Verwarde-mensen-hype

De grip kwijt

Het probleem begint met de definitie van verwarde personen: wie vallen hier allemaal onder? En zijn de harde maatregelen die politie en overheid willen inzetten tegen deze personen nodig?

Medium hh 70239767
Een man wordt zijn huis uitgezet door ­deurwaarder en politie © Annemiek Mommers / HH

2018 dreigt het jaar van verwarring te worden. De politie gaf daarvoor de aftrap. ‘Verwarde mensen doden meer mensen dan terreur’, zei de Rotterdamse korpschef Frank Paauw eind vorig jaar. Een paar dagen later werd het vuurtje nog verder opgestookt door Erik Akerboom van de nationale politie: ‘We lijken wel het nationale opvangcentrum voor personen met verward gedrag.’

Bijna dagelijks halen voorvallen met verwarde personen het nieuws. Soms gaat het om ernstige zaken, vaak om onschuldige incidenten. Op 11 februari van dit jaar werd een verwarde man aangehouden op verdenking van het stichten van een autobrand. Diezelfde dag werd een verwarde man opgepakt omdat hij griezelige dingen had gezegd over de Turkse ambassade. Een paar dagen daarvoor had een verwarde man zijn inboedel met veel bombarie op straat gegooid in Den Haag. Diezelfde dag stierf in Waddinxveen een verwarde man terwijl hij werd geslagen door de politie. Soms zijn verwarde mensen onruststokers, soms zijn ze slachtoffers.

Ernstige incidenten zetten de toon van het debat. Tijdens Koninginnedag 2009 reed een man met zijn Suzuki Swift in op een feestvierende menigte. Politie en media zochten toen nog aftastend naar de juiste karakterschets voor de dader. Het werd een ‘verward-gefrustreerde eenling’. Toen vijf jaar later oud-politica Els Borst van het leven werd beroofd was de dader inmiddels een herkenbaar type: de verwarde man. Tussen 2009 en 2014 raakte ‘de verwarde persoon (m/v)’ verankerd in de collectieve verbeelding van ons land. Belangrijkste reden: de toename van politiemeldingen. In 2011 begon de politie met het registreren van zogeheten E33-meldingen: ‘overlast door een verwarde/overspannen persoon’. Dat jaar registreerden zij 40.094 meldingen. Op 27 februari van dit jaar werden de cijfers van 2017 gepresenteerd: 83.501 meldingen, een stijging van maar liefst 108 procent.

In de media is inmiddels het beeld ontstaan dat ons land wordt geteisterd door grote groepen verwarde individuen. Elsevier waarschuwde onlangs nog voor de ‘grote toename’ van verwarde personen. Het Algemeen Dagblad zag het aantal moorden door verwarde personen stijgen. In Het Parool was te lezen hoe Amsterdamse rechters steeds vaker verwarde personen in de beklaagdenbankjes ontmoeten. De website GeenStijl karakteriseerde de angst eerder al op onnavolgbare wijze: ‘Het wordt een soort Walking Dead hier maar dan met doorgebrande hersenstammetjes in plaats van zombies.’ Een horrorscenario dus. Mensen in Nederland worden bang gemaakt met een schimmig angstbeeld. Politie en overheid vinden harde maatregelen nodig. Is dat de oplossing?

In 2015 tuigden de ministeries van vws en (toen nog) Veiligheid en Justitie een speciaal team op – het zogenaamde ‘aanjaagteam Verwarde Personen’ – met als doel het vinden van een ‘sluitende aanpak’ rond de problematiek met verwarde personen. Inmiddels is dat team opgevolgd door het ‘schakelteam Personen met Verward Gedrag’ onder leiding van vvd-politicus Onno Hoes. Op 1 oktober van dit jaar zal het schakelteam zijn conclusies ontsluiten.

Het kabinet maakte in 2016 bekend dat jaarlijks dertig miljoen euro extra zou worden vrijgemaakt voor de ‘aanpak’ van verwarde mensen. Definitieve invulling daarvan wordt weliswaar pas in oktober wereldkundig gemaakt, maar uit tussentijdse rapporten van zowel aanjaag- als schakelteam blijkt dat die zal passen in het ideologisch stramien van de eerdere vvd-kabinetten. Het individu staat centraal – het is een ‘persoonsgerichte aanpak’ – en de oplossingen moeten komen uit de gemeenten. Concreet wordt ingezet op alternatief vervoer voor verwarde mensen (de ‘psycholances’ in Amsterdam en Eindhoven) en verbetering van meldpunten en lokale opvang. Op 1 maart 2018 werd bekend dat verwarde mensen overal in Nederland een crisiskaart kunnen ontvangen om bij zich te dragen. Op zo’n kaart staat wat omstanders moeten doen als een verwarde persoon op straat onrust veroorzaakt. ‘Wanneer (een verwarde persoon) in contact komt met jou, weet je welke hulp geboden moet worden’, verklaarde Hoes in het radioprogramma Spraakmakers. ‘Er staan allemaal persoonlijke gegevens op de kaart die je anders niet weet.’

