De groeibriljant

Diep in de drugshandel, hoog op de opsporingslijsten en nog steeds vrij. Zelfs met goedvinden van justitie. Hoe doet Fouad Abbas dat? Het antwoord ligt niet in Den Haag, maar in Washington en Wiesbaden
REGEREN KAN niet meer, althans niet op justitie, zo bleek afgelopen donderdag bij het laatste kamerdebat over de IRT-enquête. Als uitvloeisel van de hele affaire - inclusief justitiële drugslijnen, corruptiekanalen en knetterende gevallen van incompetentie die aan het licht kwamen - worden nu welgeteld twee rechercheurs vervolgd. Een paar dubieuze dienders doen een stoelendansje en trekken zich vervolgens terug op hun goudgerande rechtsposities.

In opsporingsland heerst intussen de grootste verwarring. Officieren van justitie gooien het op een akkoordje met mondiale drugsmakelaars, interne voorschriften en internationale verdragen worden met gemak omzeild. Sinds kort is de Nederlandse fiscus bijvoorbeeld een kleine twee miljoen gulden rijker. De gulle gever is de 57-jarige Pakistaan Fouad Abbas, directeur van de dekmantelfirma TTS Diamonds in Antwerpen en volgens zijn voormalige onderwereldrelaties en bronnen bij de Nederlandse en Belgische justitie de ‘grootste drugsdealer van Europa’.
Abbas kwam in 1992 in beeld bij het onderzoek naar de Femisbank, die door het Octopus-syndicaat van Johan 'de Hakkelaar’ werd gebruikt om honderden miljoenen guldens aan drugsgeld wit te wassen. Volgens een getuige koesterde De Hakkelaar zijn Pakistaanse centrifuge als een 'goudmijn’. Omdat Abbas ook voor eigen rekening in hasj en heroïne handelde, loopt er in België een grootscheeps onderzoek tegen hem. Sinds 1994 is een internationaal aanhoudingsbevel voor hem van kracht. Dat betekent dat Abbas moet worden gearresteerd zodra hij zich in Nederland vertoont. Een en ander weerhield de Amsterdamse officieren van justitie M.R. Witteveen en F. Teeven er echter niet van om Abbas een uiterst comfortabele kroongetuige-deal aan te bieden.
TOEN HIJ IN augustus 1995 contact zocht met justitie, verkeerde Abbas in grote moeilijkheden. Hij had zich jarenlang kunnen handhaven dank zij connecties in de hoogste Belgische kringen, maar de autoriteiten die hem gewoonlijk de hand boven het hoofd hielden - met name de chef van de Antwerpse drugsopsporing, Willy van Mechelen - zaten zelf in de problemen. Bovendien werd Abbas achtervolgd door zijn schoonfamilie, die hem met de dood bedreigde omdat hij zijn vrouw had ingeruild voor de babysitter van een van zijn werknemers en zijn schoonbroers voor een astronomisch bedrag had opgelicht. En tot overmaat van ramp had hij dat internationale aanhoudingsbevel aan zijn broek.
Het Amsterdamse parket keek in zijn scoringsdrang niet verder dan de luttele verdenkingen die in Nederland tegen Abbas waren opgesteld. De overeenkomst is onvoorstelbaar coulant. Abbas heeft een geschat vermogen van honderd miljoen dollar. Dat wordt door zijn broer beheerd in Singapore, waar de voornaamste dekmantelfirma’s van het Octopus-syndicaat zaten. Verder bestaat het vermoeden dat hij een deel van zijn vermogen heeft ondergebracht bij de Taj Mahal-groep van tycoon Donald Trump, die volgens financiële analisten in 1994 op 'miraculeuze wijze’ aan een faillissement ontsnapte. Maar Abbas moest slechts een naheffing van 1,8 miljoen gulden voldoen en een belastende verklaring afleggen tegen de Octopus-leiding, die toch al grotendeels in de gevangenis zat, om van vervolging in Nederland gevrijwaard te zijn. In hun uitleg schrijven de officieren doodleuk dat Abbas naar eigen zeggen 'geen grote handelaar’ was.
De Centrale Toetsingscommissie (CTC), die over dit soort overeenkomsten moet adviseren, reageerde geprikkeld. In zijn beschikking oordeelde commissievoorzitter J.M. Jansen dat het transactiebedrag 'bijzonder laag’ is en dat de deal 'iedere proportionaliteit mist’. Maar de commissie ging toch schoorvoetend akkoord en op 24 april werd het contract getekend. Sindsdien zit het OM met een kat in de zak.
