Menno Hurenkamp

De grijze brij

Er is wat met jongeren. Dat zal u, als ex-jongere, niet ontgaan. Ze weten niet meer wie Alexander de Grote was, of Jacob Cats, of Herman van Veen. Ze dansen in hun blootje voor internetcamera’s. Ze gieten in een weekend honderd pils naar binnen. Er is de grootstedelijke jeugd die zich kapot verveelt, er is de provinciale jeugd die zich kapot drinkt. De hoogopgeleide jeugd wordt door de universiteit heen gejaagd en de laagopgeleide jeugd wordt van het vmbo afgejaagd. Er is de jeugd in het stadscentrum die meer geld te besteden heeft dan een eenvoudige stukjesschrijver verdiende met zijn eerste baan. En er is de jeugd in de buitenwijken die bij wijze van speelruimte een bunker zonder stoelen als traktatie van de overheid moet zien.

De jeugd radicaliseert of verdomt. Er zijn de groepsverkrachtingen en de zwervende straatkinderen zonder paspoort. En dan is er nog het vooruitzicht van onbetaalbare huizen en een quarterlife-depressie op je dertigste. Dit alles blijft maatschappelijk niet helemaal zonder gevolgen. Jongeren zijn nauwelijks lid meer van de vakbond of van politieke partijen. Ze kijken nauwelijks meer naar publieke televisiezenders. Hun beloning is een onderwijsstelsel dat bol staat van onrust, onzekerheid en ontevredenheid. Met onwerkelijk grote scholen, richtingloze universiteiten en gefrustreerde docenten. Een stelsel dat als enige voorspelbare boodschap nog afgeeft dat een mens moet werken of moet leren. Waardoor het op je vijfde tijd is voor je eerste proefwerk.

En dan nu pvda en cda over hun centrale thema van de verkiezingen: vergrijzing.

Sinds Marcel van Dam als de Iggy Pop van de eigenbelangeneerstbeweging der verontwaardigde babyboomers opdook om het de pvda lastig te maken over fiscalisering van de aow – het grootste onrecht sinds we Indië moesten opgeven! – draaien de twee partijen die het vermoedelijk na de verkiezingen met elkaar uit moeten zoeken opgewekt om de grijze brij heen. Zorgt het toenemende aantal 65-plussers voor meer of minder overheidsinkomsten? Ze werken niet en dat levert dus niks op. Maar ze betalen tegelijkertijd wel belasting over hun pensioen. En daar verdient de overheid dus weer aan. Kunnen we straks de ziekenhuisbedden nog betalen die de oudjes gaan bezetten? Moeten we de pensioenen niet zus of zo? En het rendement daarvan, zetten we dat op drie of vier procent? Jaja.

De politieke leiders van de grote politieke partijen zijn geen van allen ouder dan vijftig. Dat is een niet eerder vertoond unicum. Jan Marijnissen is 54 en de oude man van Den Haag. De gemiddelde leeftijd van een Nederlands partijleider is 44 jaar. Zijn deze groene blaadjes echt allemaal zo bevreesd voor de horden bejaarden die trillend – van woede, van ouderdom of omdat ze net gehoord hebben wat Marcel van Dam verdient? – naar de stembus lopen? Of komt er nog wat verstandigs op de agenda? En dan niet weer een «rijkscommissaris voor de jeugd», zoals de afgelopen jaren de lpf’er Steven van Eijck dat was. Aan nog meer «verantwoordelijkheden van de provincie naar wethouders overhevelen» hebben we niks. Het moet gaan over «onderwijs in de grote stad»: wat verwachten we van scholen in die buitenwijken waar we allemaal zo de mond van vol hebben? En wat hebben we over voor die verwachtingen? Snel graag, want jong duurt korter dan oud.