De definitie van verwarring die aanjaagteam en schakelteam hanteren lijkt opzettelijk vaag. ‘Het gaat om mensen die grip op hun leven (dreigen te) verliezen, waardoor het risico aanwezig is dat zij zichzelf of anderen schade berokkenen.’ Deze brede groep is vervolgens verdeeld in subcategorieën die variëren van ‘mensen die geen last veroorzaken maar wel persoonlijk leed kennen’ tot ‘mensen met een strafrechtelijke titel die (forensische) zorg nodig hebben’. Die onderverdeling, waarbij persoonlijk leed tot de minst zorgwekkende categorie behoort, verraadt dat het beleid van de overheid is geboren uit angst voor verwarring als potentieel maatschappelijk ontwrichtende kracht. Zelfs leden van het schakelteam zijn niet tevreden over het begrip. Toon Walraven, lid van het schakelteam, zegt daarover: ‘Ik ben niet blij met de term. Slechts in een klein deel van de gevallen is het woord “verwarring” ook daadwerkelijk van toepassing.’ Niemand weet wie verwarde mensen zijn of wat ze mankeren. Tegelijkertijd zetten verschillende partijen – politie, overheid, ggz – de term naar believen in.

De keuze voor de term ‘verwarde persoon’ is vanuit het perspectief van de politie begrijpelijk. Het is een elegante manier om te navigeren tussen medicalisering en criminalisering. De persoon in kwestie krijgt het voordeel van de twijfel: iemand die verward is kan immers ook weer ontwarren. Maar in de praktijk is het een label voor mensen ‘in een soort niemandsland tussen ggz-instellingen die niet de juiste zorg kunnen bieden en politie en justitie die geen strafrechtelijk onderzoek kunnen instellen’, aldus psychiater Joost à Campo in een uitzending van kro’s televisieprogramma De monitor.

Verwarrende definities roepen niet alleen vragen op – bestaan er überhaupt mensen die nooit de grip op hun leven dreigen te verliezen? – maar nodigen ook uit tot complottheorieën. Op rechtse nieuwssites en internetfora wordt gesuggereerd dat de term door politie en overheid wordt ingezet om potentieel terroristische incidenten in de doofpot te stoppen. Elders op het internet wordt juist beweerd dat witte mensen sneller als verward worden bestempeld dan geweldplegers met een niet-Nederlandse achtergrond.

Dat het gebruik van de term behoorlijk selectief is, bleek wel toen in december 2017 een man met een Palestijnse vlag de ruiten insloeg van een joods restaurant in Amsterdam. De politie sprak in eerste instantie van een verwarde persoon. Onno Hoes, chef schakelteam, sprong toen in de bres om te zeggen dat ‘dat gewoon iemand (is) die een criminele activiteit ondergaat’. Hij vervolgde: ‘We moeten wat zorgvuldiger zijn met mensen verward te noemen. Veel mensen waar we het nu over hebben zijn gewoon criminelen. Dat is heel wat anders dan mensen met verward gedrag.’ Een verwarrende uitspraak, want dat is op geen enkele wijze af te leiden uit de definitie die door zijn eigen team wordt gehanteerd. Een verwarde persoon met grip op een vlag is blijkbaar geen verwarde persoon.

‘De discussie rond verwarde mensen is inmiddels gegijzeld door de term.’ Bauke Koekkoek, crisisdienstverpleegkundige en lector psychiatrische zorg, vindt dat de redelijkheid moet terugkeren in een oververhit debat. Koekkoek nam daarom de cijfers van de politie grondig onder de loep. Sinds de vorming van de nationale politie zijn die voor het eerst landelijk beschikbaar. ‘De cijfers laten een veel diverser beeld zien dan dat er alleen gevaarlijke psychotische mannen rondlopen’, merkt hij op. De zogenaamde ‘E33-meldingen’ door de politie hebben bijvoorbeeld maar voor een klein percentage betrekking op mensen met een psychische stoornis. Andere verwarde personen zijn mensen met een verslaving, een verstandelijke beperking, dementie of ander ontwrichtend gedrag. Ten opzichte van de overige groepen is alleen de groep met dementie in de laatste jaren gegroeid.