OVER ABBAS’ antecedenten is te weinig bekend om zijn hele misdaadverleden te reconstrueren, maar er zijn inmiddels zoveel feiten boven water gekomen dat de regeling op losse schroeven staat. De overeenkomst wordt namelijk automatisch ongeldig als Abbas niet 'de waarheid, de hele waarheid en niets dan de waarheid’ blijkt te hebben gesproken. Daarnaast dreigt er een geschil tussen Nederland en België over de verdere vervolging van Abbas. En de Belgen hebben alle reden om verontwaardigd te zijn.
Belgische rechercheurs en voormalige zakenpartners omschrijven Abbas als de spil van de Pakistaanse drugshandel op Europa in de jaren tachtig. Hij beschikte over zulke hoge connecties in de Belgische justitiële en politieke top dat hij vele jaren aan vervolging kon ontsnappen. Verder zijn er aanwijzingen dat hij op zijn minst op de hoogte was van verschillende moorden. Sinds 1993 zoekt de Antwerpse justitie een van zijn naaste zakenpartners, de Surinaamse Nederlander Henk Orlando R., alias 'De Zwarte Cobra’, wegens een dubbele moord in Antwerpen. Daarnaast verklaart een vroegere koerier van Abbas onder ede dat zijn baas werd gechanteerd door twee Nederlandse hasjhandelaren en dat één van hen door het Octopus-syndicaat is vermoord.
Tijdens de laatste onderhandelingsronde van Abbas met justitie deed zich een bedenkelijk incident voor. De Antwerpse drugshandelaar Martin Swennen, die regelmatig voor Abbas en Van Mechelen had gewerkt, sloeg door en legde op 15 maart in Antwerpen tegenover twee Rotterdamse rechercheurs een verklaring tegen Abbas af. Swennen reisde vervolgens met een koffertje met voor Abbas uiterst belastende documenten naar Amsterdam, waar hij werd gehoord door officier van justitie Teeven. Op 15 april werd hij in een Amsterdams café doodgeschoten door een man die uitriep: 'Jij praat met de politie!’ Een week later tekende Abbas zijn deal met Justitie. Het kan toeval zijn, maar de moord op Swennen kwam hem bijzonder goed uit. Daar hij in Antwerpen diverse rechercheurs 'plat’ had, kon Swennens optreden als pentito vlot naar hem uitlekken.
Omdat Abbas zo lang bescherming genoot, rijst de vraag of hij wellicht samenwerkte met de Amerikaanse Drug Enforcement Administration (DEA), de overheidsdienst met het snelst groeiende budget, die in sommige regio’s beschikt over een efficiënter inlichtingennetwerk dan de CIA. Het zou niet de eerste keer zijn dat de DEA de Nederlandse justitie passeert. De supersmokkelaar Louis Stotijn, alias 'De Danser’, deed uit de doeken hoe hij de DEA in de jaren tachtig hielp om het agressieve handelsoffensief van de Columbiaanse kartels onder controle te brengen. De Franse zakenman Bosio werd door Economische Zaken opgescheept met drugs- en wapensmokkelaars van DEA-huize. Met de Amsterdamse hasjgroothandelaar Steve Brown en consorten hield de DEA zelfs strategische conferenties met opzichtig vertoon van lijfwachten en diplomatieke nummerplaten.
Volgens de Utrechtse strafpleiter mr. Piet Doedens, die het Octopus-lid Bertus K. verdedigt, wijst alles erop dat Abbas een soortgelijke functie vervulde. Doedens: 'Ik ga ervan uit dat hij door de Amerikanen is ingezet als een infiltrant die moest doorgroeien tot in de top van de werelddrugshandel - zeg maar een “groeibriljantje”. De levensbeschrijving die Abbas van zichzelf heeft gegeven, is lachwekkend. Hij heeft naar eigen zeggen praktisch vanaf de middelbare school miljoenen verdiend, zogenaamd eerst als goud- en horlogehandelaar in Dubai en later als kippenboer in Karachi. In 1986 vestigde hij zich als diamantair in Antwerpen, maar volgens zijn werknemers kon hij geen valse diamant van een echte onderscheiden. Er waren legio aanwijzingen - en er komen er steeds meer bij - dat hij een drugshandelaar van wereldformaat was. Hij heeft dat reusachtige kapitaal toch niet verdiend door met klokjes en kippen te leuren?’
