parlementsverkiezing van 6 mei verkeert het land in een politieke schemerzone. De uitslag leverde geen werkbare meerderheid op. Partijen konden het niet eens worden over het bezuinigingsbeleid dat Athene sinds 2009 voert onder toezicht van de zogenaamde trojka van het imf, de Europese Centrale Bank en de Europese Commissie. De herkansing op 17 juni wordt opnieuw een referendum over dat bezuinigingsbeleid. En de grootste partij die het afwijst, de Coalitie van Radicaal Links (afgekort Syriza), staat wederom op winst. In de peilingen scoort Syriza tussen de twintig en 27 procent van de stemmen, genoeg om straks de premier te leveren. Maar het is zeer de vraag of Syriza een regering kan gaan vormen, aangezien geen enkele andere grote partij bij benadering dezelfde standpunten inneemt. Mocht er toch een soort gedoogconstructie ontstaan waarin Syriza de leiding heeft, dan wordt een rechtstreekse confrontatie met de publieke en particuliere schuldeisers van Griekenland onvermijdelijk. Het is lang niet zeker dat die laatsten dan de geldkraan zullen dichtdraaien zoals ze momenteel dreigen te doen. Maar ook als dat niet gebeurt, zal er over de positie van Griekenland in het Europese bestel opnieuw, en fundamenteler dan voorheen, moeten worden onderhandeld.

Toch is Syriza geen anti-Europese partij. ‘We zullen er alles aan doen om Griekenland in de eurozone en in de Europese Unie te houden’, verklaarde partijleider Alexis Tsipras vorige week categorisch op cnn. Om er in één adem aan toe te voegen: ‘Maar het bezuinigingsbeleid moet van tafel en over aflossing van de Griekse schuld moet opnieuw worden onderhandeld. Zoals het er nu voorstaat, gaat Griekenland rechtstreeks naar de hel.’ Tsipras weet dat zijn uitspraken in investeerderskringen op een goudschaaltje worden gewogen. En hij beseft dat Griekenland zijn schuldpositie kan gebruiken in onderhandelingen met de trojka; het is de enige serieuze troef die zijn partij straks in handen heeft.

De Europese overheden, banken en particuliere schuldeisers klagen steen en been over het dreigende faillissement van Athene, maar ze willen absoluut niet dat de Grieken uit de euro of zelfs uit de Europese Unie stappen. In dat geval zouden ze op korte termijn miljardenverliezen moeten incasseren die weer zouden leiden tot verdere bezuinigingen in eigen land, reddingsoperaties voor kantelende banken, slinkende economische groeiverwachtingen en bovenal hernieuwde speculatie tegen de euro. De dramatische gevolgen voor de eurozone als Griekenland eruit zou stappen interesseren hem niet veel, zei Tsipras op cnn, al benadrukte hij fijntjes dat hij het eens is met bondskanselier Angela Merkel dat beleggers in dat geval met verdubbelde energie zullen gaan speculeren tegen Italië, Spanje en andere ‘zwakke’ eurolanden.

Wat hem vooral dwars zat, zei hij, was de te verwachten verdere tweedeling van Griekenland als het land uit de eenheidsmunt stapt. ‘De armen zullen dan opgescheept zitten met waardeloze drachmen, de rijken zullen alles kunnen blijven kopen dankzij hun euro’s.’ Tsipras wil in de eerste plaats de modale Griek beschermen tegen verdere aanslagen op zijn uitgeholde levenspeil door een zo groot mogelijk deel van de Griekse schuldendruk te verplaatsen naar de ‘rijke’ eurolanden en de banken. In andere interviews herinnerde hij aan een uitspraak van Keynes: ‘Als je de bank vijfduizend pond schuldig bent, is dat jouw probleem. Maar als je de bank vijftigduizend pond schuldig bent, heeft de bank een probleem.’

Die laatste uitspraak laat zien waaraan Tsipras zijn populariteit dankt. Hij is 37 jaar jong, slank en aantrekkelijk, hij spreekt uit het hart en verplaatst zich zoals zoveel jonge Grieken op een kekke motorfiets, maar de Grieken zijn momenteel niet bijster geïnteresseerd in de vraag welke politicus de ideale schoonzoon zou zijn. Daarvoor staat er te veel op het spel. Doorslaggevend is dat Tsipras het spel zo hard wil spelen als veel Grieken graag zouden zien, en dat hij zich opwerpt als woordvoerder van een ‘morele meerderheid’ die de bezuinigingen radicaal afwijst. ‘We willen geen strijd tussen de volken van Europa’, is de mantra die hij in elk interview herhaalt: ‘Dit is een strijd van volken tegen het kapitalisme, tegen de mondiale bedrijven, de bankiers, de grote fondsen en profiteurs op de beurzen. Wij Grieken zijn slechts de proefkonijnen voor hun bezuinigingsbeleid.’