‘We leven in een tijd waarin mensen met afwijkend gedrag onmiddellijk verdacht zijn’

Wanneer de politie in ons land een melding krijgt, kan het dus gaan om een bejaarde die even de weg kwijt is, een gefrustreerde drugsverslaafde, iemand met ernstige sociale problemen of iemand die acute psychiatrische zorg nodig heeft. Een bont gezelschap. Te bont voor één noemer. Landelijk worden meer meldingen geregistreerd, maar Koekkoek laat zien dat daaraan allerlei oorzaken ten grondslag kunnen liggen: ‘Misschien bellen burgers door alle media-aandacht sneller de politie. En het is waarschijnlijk dat de politie zelf ook strenger is gaan registreren.’

Het beeld dat er steeds meer verwarde personen zijn in Nederland is volgens Koekkoek ontstaan omdat in verslaggeving bij ieder incident stelselmatig de stijging van politiemeldingen wordt genoemd. ‘Mensen vergeten dat het gaat om aantallen meldingen, niet om personen. Het kan goed zijn dat bepaalde personen door herhaalde meldingen voor plaatselijke stijgingen zorgen.’ Ook over de oorzaken van de toename van meldingen bestaat onduidelijkheid. ‘Veel mensen geloven dat de toename van meldingen komt door een tekort aan opvangplaatsen en het aantal bedden in de ggz. Als je het verder analyseert zie je dat de stijging van het aantal meldingen voor hooguit tien procent verklaard wordt door de daling van het aantal bedden.’

Jacobine Geel, voorzitter van het bestuur van GGZ Nederland, noemde het fenomeen verwarde personen in 2017 voor het eerst een hype, waarin ‘mensen met zeer verschillende problemen en kwetsbaarheden tot dezelfde groep worden gerekend met de gedachte dat er één oplossing moet worden gezocht’. Bauke Koekkoek sluit zich daarbij aan. ‘Verwarde personen vormen eigenlijk een restcategorie’, legt hij uit. Hij ziet dat een groeiende groep mensen in de laatste jaren in sociaal-economisch zwaar weer is geraakt. Die groep vindt eerder de weg naar de politie dan naar hulpverlening. ‘Het zijn mensen onder aan de samenleving die in een periode van individualisering en verharding zijn achtergebleven. Om het oneerbiedig te zeggen: een groep mensen is in het afvoerputje terechtgekomen.’

Koekkoek zet harde cijfers tegenover schimmige angstbeelden. De term verwarde personen is een vergaarbak van definities en diagnoses. Volgens Koekkoek is het enige wat ‘verwarde mensen’ met elkaar gemeen hebben dat zij niet kunnen meekomen in de huidige prestatiemaatschappij en daarmee op de een of andere manier voor onrust zorgen. Daarom pleit hij in zijn boek Verward in Nederland (2017) voor een structurele public health-benadering, gericht op preventie. Zo’n benadering zou zich richten op brede maatschappelijke thema’s zoals het voorkomen van misbruik in de jeugd, economische ongelijkheid, sociale uitsluiting en stress. Maar Koekkoek maakt zich geen illusies. ‘Dat zou een totaal andere politieke aanpak vergen’, zegt hij nuchter. Op de vraag of de hype rondom verwarde personen niet ten minste heeft bijgedragen aan het op de kaart zetten van een probleem, antwoordt hij: ‘Misschien. Maar de vraag is of het niet meer kwaad dan goed heeft gedaan.’

‘Angst voor verwarring past bij een samenleving die steeds zenuwachtiger wordt van onvoorspelbaarheid en disruptie’, zegt Karlijn Roex. ‘Nederlanders worden steeds minder tolerant voor onvoorspelbare ontmoetingen in de publieke ruimte.’ Roex is als sociologe verbonden aan het Max Planck Instituut in Keulen. Daarnaast is zij oprichtster van Spreekuur 89 – een collectief dat opkomt voor mensen die tegen hun wil met de ggz in aanraking komen. Ze werkt aan een boek over de discussie omtrent verwarde personen, ze maakt zich ernstige zorgen over de gevolgen van de hype en ziet vooral de gevaren van het gebruik van de term.