Afgezien van zijn professionele partijdigheid legt Doedens de vinger op een wonde plek: de proportionaliteit, die volgens de kroongetuigeregeling van 1983 uitdrukkelijk is vereist, lijkt volkomen zoek. Doedens: 'Als je wilt vaststellen hoeveel gevaar iemand voor de samenleving oplevert, moet je kijken naar zijn maatschappelijke invloedssfeer, naar zijn machtspositie. Abbas is het prototype van de drugshandelaar die doordringt en macht verwerft tot in de hoogste regionen van de samenleving. Het soort misdadiger waarop we in Nederland het meest gebrand zijn. Justitie heeft met de verkeerde een deal gesloten.’
Belangrijke aanwijzingen in deze richting komen ook uit België, waar verbitterde politiemensen en magistraten in groten getale hun dossiers bij de media dumpen in de hoop dat die er meer mee doen dan de geëigende organen. Anderen staan de pers te woord met een openhartigheid die enkele jaren geleden onvoorstelbaar was. Zij maken de analyses die hun superieuren al die jaren uit de weg zijn gegaan.
EEN HOOGGEPLAATSTE Belgische magistraat, die beroepshalve op de hoogte is van de grote drugsdossiers in zijn land, verbreekt tegenover De Groene een jarenlang stilzwijgen omdat hij van de politiek geen heil meer verwacht. De beperkte analyse van de Haagse IRT-enquête schuift hij terzijde. De ontsporing in de Belgische en Nederlandse drugsbestrijding is volgens hem te wijten aan dezelfde oorzaak: de regie van de DEA. In beide landen is de afwikkeling van grote drugszaken altijd in handen geweest van deze in 1973 door president Nixon opgerichte dienst.
De magistraat: 'In de loop der jaren heb ik ontdekt dat de DEA de verbindende schakel was, in België en ook in Duitsland en Nederland. De eerste DEA-directeuren in de jaren zeventig wisten dat ze de war on drugs niet konden winnen, dus legden ze zich toe op het afbuigen van de handel naar Europa. Op die manier trachtten ze te voorkomen dat rechtgeaarde Amerikanen door het goddeloze spul werden vergiftigd. Tegelijk kregen het Congres en het grote publiek de indruk dat er resultaat werd geboekt, vooral als er met veel tamtam flinke drugsvangsten in scène werden gezet. Die omleiding naar Europa werd gecoördineerd vanuit Duitsland, waar de Amerikanen na de oorlog de meeste invloed hadden. Het centrum van de DEA-operaties was het Bundeskriminalamt (BKA) in Wiesbaden.’
Het omleiden van de drugshandel kon natuurlijk niet aan de Europese partners worden geopenbaard. Bovendien kon de DEA de Europese politiediensten maar moeilijk overhalen tot het gebruik van onorthodoxe methoden als uitlokking en doorlevering. In die beginjaren stonden de DEA-agenten in Europa vooral bekend als geklofte jongens die exotische wapens droegen, met geld smeten en een loopje namen met de regels. De DEA leidde echter in hoog tempo Europese agenten op om soepel te kunnen samenwerken. Later werden hiervoor zelfs de opsporingsorganen gestroomlijnd, aldus de magistraat: 'Het vehikel van de DEA werd de besloten onderzoekscel in het opsporingsapparaat. In Nederland zijn dat de Criminele Inlichtingendiensten (CID’s), die optreden zonder controle door het parket of de rechter. In Duitsland heeft het BKA zulke aparte teams, in België zijn het de Gerechtelijke Informatiediensten (GID’s). Met behulp van die gesloten circuits trachtte de DEA de drugsstroom te reguleren.’
De eerste grote ontsporingen vonden al plaats in de jaren zeventig in België, waar het Nationaal Bureau voor Drugs (NBD) onder leiding van rijkswachtkolonel Léon François voor eigen rekening begon te handelen. Vooral de Antwerpse haven met haar overslagfunctie werd het jachtterrein voor een horde smokkelaars en corrupte supersmerissen zoals Willy van Mechelen, wiens doopceel onlangs werd gelicht in een serie verschroeiende artikelen in het weekblad Humo. Volgens Antwerpse ingewijden was ook de latere commissaris Spiessen van de Antwerpse gerechtelijke politie een zuivere DEA-zetbaas: 'Spiessen had een manshoog diploma van de DEA boven zijn bureau hangen. Onder dat diploma zat hij duimen te draaien tot hij een seintje kreeg uit Wiesbaden. Dan pakte hij weer een container of een kleinere handelaar. Met serieuze opsporing had het allemaal niets te maken.’