Na de eerste verkiezingsronde wilde Tsipras zelfs een brief aan ‘Brussel’ schrijven waarin hij alvast namens het Griekse volk het lopende internationale leningenpakket van 130 miljard euro en de bijbehorende verplichtingen opzegde. Zo heet wordt de soep zelfs in Athene niet gegeten. Het dagblad Ekatimerini zette de partijstandpunten nog eens op een rijtje en rekende voor dat zo’n brief hooguit zou worden onderschreven door de neonazi’s van de Gouden Dageraad-partij (21 zetels) en door een paar marxistisch-leninistische splinters, een pornopartijtje en andere grappenmakers die de kiesdrempel niet haalden. Met de andere grote partijen valt momenteel over praktisch alles te onderhandelen, maar over dat internationale steunpakket nu juist niet.

Als klap op de vuurpijl blijkt uit opiniepeilingen dat een stabiele meerderheid van tachtig procent van de Grieken in de euro wil blijven. De Franse socialist Laurent Fabius, die als aanhanger van de kersverse president Hollande niet onsympathiek staat tegenover sommige eisen van Syriza, waarschuwde op de radio dat ‘als de Griekse kiezers in de euro willen blijven, ze niet moeten stemmen op partijen die hen op termijn uit de euro laten stappen’. Als een toekomstige premier Tsipras zijn hand overspeelt en de Europese regeringsleiders Griekenland geen andere keuze laten dan uittrede uit de euro, dan kon de sympathie voor Syriza wel eens snel verdampen.

Ook in andere opzichten rekent Syriza zich waarschijnlijk te rijk. De partij pleit onder meer voor opheffing van de Navo en beëindiging van de wapenwedloop tussen Griekenland en Turkije, die beide landen opzadelt met een tweemaal zo hoog militair budget als andere Navo-lidstaten. De Europese wapenleveranciers van Griekenland – Duitsland, Groot-Brittannië en Frankrijk – zullen dat met lede ogen aanzien. Syriza wil bovendien dat Griekenland geen gebruik meer maakt van (geïmporteerde) atoomstroom en zijn energieverbruik systematisch verduurzaamt, een beleid dat forse investeringen vereist waarvoor het geld voorlopig toch echt ontbreekt.

Een bijkomend probleem is dat Syriza als beweging niet erg stabiel is. Het is weliswaar geen ‘stel halve criminelen die openlijk steun betuigen aan gewelddadige anarchisten’ zoals Bildzeitung begin dit jaar schreef. Die uitspraak vond Syriza beledigend genoeg om een rechtszaak tegen de krant aan te spannen. Maar een feit is dat de samenstellende delen van de coalitie heterogeen en stuk voor stuk ook nog eens recht in de ecologische, antikapitalistische dan wel anarchistische leer zijn. Tsipras’ eigen partij Synaspismos, die de coalitie grotendeels draagt, is zelf een amalgaam. Synaspismos ontstond eind jaren tachtig uit een lijstverbinding van twee communistische splinters, de Moskou-getrouwe Communistische Partij en de eurocommunistische beweging Grieks Links. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie zuiverde de eerste zichzelf zowel organisatorisch als electoraal aan flarden. De overgebleven eurocommunisten kwamen, net als hun Italiaanse geestverwanten, allengs in sociaal-democratisch vaarwater terecht. Ze vulden de uitgedunde gelederen aan met milieuactivisten en linkse studenten, onder wie Tsipras.

Electoraal zweefde de beweging jarenlang rond de vijf-procentgrens. Maar sinds een nieuwe fusie met diverse ecologische groeperingen in 2004 en vooral sinds het uitbreken van de eurocrisis in 2009 heeft de coalitie de wind in de rug. Syriza heeft 52 van de driehonderd zetels in het Griekse parlement. Bij de komende verkiezing kunnen dat er zeventig of meer worden. Alleen de rechts-liberale Nea Dimokratia is momenteel met 108 zetels een slag groter. Op lokaal niveau is Syriza de derde partij van Griekenland. Tsipras zelf, die jarenlang in de gemeenteraad van Athene zat, is het bewijs dat Syriza wel degelijk bestuurlijke verantwoordelijkheid wil dragen. Maar Tsipras’ sterkste bondgenoten in de strijd tegen de pan-Europese bezuinigingswoede bevinden zich buiten Griekenland.

Dat zijn de voortrekkers van de ‘Generatie Normaal’, zoals de Britse politiek commentator Peter Beaumont hen heeft gedoopt: mannen en vrouwen die niet geïnteresseerd zijn in electorale blingbling en goede relaties met mediabonzen, bankiers en captains of industry, maar in democratische legitimiteit en een beleid dat de belangen van de hard werkende, belasting betalende middenklasse verdedigt. Beaumont noemt naast Tsipras in de eerste plaats François Hollande, die zijn presidentschap begon met een vrijwillige salarisverlaging en de aankondiging dat er in Europa niet verder bezuinigd moet worden als daar geen groei tegenover staat. Hij verwijst ook naar de Duitse socialiste Hanne­lore Kraft, die Merkel een bloedneus bezorgde in de recente deelstaatverkiezing in Noordrijn-Westfalen. En naar de eerste vrouwelijke Deense premier, Helle Thorning-Schmidt (45), wier Europese agenda veel overeenkomsten vertoont met die van Hollande. Langzaam maar zeker nadert de dag dat zelfs Angela Merkel naar hen zal moeten luisteren.