‘In plaats van verwarde personen op een menselijke manier aan te spreken en te helpen, ontstaat al snel het idee dat professionals moeten worden ingeschakeld: zorgverleners, procesregisseurs – mensen die de orde komen herstellen’, beweert Roex in een cafeetje in Amersfoort. ‘We leven in een tijd waarin mensen met afwijkend gedrag onmiddellijk verdacht zijn. Dat is een recente ontwikkeling.’

De angst voor verwarde personen groeit, ziet Roex, terwijl de definitie almaar breder wordt. In 2015 besloot de overheid niet langer te spreken over ‘verwarde personen’ maar over ‘personen met verward gedrag’. ‘Op het eerste gezicht lijkt dat een positieve ontwikkeling – minder stigmatiserend – maar er is ook een keerzijde: iedereen is nu potentieel verward.’

Roex vertelt over een vrouw die onlangs bij haar aanklopte voor hulp. ‘Die mevrouw had een heel zware echtscheiding achter de rug. Haar ex probeerde voogdij over de kinderen te krijgen en had haar mishandeld. Ze had veel verdriet en huilde veel in huis. Daarop belde een buurman de politie. Die troffen haar overstuur aan en hebben haar toen naar een inrichting gebracht. Dat is nu twee keer gebeurd. Inmiddels staat zij bij de politie bekend als een “verwarde persoon”. Ze schaamt zich en voelt zich niet meer serieus genomen. Zij zegt: “Stel, ik word belaagd en beroofd op straat en ik raak daarvan overstuur, dan sluiten ze mij misschien weer op.” Deze mevrouw was voortdurend bang in haar eigen woning – voor de buurman, voor de politie. Uiteindelijk raakte de vrouw dakloos.’

De overheid legitimeert volgens Roex met het gebruik van de slecht gedefinieerde term controversiële standpunten en beleid. Ze struikelt bijvoorbeeld over het voorstel van het schakelteam om naast bestaande meldpunten een landelijk telefoonnummer op te zetten waar burgers verward gedrag zouden kunnen melden. ‘Hoe voorkom je dat zo’n meldpunt een soort kliklijn wordt waar je familieleden of buren kunt aangeven?’ vraagt ze zich hardop af. Het zelfbeschikkingsrecht van mensen met het label ‘verwarde persoon’ komt steeds verder onder druk te staan.

Begin vorig jaar presenteerde Edith Schippers, toenmalig minister van Volksgezondheid, de zogenaamde observatiemaatregel. Daarmee wilde zij het mogelijk maken om verwarde personen drie dagen op te nemen voor observatie door zorgverleners, zonder dat daarbij behandeling zou plaatsvinden. Ook wilde ze patiënten kunnen dwingen om medicatie in te nemen en zorg te accepteren. Vanuit de ggz kwam protest. GGZ Nederland, het Landelijk Platform GGZ (het huidige mind) en de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie kwamen met een gezamenlijke verklaring. Zij noemden de maatregel ‘een ernstige inbreuk op iemands fundamentele recht op vrijheid’. Ook het College voor de Rechten van de Mens was ontzet: ‘Vanuit mensenrechtenperspectief baart de observatiemaatregel zorgen.’

De maatregel sneuvelde uiteindelijk in de Tweede Kamer. Maar volgens Roex gaat de praktijk van preventieve opsluiting ondertussen gewoon door. ‘In feite was de observatiemaatregel niets meer dan een poging om een stevigere juridische basis te geven aan bestaande praktijken. Ik ken gevallen waarbij verwarde mensen tot wel 24 uur in een politiecel hebben vastgezeten voordat ze überhaupt door een psychiater konden worden gezien. We hebben het dan over mensen die niks strafbaars hebben gedaan.’

Voorlopig ziet het er niet naar uit dat de hype op korte termijn zal overwaaien. Nederland lijkt bijzonder gehecht aan de verwarde zondebok. Suggestieve cijfers en uitspraken voeden het angstbeeld. Ondertussen zijn kwetsbare mensen de dupe van het roekeloze gebruik van een verwarrend begrip. Karlijn Roex is onverbiddelijk. ‘De uitwassen van neoliberaal beleid en toenemende regulering – armoede en verdriet – worden met de term verwarde personen geïndividualiseerd en gedepolitiseerd.’ Zij ziet het gebruik van de term dan ook als meer dan hype alleen. ‘Het mag niet zo zijn dat de politie en overheid macht naar zich toetrekken door het gebruik van een al te vage term die op vrijwel iedereen van toepassing is. Daar lijkt het nu wel op.’