De Belgische magistraat weet uit eigen ervaring dat de DEA-invloed reikt tot in de justitiële top: 'Ook de Antwerpse procureur-generaal Roger van Camp heeft een diploma met dankbetuiging van de DEA in zijn kamer hangen. Het is toch onbestaanbaar dat een man in die positie deel uitmaakt van een undercover-circuit? Van een politieman mag je dat verwachten, maar een hoge magistraat dient zich daar verre van te houden. En die transatlantische relatie gaat terug tot in een duister verleden, want Van Camp leidde al in 1960 als begin1 nend substituutje in de Congo het “mislukte” onderzoek naar de moord op Patrice Lumumba, de nationalist die door de CIA werd vermoord. En zo zijn er meer, ook op de ministeries, bij de rijkswachttop en ook in Nederland en Duitsland. De samenwerking met de grote drugsmakelaars geniet de allerhoogste bescherming op Europees niveau.’
De tactiek die de DEA hanteert is top-down. Om het overzicht te bewaren doet men zaken met de grootste drugsbazen. Die worden uit de wind gehouden, op voorwaarde dat ze informatie verstrekken. Ook moeten ze af en toe een handelaar of container 'wegtippen’. De magistraat: 'Zo werkte Abbas ook. Hij was een van de grootsten. De DEA geeft zulke tips door aan plaatselijke politiekorpsen, die vervolgens de aanhouding verrichten. De enigen die zich hiertegen verzetten zijn de Fransen, vooral de gaullisten. De Duitsers kregen Mitterrand nog zover dat hij instemde met de oprichting van Europol, een soort CID op Europees niveau. De DEA kon zijn geluk niet op toen de eerste directeur een Duitser werd. Maar onder Chirac is het afgelopen. De Fransen zullen nooit tolereren dat de DEA zijn pijpleidingen over Frans grondgebied legt.
Niet het Nederlandse gedoogbeleid, maar de DEA-regie van de Europese opsporingsdiensten, de Nederlandse CID’s voorop, is de reden waarom de Fransen Europol tegenhouden.’
Doedens vreest dat Abbas, vooropgesteld dat hij de Amsterdamse rechtbank om de tuin kan leiden, als een rondtrekkende attractie zal doorreizen naar Canada en de Verenigde Staten. Doedens: 'De landen die nu om uitlevering van de Octopus-verdachten vragen, willen Abbas zeer waarschijnlijk óók als kroongetuige inzetten. Zo kan hij in het ene land na het andere zijn vervolging afkopen, om tenslotte neer te strijken in zijn gespreide dollarbedje. Maar blijkt voor die tijd dat hij betrokken is geweest bij een levensdelict, zoals de moord op Swennen, dan zal die opzet in duigen vallen. Dan moet hij in Nederland worden vervolgd of worden uitgeleverd aan België.’ In beide gevallen staat justitie alsnog met lege handen.
Enquêtevoorzitter Van Traa stelde al in april in een interview met De Groene vast dat de zogemaande 'laatste redmiddelen’ nu juist de crisis in de opsporing hebben veroorzaakt: 'Dan krijg je toestanden waarbij in het geheel niet meer duidelijk is wie de regie in handen heeft.’ Destijds werd alom verondersteld dat die regie dan in handen van de georganiseerde misdaad zou komen. De commissie vermoedde wel dat de echte regie in handen van de DEA lag, maar liep bij haar onderzoekingen naar het illegale optreden van Amerikaanse en Duitse agenten in Nederland 'tegen een muur aan’.
De commissie had zelfs nog nooit gehoord van Fouad Abbas, maar achteraf gaat er bij de voorzitter wel een belletje rinkelen. Van Traa: 'Wij waren destijds alleen op de hoogte van de rol van Van Mechelen in een doorlevertraject in Dordrecht. Maar ondanks onze beperkte mogelijkheden hebben wij ook kunnen vaststellen dat zowel de DEA als de BKA het pushen structureel en in alle mogelijke variaties toepassen.’